Nederland bleef lobbyen voor premier

Flauwekul, zei Balkenende wanneer hem naar zijn presidentiële ambities werd gevraagd. Maar intussen lobbyden Nederlandse diplomaten in heel Europa.

Nog begin deze week ging er een telefoontje vanuit Den Haag naar het kantoor van de premier van Estland. Om te praten over de nieuw te benoemen president van de Europese Unie. Meer in het bijzonder over de naam van premier Balkenende, die daarvoor genoemd werd. Hij was weliswaar geen kandidaat, maar wel kandidaat om gevraagd te worden.

Het was een wanhoopsoffensief, want eigenlijk wist de omgeving van Balkenende al dat de strijd was gestreden. Zo goed als Balkenende er half oktober nog voorstond, zo slecht was zijn positie twee weken later. Maar de historie van Europese ‘benoemingentoppen’ kent vele onverwachte ontknopingen. Dus moest tot het laatste moment worden gevochten.

Premier Balkenende naar Europa? „Flauwekul”, zij hij zelf steeds. Maar waarom dook zijn naam dan telkens op? „Speculaties waar ik zelf niets aan kan doen”, aldus de premier. Zo gaat dat. Wie geen kandidaat is, kan ook niet verliezen als het onverhoopt niet doorgaat. Herman Van Rompuy, die donderdag op de extra Europese top werd uitverkoren, was ook geen kandidaat. „Ik heb geen enkele stap ondernomen”, verklaarde hij donderdagavond.

Dat kan niet gezegd worden van Balkenende. Het spel dat hijzelf steevast aanduidde als „gezelschapsspel voor de media” werd elders zeer serieus genomen: in Balkenendes eigen CDA, in ambtelijk Den Haag en in het diplomatieke verkeer.

Het ging niet om kandidatuur, maar om beschikbaarheid. Die beschikbaarheid is de afgelopen maanden wel degelijk geventileerd in de andere lidstaten van de Europese Unie.

Begin dit jaar sprak een Nederlandse minister off the record met journalisten. Of premier Balkenende ‘in’ was voor een Europese topfunctie, wilden ze weten. Men dacht aan het voorzitterschap van de Europese Commissie dat later in het jaar vrij zou komen. Journalisten en diplomaten hoorden de minister zeggen: „Ik hoor in alle hoeken en gaten dat hij goed ligt en dat hij geïnteresseerd zou zijn.” Media meldden dat nieuws op basis van „een anonieme bron”.

Balkenende noemde het gerucht „merkwaardig” en zei: „Ik heb begrepen dat dit onderwerp ter sprake is geweest in een onderhoud van Nederlandse journalisten met collega Wouter Bos.” De premier schreef met vice-premier Bos in een brief dat hij niet de ambitie had om „in aanmerking te komen voor het ambt van Commissievoorzitter”.

In kabinetskringen wist men al beter. Balkenende had inderdaad geen interesse in de Europese Commissie. Hij had zijn zinnen gezet op een nieuw te creëren post: het vaste voorzitterschap van de Europese Raad. Ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken waren al maanden op de hoogte van de Europese ambities van Balkenende.

Vervolg EU-lobby: pagina 3

Balkenende voldeed precies

Voor de functie van ‘president van Europa’ voldeed Balkenende precies aan de voorwaarden. Als lid van de grootste politieke groepering in Europa, de christen-democraten beschikte hij over de juiste partijkleur, hij kwam uit een niet te groot land en beschikte als één van de langstzittende regeringsleiders in de Unie van 27 lidstaten over de nodige ervaring.

Met die boodschap werden Nederlandse diplomaten in de Europese hoofdsteden op pad gestuurd. Of zij in hun reguliere contacten in alle prudentie wilden wijzen op de capaciteiten van de Nederlandse premier en wilden nagaan hoe Balkenende lag.

Naaste medewerkers van de Franse premier Fillon hadden inmiddels ook op een andere manier geconstateerd dat Nederland iets in Brussel wilde. Het was hen dit voorjaar opgevallen dat Den Haag zich in het geheel niet sterk maakte voor het behoud van de zeer begeerde post mededinging in de Europese Commissie die door Neelie Kroes werd bekleed.

