Meer dan een winkel

Het ontwerpbedrijf Droog opende dit jaar in New York een winkel. Het gaat daar binnenkort ook mode en boeken uit Nederland presenteren.

Het wegdek is geplaveid met ronde keitjes en de gevels van de negentiende-eeuwse panden zijn van gietijzer. Maar verder is er niks ouderwets aan Greene Street in New York. De 800 meter lange straat in de wijk SoHo is dé designstraat in de wereld.

De Italiaanse meubelfabrikant Moroso, het Amerikaanse Design Within Reach, mozaïekfabrikant Bisazza, de Duitse lichttovenaar Ingo Maurer, Alessi, TASCHEN Books – ze hebben hier een blitse flagshipstore, waar het nieuwste van het nieuwste staat uitgestald.

En voor vormgevingsliefhebbers is er nog zoveel meer. Neem bijvoorbeeld het oude postkantoor op de hoek met Prince Street, dat door Apple is verbouwd tot een glazen computerparadijs. Of de toonaangevende designgalerie van Murray Moss, aan het noordelijke eind van de straat, op de hoek met Houston Street. Nederlandse harten gaan daar sneller kloppen, want de met honderden Swarovski-kristallen versierde kroonluchters van Tord Boontje, de bronzen beelden van Studio Job en de meubels van Maarten Baas, Hella Jongerius en Marcel Wanders stelen bij Moss de show.

Sinds het voorjaar is in Greene Street een tweede toonzaal voor ‘Dutch design’. Op nummer 76 opende Droog, het conceptuele ontwerpbedrijf uit Amsterdam, een grote winkel annex galerie. Een initiatief dat om twee redenen de tongen losmaakte. In eerste instantie door het bijzondere interieur van Studio Makkink & Bey. En later ook omdat dit ambitieuze-project-in-crisistijd de directe aanleiding vormde voor een breuk tussen de twee oprichters van Droog, Gijs Bakker en Renny Ramakers.

Inhoudelijke discussie

Volgens Bakker zou het oorspronkelijke doel van Droog, het presenteren van talentvolle ontwerpers en het stimuleren van een inhoudelijke discussie over het vak, door de nieuwe vestiging (de derde na Amsterdam en Tokio) in het gedrang raken. „De winkel in New York impliceert onvermijdelijk dat er voortaan uitsluitend grote, kostbare producten ontwikkeld moeten worden om winstgevend te zijn”, zei Bakker afgelopen zomer, toen hij opstapte bij Droog.

Wie het voormalige pakhuis van Droog in Greene Street betreedt, zal zich verbazen over de inrichting. Zijn elders in de straat de wanden witgestuct, in deze 800 vierkante meter grote winkel zijn de oude bakstenen muren onbedekt. De echte blikvanger in het interieur is een van blauw polyurethaan schuim gemaakt huis. Dit ‘House of blue’, ontworpen door Studio Makkink & Bey, is meer dan alleen een sfeerbepalende decor voor de meubels en andere producten van Droog. Dit winkeldecor is te koop. Wie valt voor de trap, schoorsteen of ander onderdeel van het schuimen huis kan deze in steen, hout of een ander materiaal laten uitvoeren.

Niet dat ook maar één Amerikaanse bezoeker zo’n bestelling heeft geplaatst. Ze zal het idee beter moeten uitleggen, zegt directeur Ramakers. „Mensen hebben minder fantasie dan ik dacht, in elk geval Amerikanen.”

Als ze de balans over de eerste negen maanden opmaakt, is Ramakers niet ontevreden. „Toen we de plannen voor deze winkel maakten, was de wereld nog gewoon. De financiële crisis heeft in New York behoorlijk toegeslagen. De verkoop van prijzige stukken duurt langer.”

Maar daar staan genoeg winstpunten tegenover, zegt Ramakers. Droog is niet langer slecht vertegenwoordigd in de Verenigde Staten. Het netwerk van het bedrijf is door de winkel enorm uitgebreid. Diverse Amerikaanse musea hebben zich onlangs gemeld voor samenwerkingsprojecten. „Het regent complimenten”, zegt Ramakers. En nog een belangrijk pluspunt, zegt ze: met het winkelconcept van Studio Makkink & Bey maakt Droog de ambitie waar als leverancier van totaalconcepten voor interieurs. „Van alleen een winkel kunnen we niet bestaan. We moeten meer dingen doen.”

Het aanbod van artikelen bij Droog New York valt grofweg uiteen in twee categorieën: betaalbare huishoudelijke artikelen en woonaccessoires, zoals de experimentele afwasborstel van Gijs Bakker en een vogelhuisje van Marcel Wanders, en anderzijds kostbare, handgemaakte meubels in gelimiteerde oplage. Tussen 500 en 5.000 dollar heeft Droog weinig te bieden.

Ramakers noemt het „niet zo aardig” van haar voormalige compagnon Bakker dat hij publiekelijk zijn beklag deed over de vele dure stukken. „Het is de wereld op zijn kop. Gijs is medeverantwoordelijk voor onze collectie. Net als ik moet hij daar toch trots op zijn. De dure stukken zijn uit inhoudelijkheid geboren. Ons uitgangspunt is altijd geweest interessante ontwerpen. Nooit: dure stukken. Toevallig is een groot deel van onze huidige collectie nogal arbeidsintensief en kostbaar om te realiseren. Maar moeten we die meubels nu, omdat de tijd wat slechter is, bij de vuilnisbak zetten? Of een museum beginnen? Dat zou niet consequent zijn.”

Liever probeert Ramakers het assortiment te verbreden. Droog New York is vertegenwoordiger geworden van Lace Fence, de gekantkloste gaashekwerken van het in Rotterdam gevestigde ontwerpbureau Demakersvan. In samenwerking met de Nederlandse kunstboekendistributeur Idea Books komt er een boekenhoek in de winkel. En ook voor sjaals, riemen en sieraden van Nederlandse modeontwerpers als Alexander van Slobbe en Corné Gabriëls zal plek worden gemaakt.

Ramakers heeft nog meer plannen. Ze denkt niet alleen aan verbreding van het assortiment, maar ook aan tentoonstellingen, workshops en evenementen. „Ruimte genoeg. Van de zomer hebben er al verschillende ontwerpers in de winkel zitten werken. Dat gaan we veel vaker doen. De winkel moet een internationale trekpleister worden voor liefhebbers van design. Maar altijd op topniveau en bij ons passend. We doen geen concessies. De winkel is en blijft ons visitekaartje.”

Meer foto’s van Droog New York op www.droog.com