In Georgia vallen banken als dominostenen

De staat Georgia in de VS is het ‘Tsjernobyl’ van de financiële sector. Regionale banken gaan er massaal failliet. „We hebben te veel kleine banken in dit land, we gaan ze uitroeien.”

Het Witte Huis is omgevallen.

Dat gebeurde vier weken geleden, op een vrijdagavond, om half zes exact, in het stadje Lawrenceville in de staat Georgia in het zuiden van Amerika. Ambtenaren van de Amerikaanse toezichthouder FDIC liepen binnen bij het bankfiliaal, dat een replica is van het beroemde presidentiële pand in Washington.

„Om en nabij één over half zes was American United Bank officieel dood. Het klantenbestand en de activa kwamen per direct in onze handen.” Zo herinnert Larry Young het zich, de filiaaldirecteur van de bank die American United op dat moment overnam.

Young verwelkomt nu al zijn klanten in de lobby met een uitgestoken hand. Hij constateert dat „this big ol’ buildin’” misschien geen Oval Office voor hem heeft, maar verder toch helemaal de sfeer van het Witte Huis ademt. Dat was een ideetje van de oprichter van de nu omgevallen bank. Want patriottisme verkoopt in Amerika.

Wat er is veranderd sinds de ondergang van American United, de ingreep van de overheid, en de gedwongen overname door de bank Ameris?

„Klanten vragen eindeloos of hun geld hier nog wel veilig is”, zegt Young.

En wat is daarop zijn antwoord?

„Ja.”

Geloven ze hem?

„Ik hoop het.”

Het bankieren bij Ameris is verder nog net zo doordrongen van vaderlandsliefde als bij de voorganger. Op het dak wappert de Amerikaanse vlag fier. Op elk bureau en op elke balie staat een vlaggetje. En de bank biedt producten aan als de Liberty Business- en Freedom Non Profit-rekeningen. Het enige dat echt nieuw is: er werken twee FDIC-ambtenaren in het filiaal en Young krijgt niet te horen waar ze mee bezig zijn. „Zolang de FDIC spaartegoederen blijft garanderen, mogen ze van mij doen wat ze willen.”

Die laconieke houding wordt hier, in Amerika’s achterland, niet door iedereen gedeeld. De grootste banken op Wall Street worden overeind gehouden met overheidsmiljarden, in de regio vallen de kleintjes als dominostenen om. In de wandelgangen noemen toezichthouders de streek rond Atlanta de ‘cirkel des doods’ en zelfs de landelijke branchevereniging duidde de regio aan als „het Tsjernobyl van regionaal bankieren; het is daar radioactief”.

In heel Amerika zijn alleen al dit jaar 124 banken omgevallen – vannacht ging er weer een. Dit zijn historisch hoge cijfers voor de Verenigde Staten: in de vijf jaar voorafgaand aan de crisis waren dat er opgeteld maar tien. En niemand die denkt dat dit snel voorbij gaat. „De fiasco’s zullen zich blijven opvolgen”, heeft de FDIC-voorzitter Sheila Bair al gewaarschuwd. „Het tempo zal dit en volgend jaar nog goed aanhouden.”

Waarom vallen er zoveel regionale banken om? En waarom juist hier? In Georgia zijn simpelweg meer banken dan in andere staten, en ze zijn per saldo kleiner en daarmee kwetsbaarder voor de economische schokken. Tot vijftien jaar geleden was het in Georgia niet toegestaan dat een regionale bank filialen had buiten de eigen county, een verzameling gemeenten. Het hield banken klein in omvang, maar groot in aantal. Van de driehonderd banken in Georgia staat nu eenderde op de gevarenlijst van de overheid. Van alle banken in de staat leed 57 procent vorig kwartaal verlies.

Maar er is meer dan het aantal dat opvalt, en dat maakt ook duidelijk waarom in heel de VS nu juist de kleine banken omvallen: de instellingen hadden innige banden met de vastgoedsector. De groei van de gemeenschapsbanken (community banks) hield gelijke tred met de Amerikaanse juichstemming van voor de crisis. Bouwers en ontwikkelaars waren welkom voor de ene na de andere lening, makelaars werden met open armen ontvangen. De Amerikanen die met de stijgende huizenprijzen in het achterhoofd hun woning als pinautomaat gebruikten, maakten de cirkel rond.

