Bleke gezichten bij vroege thuiskomst uit Joegoslavie

HEERLEN, 1 JULI. “Was het oorlog? Daar hebben wij niets van gemerkt. We zaten donderdagavond aan tafel toen de reisleider ineens kwam vertellen dat we onze spullen maar beter konden inpakken. Eerst dachten we dat het een grap was, we waren net twee dagen daar. Maar vrijdagmorgen zaten we met z'n allen op een vleugelboot naar Triest. We hebben niet eens tijd gehad om te verbranden.”

Ongeschoren en waarschijnlijk nog iets bleker dan vorige week maandag, toen hij vertrok, staat de jongeman uit Ochten op de parkeerplaats bij de grensovergang Bocholtz. Van zijn 17-daagse reis naar de zonnige stranden van Joegoslavie is niets terechtgekomen. Niemand van de 340 passagiers die dit weekeinde in een gezamenlijke operatie van vijf reisorganisaties zijn opgehaald van het schiereiland Istrie, was liever blijven luieren in het land.

“Iedereen is heel rustig gebleven”, zegt Suzanne Velting, supervisor van Hotelplan en Club Escolette, “maar wij zijn ook niet hals over kop vertrokken, zoals de Engelsen. Alleen Yugotours heeft niets ondernomen. Dat is natuurlijk eigenbelang, maar ik vind het onverantwoord.”

Een ouder echtpaar uit Leeuwarden dat in Portoroz, dichter bij de grens tussen Slovenie en Kroatie zat, had wel in de gaten dat er iets aan de hand was. “Dinsdag hoorden we overal knallen. We waren een beetje ongerust totdat we hoorden dat het vreugdevuren waren om de onafhankelijkheid te vieren. Maar de volgende dag hoorden we in de verte knallen bij gevechten tussen het leger en de militie. Donderdag kregen we te horen dat we het land uit moesten, maar de grenzen zaten potdicht. We zijn met een bus en twee boten naar Triest gebracht.”

De Nederlandse toeristen behoorden tot de laatsten die Opatija gisteren verlieten. Er bleven volgens de reisleider nog 53 toeristen over, onder wie twee Nederlanders: “Die mensen zagen geen gevaar, maar ze hebben wel een verklaring moeten tekenen dat ze voor eigen risico bleven. En iedereen moest naar hetzelfde hotel, ook de kampeerders. Alle andere hotels en de campings zijn gesloten.”

Een vertegenwoordigster van De Jong Intratours laat de vroegtijdig teruggekeerde klanten weten dat zij geen recht hebben op schadevergoeding: “Voor ons is het pure overmacht. Het heeft ons trouwens een heleboel geld gekost om jullie veilig terug naar Nederland te halen. Jullie kunnen alleen nog aankloppen bij de verzekeringsmaatschappij, als jullie tenminste verzekerd zijn.”

Een man uit Roermond die een beetje trillend in zijn korte broek staat te wachten op de aansluitende bus die hem naar huis moet brengen, tien dagen eerder dan de bedoeling was, heeft al begrepen dat zoiets weinig zin heeft: “Ik heb wel een reisverzekering afgesloten, maar in de eerste de beste bepaling staat dat die niet geldt in geval van schade door oorlog of burgeroorlog. Dus daar schiet ik niet veel mee op.” De meeste organisaties hebben hun klanten die dit weekeinde naar Joegoslavie zouden vertrekken, gratis een vervangende reis naar Spanje aangeboden of een annulering zonder bijkomende kosten.

    • Jacques Herraets