Het is tijd om zonnig Mozambique te verlaten

Kroonprins Willem-Alexander heeft er slapeloze nachten van gehad. Hoe een welwillend ontvangen idee uiteindelijk onhoudbaar werd.

Het leek zo’n prachtig idee. Willem-Alexander en Máxima vertelden vorig jaar zomer dat ze een vakantiehuis gingen laten bouwen op het Mozambikaanse schiereiland Machangulo. Alles kwam daarin samen: de liefde van de Oranjes voor Afrika, het verlangen naar privacy en een gulle investering in de ontwikkeling van een arm land. Het zou goed zijn, zei Willem-Alexander, dat zijn dochters „al van jongs af aan beseffen dat ze geluk hebben met de plaats waar zij geboren zijn”.

Gisteren maakte het paar in een brief aan Balkenende bekend het vakantiehuis te gaan verkopen zodra het is afgebouwd. De premier „respecteert hun besluit”.

Zo is gebeurd wat menig politicus en staatsrechtgeleerde zag aankomen: het vastgoedproject in Mozambique was te groot en oncontroleerbaar voor een toekomstige koning, voor wiens handel en wandel de minister-president de verantwoordelijkheid draagt.

Tweeëneenhalf jaar geleden werd Willem-Alexander aandeelhouder van het project. Naast honderdtwintig vakantievilla’s omvat het een hotel, maar ook ziekenhuizen en schooltjes voor de lokale bevolking. Wanneer de premier door de prins van zijn deelname op de hoogte werd gesteld, wil Balkenende niet zeggen.

Na aanvankelijk welwillende reacties, zwol de kritiek aan. Eerst bleef het bij klagende plaatselijke bewoners, die vonden dat de scholen en ziekenhuisjes te lang op zich lieten wachten. Toen volgde de onthulling over samenwerking met een malafide Zuid-Afrikaans bouwbedrijf dat de belangstelling heeft getrokken van de Zuid-Afrikaanse fiscus. Vervolgens ontdekte deze krant dat de originele investeerders, voornamelijk Zuid-Afrikanen, het project om fiscale redenen hadden ondergebracht in een holding in het belastingparadijs Mauritius – een opmerkelijke keuze voor een project dat wordt gepresenteerd als een combinatie van vakantie-investering en ontwikkelingshulp.

Om het project in zuiverder vaarwater te krijgen, vond in oktober 2008 een aandeelhoudersvergadering plaats in de Mozambikaanse hoofdstad Maputo, waar de structuur van het bedrijf werd aangepast. De prins werd op die vergadering vertegenwoordigd door een Mozambikaanse advocaat. Het bedrijf werd omgevormd tot een naamloze vennootschap Machangulo SA, gevestigd te Maputo. Maar de holding op Mauritius maakt er nog steeds deel van uit. Eergisteren sprak Balkenende in zijn brief aan de Tweede Kamer van een „nog niet afgerond proces”. Pas als de bouwrechten van de holding verkocht zijn, zal zij worden opgeheven. De prins bezit geen belang in de holding, bezwoer de premier.

Omdat er vragen begonnen te rijzen over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het vastgoedproject van de prins werd op 21 juli van dit jaar de Stichting Administratiekantoor Machangulo opgericht met als doel afstand te creëren tussen de prins en het project. Maar ook deze beschermingsconstructie begon te kraken toen deze krant onthulde dat de voorzitter van de stichting, Harold Fentener van Vlissingen, een studiegenoot van de prins, zelf ook aandeelhouder is van Machangulo SA. Volgens Balkenende, die daarvan op de hoogte was, is dat geen enkele belemmering voor de autonomie van de stichting, die hem moet waarschuwen als de integriteit van de prins in het geding komt door ontwikkelingen bij het project. Kamerleden noemen dat belangenverstrengeling.

In zijn brief aan de Kamer schreef Balkenende gisteren dat de prins eigenaar is van de bouwrechten voor vier percelen. De vorige eigenaar van die percelen zou ze niet afzonderlijk hebben willen verkopen. Het prinselijk paar bebouwt slechts één perceel. Wat er met de andere percelen gebeurt is nog niet duidelijk.

Om het imago van het project te verbeteren werden de afgelopen maanden drie woordvoerders aangesteld, twee voor het bedrijf zelf en één voor de stichting. Ook prins Willem-Alexander zelf mengde zich enkele keren in de discussie. Op staatsbezoek in Mexico zei de prins tegen journalisten slapeloze nachten gehad te hebben van de discussie over het vakantiehuis. Hij toonde zich gekwetst door de openlijke twijfel aan zijn intenties. Zijn werk voor Nederland was voor hem het belangrijkste in zijn leven, zei hij. En dat werk kwam onder druk te staan, concludeerde hij in de brief van gisteren. „De voortgaande discussie kost een hoeveelheid tijd en energie die juist in deze tijden van crises aan andere zaken moet worden besteed.”

In een brief die Balkenende namens het paar voorlas tijdens het Kamerdebat over de kwestie op 8 oktober schreef de prins te beseffen dat het „ongelukkig” is dat na hun besluit tot de bouw van een luxe vakantievilla een economische crisis is ontstaan in Nederland. Ook in de brief van gisteren schreef de prins: „Die crisis was in februari 2007 niet te voorzien.” Anders zou die „een zware rol” hebben gespeeld bij de afweging om in het project te stappen.

Het huis van de prins moet in mei 2010 klaar zijn. Tot het huis en de drie percelen zijn verkocht blijft de minister-president dus betrokken bij het project, dat dit najaar zelfs kritiek kreeg uit onverwachte hoek: de voorzitter van de Oranjeverenigingen, Michiel Zonnevylle, zei het „zeer ongelukkig” te vinden dat was gekozen voor een arm land als Mozambique voor de bouw van een vakantievilla. Prins en premier stoorden zich aan de „beeldvorming” over het Mozambikaanse avontuur. Zelfs met drie woordvoerders én een verantwoordelijke minister-president bleek de zaak niet te houden.

Meer informatie over het project en de brief van prins Willem-Alexander op nrc.nl/binnenland