Kleine spelers in de grote vastgoedfraude

Deze week begon het grootste fraudeonderzoek van Nederland. Verdachten Maarten M. en Rob W. verschenen als eerste voor de rechter. Ze voelen zich slachtoffer.

Een boottochtje op het IJsselmeer in de zomer van 1997, daar begon het. In het ruim van de boot raakt projectontwikkelaar Rob W. in gesprek met ene Nico V.. Urenlang praat hij met de man met een paardenstaart, die helemaal in het zwart gekleed is. Na het gesprek is W. enthousiast. Wat een intrigerende man die V., die bovendien goede contacten heeft in de vastgoedwereld. Dat levert misschien nog wat op voor het bedrijf dat hij met zakenpartner Maarten M. heeft.

Wat later stelt Nico V. hen beide voor aan Jan van V., directievoorzitter van Bouwfonds. En ineens mogen zij, twee kleine projectontwikkelaars uit Capelle aan den IJssel, meedoen met het grote Bouwfonds. Van V. biedt ze in 1998 de ontwikkeling aan van de Coolsingeltoren in Rotterdam, met winkels kantoren en een parkeergarage. Het project zit vast en Van V. vraagt of zij eens kunnen kijken.

Er volgt nog meer. Van V. vraagt ze dat jaar om samen met Bouwfonds de Hollandse Meester te ontwikkelen, een kantoortoren in Zoetermeer. En in 1999 krijgen de twee projectontwikkelaars van Van V. de opdracht voor het ontwikkelen van de kantoortoren Solaris in Capelle aan den IJssel.

Het leek zo mooi. Via Bouwfonds-directeur Jan van V. waren Maarten M. (59) en Rob W. (52) in de eredivisie van het vastgoed terecht gekomen. Geen woningen, kleine winkelcomplexen of kantoortjes meer, maar in het oog springende, prestigieuze hoogbouw.

Nu. twaalf jaar later, schiet dat boottochtje nog vaak door hun hoofden. Waren ze maar nooit meegevaren met die tjalk op het IJsselmeer. Dan hadden ze Nico V. ook niet ontmoet. Dan waren ze de kleine projecten misschien nooit ontstegen. Maar dan hadden ze afgelopen week ook niet als eerste verdachten in het grootste Nederlandse fraudeonderzoek ooit voor de rechter in Haarlem gezeten. En dan had het Openbaar Ministerie (OM) ook geen gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 12 voorwaardelijk, tegen hen geëist.

Want toenmalig Bouwfonds-directeur Jan van V. en zijn rechterhand Nico V. lieten de kleine projectontwikkelaars niet zomaar meedoen. Volgens het OM werden Maarten M. en Rob W. door hun samenwerking met Jan van V. en Nico V. lid van een criminele organisatie. Een organisatie waar alles in het teken stond van oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen om er zelf zoveel mogelijk geld aan over te houden. In totaal is er volgens het OM voor 200 miljoen euro gefraudeerd, waarbij oud-directeur Van V. zijn werkgever Bouwfonds voor miljoenen heeft getild. Vastgoed werd te goedkoop gekocht en te duur verkocht. Het verschil staken de verdachten in hun zak. En de twee projectontwikkelaars uit Capelle aan den IJssel werkten daar aan mee. Ze stuurden onder meer valse facturen voor werkzaamheden die helemaal niet verricht waren. Ook betaalden zij valse facturen die hun bedrijf ontving. Zo werd op verzoek van Van V. en V. met miljoenen geschoven.

Afschuwelijk vonden de projectontwikkelaars Maarten M. en Rob W. het om deze week al die strafbare feiten opnieuw aan te horen. Keurige mannen, strak in pak. De grote Maarten M. net wat grijzer dan zijn kleine partner Rob W.. Ze zijn de eerste van de tientallen verdachten die voor de rechter moesten verschijnen. De zaak tegen de twee projectontwikkelaars lijkt een klare zaak. Ze hebben allebei bekentenissen afgelegd.

Maar leden van een criminele organisatie? Zo zien zijn zichzelf niet. Maarten M. en Rob W. zijn in eigen ogen vooral slachtoffers van Jan van V. en Nico V., die hen eerst charmant inpakten en vervolgens misbruikten. Ze lieten zich ook makkelijk inpakken. Ze zagen een unieke kans om hun bedrijf in de vaart de volkeren op te stoten. Pas later kregen ze naar eigen zeggen door dat ze onderdeel waren van een plan van Jan van V. en Nico V.. Ze werden gebruikt.

Bij het project in Coolsingel ging dat als volgt. In 1998 tekenen de twee projectontwikkelaars en Bouwfonds een overeenkomst. Voor 985.000 gulden gingen de twee de toren ontwikkelen. Een jaar later sloten ze nog een overeenkomst, voor ontwikkeling en het voeren van de directie over het project. De twee mannen uit Capelle aan den IJssel boden aan dit voor rond de 4 miljoen gulden te doen. Maar Van V. stelde namens Bouwfonds het bedrag op 13,8 miljoen gulden. In juni dat jaar vroeg Van V. de twee mannen om een factuur van 1.250.000 gulden bij Bouwfonds in te dienen, onder het kopje 'voorbereidingskosten planontwikkeling'. De factuur kwam er, Bouwfonds betaalde. Uiteindelijk is de toren aan de Coolsingel nooit gebouwd. Maar Bouwfonds heeft er wel ruim 15 miljoen gulden voor betaald aan Maarten M. en Rob W.. Dat geld mochten ze niet zelf houden. Het grootste gedeelte moesten ze doorbetalen. Het grootste gedeelte kwam zo weer bij bedrijfjes van Jan van V. en Nico V. terecht. Maar ook allerlei andere figuren werden uit dit potje betaald.

In hun verklaringen legden Maarten M. en Rob W. uit dat ze op een gegeven moment wel doorhadden dat er iets niet klopte. Dat ze onderdeel waren van „malversaties”. En dat ze daar helemaal niet blij mee waren. Waarom ze dan niets deden?

Tja, zei Rob W. deze week, we hadden het lef er niet voor. Er was psychologische druk, zeiden ze. Hoe dat precies in elkaar zat, konden ze moeilijk uitleggen. In verklaringen hebben ze verteld hoe Van V. en Nico V. zich gedroegen als ze bij hen op kantoor kwamen. Nico V. snoof zo nu en dan een lijntje in de vensterbank. Hun secretaresse kreeg honderd gulden toegestopt. Het tweetal herschikte alle tafels in het kantoor in Capelle aan den IJssel. De geheel in het zwart gestoken Nico V. kwam vaak met bodyguards. Dat was de sfeer die Jan van V. en Nico V. meebrachten en waardoor zij een vorm van druk voelden. Ze konden niet terug.

In de strafeis tegen de twee projectontwikkelaars heeft het OM rekening gehouden met de bekentenissen die ze hebben afgelegd. Maar dat ze slachtoffers zijn van hoofdverdachten Jan van V. en Nico V.? Daar geloofde het OM niets van. Ze accepteerden, stelde het OM, bewust de val waar ze in waren gelopen. Want er mee stoppen zou ook consequenties hebben gehad. „De angst om hun reputatie in de bouwwereld te verliezen, de verlokking om mee te mogen doen met de grote jongens, de reputatie en de uitstraling die de grote projecten hen gaf, en het geld dat er mee te verdienen was.”

Uitspraak volgt over een kleine maand, op 18 december. De hoofdverdachten Jan van V. en Nico V. komen in de loop van volgend jaar voor de rechter.