Totdat de markt instortte. Toen bleken de kapitaalreserves van de banken tekort te schieten als buffer en werd al snel duidelijk dat ze hun activiteiten onvoldoende gespreid hadden.

Niet alleen het risicovolle geld uit de vastgoedsector was bij de financiële instellingen terechtgekomen, ook namen de banken de bravoure van de bouw over. Bankieren was snel ondernemen, risico’s nemen, iets geks doen in de hoop op die grote klapper. In Georgia uitte zich dat bijvoorbeeld in themabanken zoals American United was en Ameris nog steeds is. Ook zetten banken actief lokale beroemdheden in. De trainer van honkbalteam Atlanta Braves, een voormalig lijnverdediger van het footballteam Atlanta Falcons, de weerman van het buiten de regio onbekende WSB-TV – dit soort grootheden kreeg bestuursfuncties in de ogenschijnlijk degelijke financiële sector.

„De sterren investeerden zelf in de banken, brachten vriendjes mee en de instelling won zo aan geloofwaardigheid”, zegt Jim Verbrugge. Hij is emeritus hoogleraar financiën aan de University of Georgia en was zelf ook ooit bankencommissaris. „De instellingen moesten zich wel onderscheiden”, zegt Verbrugge, „want de laatste vijftien jaar zijn er honderd nieuwe concurrenten bijgekomen”. Het kon volgens hem bijna niet anders eindigen dan zo: „Toen de roltrap stopte, tuimelde iedereen beneden over elkaar heen.”

Is medelijden met dergelijke kleine omvallende banken dan wel gerechtvaardigd? Overheidsdienst FDIC bekijkt het in eerste instantie als een financiële opgave: in 2013 zullen de kosten van de honderden omgevallen banken – en de gegarandeerde deposito’s – zijn opgelopen tot ruim 100 miljard dollar. Dat wordt door de sector zelf betaald, die dat dan weer aan klanten doorberekent. Het fonds dat de FDIC hiervoor heeft, is nagenoeg leeg.

Hoogleraar Verbrugge constateert dat naast de overheid en de sector meer partijen onder de omvallende banken lijden. Investeerders raken beleggingen kwijt. Werknemers worden ontslagen. Afgeleide branches – zoals de horeca en schoonmakers – worden geraakt als filialen sluiten. En hele gemeenschappen worden afgesneden van krediet.

„Ook als een onderneming wel wordt overgenomen heeft de binnenkomende bank geen zin om grote risico’s te nemen”, zegt advocaat Bobby Schwartz, die het met wetenschapper Verbrugge eens is. Schwartz vertegenwoordigt enkele omgevallen banken. Hij wil nóg wel een groep aanwijzen die slechter wordt van een omvallende bank: dat zijn de bankiers. Zij kunnen namelijk persoonlijk verantwoordelijk gehouden worden voor verkeerd uitgepakte leningen. Ze worden voor de keuze gesteld: schikken en een boete betalen of aangeklaagd worden en voor de rechter komen. De bankiers kiezen doorgaans voor het eerste. Volgens Schwartz eindigt 24 procent van de bankiers-zonder-bank met een FDIC-factuur (maar dat is niet te controleren, schikkingen worden niet openbaar gemaakt). Schwartz zegt betrokken te zijn geweest bij schikkingen waar de directeur meer dan 1 miljoen dollar moest betalen.

Bankiers en toezichthouders „waren tot voor kort zakenpartners, er was wederzijds vertrouwen”. Dat is omgeslagen in achterdocht. Door de toegenomen druk bij de FDIC zit er minder tijd tussen de gebruikelijke controles, het memorandum of understanding (waarin de bank opgedragen wordt kapitaalreserves te vergroten) en de ingrijpende cease-and-desist-order (waarin de bank per direct moet stoppen). „Mijn cliënten horen van de FDIC: we hebben te veel kleine banken in dit land, we gaan ze uitroeien”, zegt Schwartz. Hoe de bankiers klinken als ze advocaat Schwartz bellen? „Paniekerig. Echt, letterlijk. In paniek.”

Lees meer reportages uitde VS op nrc.nl/minder