Ook de permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie, Tom de Bruijn en zijn mensen werden betrokken. „Er is enorm gelobbyd door de Nederlandse regering”, weet een hoge Europese functionaris.

In Nederland kwam de zaak twee dagen na Prinsjesdag in een stroomversnelling toen het Financieele Dagblad meldde dat de CDA-top voorbereidingen had getroffen voor een voortijdig vertrek van premier Balkenende naar Brussel. Balkenende deed de publicatie nog diezelfde dag in de Tweede Kamer af als „flauwekul”.

Maar enkele weken later inventariseerden de deskundigen op de ministeries van Algemene Zaken en Justitie de staatkundige gevolgen van een tussentijds naar Europa vertrekkende premier. Men kwam uit op een model waarbij premier Balkenende het ontslag van zijn kabinet bij de koningin aanbood. Vervolgens zou een informateur moeten constateren dat voortzetting van het kabinet door de coalitiepartijen werd gewenst onder leiding van een nieuwe premier en dat nieuwe verkiezingen niet nodig waren.

Tegelijkertijd werd het profiel van de eerste president van Europa steeds duidelijker: een christen-democraat, uit een kleine lidstaat. De Benelux-premiers kwamen steeds meer in beeld.

Er was toen nog een paar dagen te gaan tot de reguliere ontmoeting van de Europese regeringsleiders op 29 en 30 oktober in Brussel. Vooraf stond vast dat op die top geen definitieve besluiten konden vallen. Wel kon het nodige voorwerk worden verricht.

Premier Balkenende zei op 30 oktober na afloop dat met geen woord over de aanstaande benoemingen was gesproken. Formeel had hij gelijk. Er was niet aan de officiële vergadertafel over gesproken maar wel, zoals dat heet, ‘en marge’. De eveneens aanwezige staatssecretaris voor Europese Zaken, Frans Timmermans, gaf dat ruiterlijk toe op zijn weblog toen hij schreef: „Binnen wordt er afgetast, geluisterd, gesnuffeld aan de verschillende posities van landen, zonder dat heel veel landen hun voorkeuren prijsgeven.”

Wat hij niet schreef was dat dit aftasten, luisteren en snuffelen de Nederlanders had geleerd dat de kansen voor Balkenende aanzienlijk waren verminderd.

De steun van Angela Merkel voor Balkenende waarop gerekend was, bleek er niet te zijn. Tijdens een diner in Parijs op de woensdagavond voorafgaande aan de top in Brussel waren de Duitse bondskanselier en de Franse president Sarkozy het erover eens geworden dat de Belg Van Rompuy een goede kandidaat zou zijn. Samen polsten ze in Brussel Van Rompuy voor de functie. Die kwam na dat onderhoud volgens ingewijden „met een aureooltje” naar buiten.

Voor Nederland was het vanaf dat moment alleen nog maar hopen dat andere EU-landen zodanig tegen Van Rompuy zouden ageren dat de bal alsnog in de richting van Balkenende zou komen. Een week na de top ontving Jan Tombinski, de Poolse EU-ambassadeur in Brussel, enkele buitenlandse journalisten voor een ontbijt. „Premier Balkenende voert nog steeds campagne”, zei hij. „Niet zozeer in eigen persoon, als wel via zijn staf.”

Al die tijd liet de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt, roulerend voorzitter van de Europese Unie, weten dat tussen de lidstaten nog geen overeenstemming bestond over één kandidaat. Het probleem zat vooral bij Groot-Brittannië dat bleef vasthouden aan de kandidatuur van oud-premier Tony Blair. Toen afgelopen donderdagmiddag zeker was dat de Britten de eveneens nieuwe post van Europees minister van Buitenlandse Zaken konden krijgen in de persoon van Catherine Ashton, trok premier Gordon Brown zijn kandidaat Blair terug.

Voor Nederland was toen duidelijk dat een afvalrace waarbij alsnog een beroep zou worden gedaan op Balkenende er niet meer in zat. Aan het diner nam de premier naar eigen zeggen als zevende het woord. Hij sprak zijn steun uit voor Van Rompuy. Direct hierop klonk applaus van de andere regeringsleiders.

Van Rompuy kon naar Europa en de ‘niet-kandidaat’ Balkenende kon in Nederland blijven.