Griepvirus is een blijvertje

Iedereen die niet is gevaccineerd krijgt uiteindelijk Mexicaanse griep. Wim Köhler

Hoe kun je voorkomen dat je Mexicaanse griep krijgt? ‘Voorkom contact met mensen die griep hebben’ en ‘Was vaak uw handen met water en zeep.’ Dat zijn de twee eerste tips die de Nederlandse overheid geeft op de website grieppandemie.nl.

Maar is het waar? Kun je daarmee Mexicaanse griep echt voorkomen?

“Ik denk dat iedereen die griep uiteindelijk wel zal krijgen”, zegt theoretisch epidemioloog prof.dr. Hans Heesterbeek, verbonden aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. “Die maatregelen als handen wassen en contact vermijden zijn vooral belangrijk om de pandemie beperkt te houden in de periode dat er nog geen vaccin is.”

Heesterbeek bouwt wiskundige modellen waarmee hij het verloop van uitbraken van infectieziekten voorspelt. Hij kan ook uitrekenen hoe maatregelen als zieken vermijden, handenwassen en scholen sluiten (social distancing), vaccinatie en griepremmers (Tamiflu) de epidemie beïnvloeden.

VATBAAR

Wie zich niet laat vaccineren komt in de komende jaren de Mexicaanse griep toch een keer tegen. Zelfs een vaccin geeft geen waterdichte garantie. Heesterbeek: “Als dit jaar door aangepast gedrag weinig mensen griep krijgen, is er volgend wellicht een grotere uitbraak, doordat er meer mensen vatbaar zijn.”

Vorige grieppandemieën laten zien dat een nieuw virus niet zomaar verdwijnt. De laatste grieppandemie – de Hongkonggriep van 1968 – ontstond toen een voor mensen nieuw H3N2-influenzavirus opdook. Na één pandemisch jaar heeft dat virus zich als ‘wintergriepvirus’ gevestigd. Het muteert ieder jaar een beetje, reist met de seizoenen de wereldbol over, en is al 40 jaar lang om de twee à drie jaar het actiefste virus tijdens de wintergriepgolf. Het treft dan kinderen die tussen beide H3N2-griepgolven geboren zijn en mensen met een niet goed werkend afweersysteem.

“Vrijwel iedereen is inmiddels wel met dat circulerende H3N2 besmet”, zegt prof.dr. Marion Koopmans, hoofd van de afdeling virologie van het RIVM. Mensen die er ooit mee zijn besmet (en er wel of niet ziek van zijn geweest), of die er jaarlijks met de wintergriepprik tegen zijn gevaccineerd, worden meestal niet meer erg ziek van het H3N2.

Naast het influenza A H3N2-virus bezorgt al sinds 1977 ook een A H1N1 de wereldbevolking wintergriep. De H3N2 en H1N1 wisselen elkaar een beetje af. Een influenza B-virus steekt onregelmatig de kop op. Ook met die virussen, schatten de virologen, is inmiddels meer dan 90 procent van de Nederlanders besmet.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verwacht dat het nieuwe H1N1-virus dat de Mexicaanse griep veroorzaakt een blijvertje is. Op het zuidelijk halfrond, waar de winter voorbij is en de griep het land uit, heerste vooral de Mexicaanse griep en dook soms het H3N2-virus en influenza B nog op. Het oude H1N1-influenzavirus dat sinds 1977 onder de mensen was, lijkt te zijn verdrongen door de Mexicaanse H1N1.

Het voorlopige WHO-advies voor de samenstelling van het wintergriepvaccin voor het zuidelijk halfrond, dat de vaccinfabrikanten binnenkort gaan maken, is een combinatievaccin van A H3N2, influenza B en van het Mexicaanse A H1N1-virus. Of een combinatievaccin van A H3N2 en influenza B, en een tweede vaccin met alleen het Mexicaanse A H1N1.

ECHT GRIEP

Het is dus niet de vraag óf iedereen met de Mexicaanse griep wordt besmet, maar wanneer. En een belangrijker vraag is nog hoeveel mensen er echt ziek worden na de besmetting.

Afgelopen zomer was de verwachting dat in het eerste griepseizoen van de Mexicaanse griep in het ergste geval 30 procent van de mensen echt griep zou krijgen (een week ziek) en dat nog eens 30 procent van de bevolking besmet zou raken zonder ziek te worden. Tussenvormen zijn ook mogelijk: alleen rillerig, één dag koorts, twee dagen koorts en hoofdpijn, en hoesten.

De Europese infectieziektewaakhond ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control) heeft de verwachting in haar risk assessment version 6 (te vinden op www.ecdc.europa.eu) bijgesteld naar maximaal 20 procent zieken. In Nieuw-Zeeland en Australië werden nog minder mensen ziek, maar de mensen wonen er toch wat verspreid en de winters zijn er (nog) warmer dan hier.

