Het links-populistische geklets over xenofobie

Politieke feiten en niet de ideologische wensen vormen de basis van de politieke werkelijkheid. Ian Buruma heeft een chronisch probleem met feiten. In de mondiale bazaar van opinies is dit langzamerhand geen uniek fenomeen. Opiniemakers grossieren in feiten wanneer het hun uitkomt. Goed voor het debat, zouden de Amerikaanse media zeggen. Maar de politieke feiten, de echte, zijn niet zomaar weg te poetsen.

In een paginagrote tirade tegen de feiten schreef Ian Buruma (Opiniepagina, 13 november) dat 1989 een mooie tijd was om in te wonen. Behalve in China, misschien? Had de rest van de wereld het toppunt van geluk en vrijheid bereikt? Had Khomeiny één jaar eerder niet de opdracht gegeven om duizenden politieke gevangenen binnen een paar weken te executeren? Was het apartheidsregime niet aan de macht? Was Saddam Hussein niet de president van Irak? En dan zwijgen we nog over Noord-Korea, het grootste deel van zwart Afrika en de islamitische wereld – hele culturen gevangen in armoede, bijgeloof, geestelijke en lichamelijke terreur!

Ian Buruma gaat verder met zijn oogverblindende kennis van de politieke feiten: „We hoopten dat dit het begin zou zijn van een nieuw tijdperk, waarin vrijheid en gerechtigheid zich als frisse bloemen over de aardbol zouden verspreiden.” Is dat ten dele niet gebeurd? Het apartheidsregime is er niet meer. Augusto Pinochet en ander junta’s in Zuid-Amerika zijn in de prullenbak van de geschiedenis terechtgekomen. Welnu, Buruma weet niet bijster veel over de wereld, misschien weet hij meer over Europa: „Twintig jaar later weten we beter. Xenofobisch populisme spookt door heel Europa. De aanhang van sociaal-democratische partijen slinkt met de dag, terwijl demagogen zich opwerpen als redders van onze beschaving tegen de islamitische horden. [...] Zoals het er nu naar uitziet, zouden de sociaal-democraten weleens tot de verliezers van 1989 kunnen behoren.”

Wat een conclusie: in Europa is het een puinhoop omdat de sociaal-democratische partijen slinken en de rechtse demagogen de westerse waarden verdedigen. De populisten zijn dus aan de macht, zou je denken. Maar wat zijn de feiten? In de afgelopen twintig jaar is de Europese Economische Gemeenschap omgevormd tot de Europese Unie. Sinds de heerschappij van de Romeinen is het niemand gelukt om, desnoods met geweld, Europa te verenigen. De liberale democratieën, met hun kenmerkende rechtse en linkse vleugels, is het gelukt om zonder geweld van Europa een unie te maken. Daarna hebben ze de monetaire eenheid tot stand gebracht. De munt, de euro, was en is onze redding in deze economisch barre tijden. Ook is het de Unie gelukt om de historische belofte van het vrije Europa in te lossen jegens de Oost-Europese landen. Hier gingen de zaken enigszins snel, te snel voor de gemiddelde burgers van Europa.

Europa is nu zo volwassen aan het worden dat zijn burgers het Grondwetverdrag kunnen afwijzen zonder in een Goelag te belanden. Dat er nu met gezonde achterdocht naar de Unie als een federaal fenomeen wordt gekeken, is een noodzakelijke voorwaarde voor een goede democratische controle. Maar omdat juist in de afgelopen twintig jaar alles veel te snel is gegaan, dreigt Europa een willoos orgaan te worden. Dit geldt voornamelijk op het gebied van het buitenlandbeleid.

Wat Buruma niet weet, althans wat niet uit zijn tekst blijkt, zijn de tragische problemen van Europa. De Unie was niet in staat de oorlog in de Balkan te beëindigen. Op het continent van de Unie vond opnieuw, weliswaar op beperkte schaal, genocide plaats. Waarom? Omdat Europa te progressief en te pacifistisch was, waardoor het de illusie koesterde dat de meeste gewelddadige problemen via de dialoog konden worden opgelost. Ze waren vergeten dat sommige problemen alleen via een beheerste toepassing van geweld kunnen worden ingedamd. Nu is het progressief nihilisme een dreiging voor Europa.

Ook op het gebeid van massa-immigratie heeft Europa gefaald. De problemen met de integratie van nieuwkomers, de positie van de islam en moslims werden een complexe jungle door de opkomst van de politieke islam. De reële islamitische terreurdreiging werpt een schaduw op de discussie over de integratie van immigranten. Maar zijn nu in Europa extreem-rechtse neonazi’s aan de macht, zoals Buruma stilletjes impliceert? Waar dan? De progressieve demagogie van Buruma kent hier geen grenzen. Europa wordt op geen enkele manier bedreigd door rechts-extremen (en dan bedoel ik de echte, neonazi-achtige groepen). Wat het populisme betreft, moeten we niet uit het oog verliezen dat politiek en populisme bij elkaar horen. President Obama is momenteel het sterkste voorbeeld van het politieke populisme. Hij is daarnaast ook een voorbeeld van een politieke bedrieger: moeiteloos schoof hij op van het verdedigen van idealen naar het bedrijven van Realpolitik.

Wat zijn dan tegenwoordig de conservatieven? De slechte vormen van het populisme zullen langs democratische weg moeten worden bestreden. Maar de realiteit waarover Buruma, lid van een selecte kring van statenloze intellectuelen met een inflatievast inkomen bij de prijzenindustrie en opiniebazaar, niet spreekt, is de bedreiging door de politieke islam van heel Europa. Madrid, Londen en Amsterdam zijn de getuigen van de gewelddaden van de politieke islam. De radicalisering van sommige Europese moslims is een pijnlijk feit. Overal in Europa is men voor de eerste keer na 1945 echt bang om een bepaalde geestelijke stroming te bekritiseren. Denk daarbij aan de Deense cartoons. Een paar weken geleden arresteerde de FBI een aantal moslims die op Deense journalisten en kranten een aanslag wilden plegen.

Wat wil Buruma toch met dat links-populistische geklets over xenofobie? Twintig jaar gelden waren er geen moslimministers en moslimstaatssecretarissen in Europa. Nu hebben Nederland en Frankrijk moslims in hun regering. Zelfs de burgemeester van Rotterdam is een moslim, een stoere, slimme, trotse moslim. Overal, in allerlei bestuurslagen zitten moslims. Misschien hebben ze zelfs als minderheid te veel invloed op de politiek. Europa heeft problemen, maar het oude continent ziet er nu beter uit dan in 1989.

Het artikel van Buruma is na te lezen via nrc.nl/opinie. Reageren kan op nrc.nl/ellian.