'Gokken geeft een enorm gevoel van vrijheid'

John Appel, bekend van zijn film over André Hazes, maakte een documentaire over zijn vader en andere gokverslaafden: „De gokker durft langs de rand van de afgrond te gaan.”

Een echte gokker speelt altijd een versie van Russische roulette, zegt een doorgewinterde pokerspeler aan het begin van The Player, de nieuwe documentaire van regisseur John Appel. Wie echt aan gokken is verslingerd, gaat het niet om een paar honderd euro winst of verlies – de ware gokker zet altijd zichzelf op het spel.

The Player, die vanavond in première gaat tijdens het documentairefestival IDFA, is de eerste documentaire met een persoonlijk verhaalelement van Appel, die eerder onder meer het succesvolle Hazes. Zij gelooft in mij maakte, over volkszanger André Hazes. The Player gaat over Appels vader, die dertig jaar geleden overleed en een verwoed gokker was, die van zijn hele leven een spel maakte. De film is geen nauwgezette reconstructie van het leven van Appel senior. Appel portretteert ook andere gokkers, waarin hij een glimp van zijn vader meent te ontwaren: een bookmaker op de paardenrenbaan Duindigt, de eerdergenoemde pokerspeler die speelt in het casino van San Remo en in een illegaal gokhuis in Amsterdam, en een gokverslaafde oplichter, die achter de tralies is beland van de koepelgevangenis in Haarlem.

Appel stond aanvankelijk sceptisch tegenover het genre van het egodocument, dat de laatste jaren aan een stevige opmars bezig is. „Vaak denk ik bij zulke persoonlijke films: waarom heeft de maker dat niet gewoon aan zijn kennissen en vrienden verteld? Ik wilde deze film zo maken dat het over méér zou gaan dan alleen over mijn vader. Een documentaire mag ook geen vorm van therapie zijn. Ik ben met deze film geen trauma aan het verwerken, want dat heb ik helemaal niet.”

De film bevat inderdaad veel meer dan alleen een persoonlijk portret. Appel weet heel precies inzichtelijk en invoelbaar te maken waaruit de grote aantrekkingskracht van het gokken bestaat, ook voor wie zelf nog nooit een casino heeft betreden. Hij doet dat zonder enig moralisme en ook zonder op zoek te gaan naar eenvoudige, sluitende psychologische verklaringen voor de gokdrift van zijn vader, een makelaar die veel vrije tijd doorbracht bij de paardenrennen en in het casino van Zandvoort.

Het woord ‘gokverslaving’ heeft hij in de film zorgvuldig gemeden. „Dat vind ik een te beperkte term. Waar het mij om gaat, is een hele levensstijl: een manier om in de wereld te staan, waarbij alles onderdeel wordt van het spel.”

In de film zegt Appel er niets over, maar hij heeft wel een verklaring voor de gokdrift van zijn vader, die uiteindelijk leidde tot forse maatschappelijke en financiële problemen. „Mijn vader is van jongs af aan omringd geweest door sterfgevallen. Hij is al vroeg zijn ouders kwijtgeraakt en verschillende van zijn broers en zusters zijn overleden. Dat heeft hem gevormd. Als je toch alles al kwijt bent geraakt, dan kan verlies in het spel je niet meer deren.”

Wat alle gokkers gemeen hebben, zegt Appel, is dat ze aan het gewone, dagelijks leven niet genoeg bevrediging ontlenen. „Gokken is een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar de tragiek van mijn vader is: wat hij misschien miste in zijn gewone leven, heeft hij ook aan de roulettetafel niet gevonden. Wat ik door deze film heb ontdekt, is dat mijn vader veel eenzamer was dan ik altijd had gedacht. Bijna niemand wist echt iets van hem.”

De essentie van de psychologie van de gokker is volgens Appel: altijd doorgaan waar ieder ander zou stoppen. „De gokker durft langs de rand van de afgrond te gaan. Dat geeft een enorm gevoel van vrijheid. Dat het ook mis kan gaan, neemt zo iemand voor lief. Bij een echte gokker is aan zijn gezicht niet te zien of hij wint of verliest. Ik was altijd trots op mijn vader, als hij grote bedragen verloor op Duindigt zonder een spier te vertrekken. Mijn vader was gul, maar dat waren sommige andere vaders ook. Maar dat hij zo goed zijn verlies kon nemen, dat maakte hem in mijn ogen uniek. Gokkers beheersen de kunst van het verliezen.”

Het gokvirus is ook aan Appel zelf niet geheel voorbij gegaan, al zegt hij zich goed te kunnen beheersen. „De mannen in de film zagen bij de interviews aan de blik in mijn ogen meteen dat ik precies begreep waar ze het over hadden. Daarom praatten ze ook gemakkelijker met mij. Maar de bookmaker in de film, Harry Engels, zei later tegen mij: jij bent helemaal geen gokker, want je hebt een vrouw, je hebt een kind en je hebt leuk werk. Je bent gelukkig. Dan kun je geen echte gokker zijn.”