BESMET

Minder mensen ziek dus. Voor de toekomstige uitbraken is dan de vraag: raakten er ook minder mensen besmet? Is de oorspronkelijke schatting van 60 procent besmettingen wél gehaald in die eerste Mexicaanse-griepgolf op het zuidelijk halfrond?

“Ja”, zegt Marion Koopmans, “dat wil iedereen nu weten. Dat is belangrijk voor vervolgadviezen over het vaccinatiebeleid. Maar er is bloedonderzoek voor nodig van een goede steekproef van de bevolking en ik heb daar nog geen resultaten gezien van onderzoeken onder de bevolking. Ik weet dat veel buitenlandse collega’s in landen waar al een flinke griepgolf is geweest ermee bezig zijn. Wij gaan het hier ook onderzoeken.”

HOE OUDER HOE BETER

Actueler is de vraag hoeveel 60-plussers nu eigenlijk weerstand hebben tegen de Mexicaanse griep. Amerikaans onderzoek (The New England Journal of Medicine, 12 november) liet zien dat veel mensen die voor 1950 zijn geboren afweer hebben tegen het Mexicaanse griepvirus. Dat wordt gemeten door mensen bloed af te nemen en te onderzoeken hoeveel afweermoleculen (antilichamen) in het bloed zich aan het griepvirus hechten. Hoe ouder de mensen, hoe beter hun afweer.

In China daarentegen bleken ouderen helemaal geen afweer tegen de Mexicaanse griep te bezitten. Althans niet op het platteland van de provincie Guangxi. In bloedserum van ruim 4.000 inwoners, in leeftijd variërend van 7 tot 84 jaar, werd nauwelijks een afweerreactie tegen het Mexicaanse-griepvirus gemeten (Emerging Infectious Diseases, november). De overwegend Chinese auteurs speculeren dat oudere Amerikanen de afweer te danken hebben aan hun herhaalde vaccinaties tegen de wintergriep.

Mede-auteur van dat Chinese artikel is viroloog prof.dr. Menno de Jong, tegenwoordig hoogleraar in het AMC in Amsterdam en ook nog verbonden aan zijn oude werkplek in het Hospital for Tropical Diseases in Ho Chi Minh Stad in Vietnam.

De Jong: “Zelf denk ik dat er nog wel andere verklaringen zijn. Misschien dat er in de Amerikaanse steden meer blootstelling aan verschillende griepvirussen is geweest dan op het dunbevolkte Chinese platteland. Maar het is onbekend of dat zo is.”

De Amerikaanse onderzoekers denken zelf dat de ouderen in hun onderzoek nog ‘afweerherinneringen’ hebben aan infecties met de directe nakomelingen van het H1N1-virus dat ooit de Spaanse griep veroorzaakte, de eerste grieppandemie van de twintigste eeuw. Dat H1N1-virus bleef tot 1957 als gewoon wintergriepvirus onder mensen circuleren. Toen is het verdrongen door het H2N2-virus van de Aziëgriep, de veroorzaker van de tweede pandemie in de vorige eeuw.

Een eiwit in het Mexicaanse-griepvirus dat erg bepalend is voor de reactie van het menselijk afweersysteem – het hemagglutinine, afgekort H – lijkt nog behoorlijk op het H dat in het virus van de Spaanse griep zat.

OVEREENKOMST

De Jong: “Het HA-gensegment van het Mexicaanse griepvirus dat voor hemagglutinine codeert, komt uit een varkensgriepvirus dat, net als het HA van de menselijke wintergriepvirussen van voor 1957, direct afstamt van het Spaanse griep-virus. De HA-segmenten in de huidige wintergriepvirussen hebben die overeenkomst veel minder.”

“Theorieën zijn er genoeg, maar afgezien van die onderzoeken uit de VS en China zijn er nog geen gegevens”, zegt Marion Koopmans, hoofd van de RIVM-virologie-afdeling waar wordt bijgehouden welke virussen in Nederland rondwaren en ziekte veroorzaken. “We weten nog niet of oudere Nederlanders beschermd zijn tegen de Mexicaanse griep. Dat wordt onderzocht in een steekproef waarvoor bloed is afgenomen van bijna 400 mensen in Nederland van verschillende leeftijden. Dat bloed gaan we nu testen.”

De ECDC verwacht deze griepwinter alvast veel minder griepdoden onder ouderen. Het totaal aantal doden zal net zo hoog uitkomen als in een ‘gewoon’ griepseizoen (ca. 800, zie kader). De ECDC verwacht dus relatief meer jongeren onder de doden.