Generatie Gilles

„De generatie Gilles de la Tourette.” Zo heeft de columnist en voetbalkenner Hugo Borst deze mensen genoemd. In een televisieprogramma. Gilles de la Tourette (1857-1904) was een Franse arts die het naar hem genoemde psychisch syndroom heeft beschreven. De patiënten maken plotseling heftige bewegingen, knipperen met hun ogen, vertrekken hun gezicht, barsten uit in zinloze kreten, ze schreeuwen scheld- en schuttingwoorden, obscene en seksistische taal. Dit laatste symptoom heeft een aparte naam: coprolalie. Al deze wetenschap schrijf ik over uit de Wikipedia.

Nu ga ik niet verklaren dat de nieuwe generaties volgens de definitie van dr. Gilles min of meer geschift zijn. Ik gebruik zijn naam overdrachtelijk, ik begeef me niet op psychiatrische paden. Dat zeg ik er voor alle zekerheid bij, om te voorkomen dat vakmensen me boze mails en brieven gaan schrijven. Zoals zoveel mensen wil ik het risico vermijden dat ik word uitgescholden. Niet omdat ik bang ben voor mensen die opeens laten weten dat ik een kankerlijer of een tyfushond ben. Wie wordt uitgescholden ervaart een ongemak, vergelijkbaar met wat je voelt als de douche plotseling van gewoon warm op koud overgaat. Daar heb ik geen zin in.

Dat schelden, spugen, op je voorhoofd wijzen, middelvinger opsteken, kopstoten uitdelen, knallen voor de kanus geven, in elkaar slaan, de gebruiken van de penoze steeds verder tot het normale maatschappelijke verkeer doordringen, is oud nieuws. Je ziet het ook in het taalgebruik. Als een paar auto’s botsen zeg je dat ze tegen elkaar zijn geknald. Een voorstel wordt niet afgekeurd maar van tafel geveegd. Harde kritiek op iemand geven is uithalen naar. De omgangsvormen worden directer, zeggen we eufemistisch. Dat is het merkwaardige: steeds meer mensen bejegenen elkaar steeds onbeschofter. Het wordt bevorderd tot een verschijnsel, en dat wordt dan weer zo omzichtig mogelijk omschreven.

Valt er nog iets aan te doen? Nee. Het is een hopeloze zaak. Ver terug in de vorige eeuw heeft Andy Warhol een nieuwe universele wet geformuleerd. Iedereen heeft er recht op een kwartier wereldberoemd te zijn. Bij grote talenten gaat het vanzelf. Het begint met een kwartier en misschien duurt het een eeuw. Maar Warhol heeft ontdekt dat wereldberoemdheid een kwaliteit was die gedemocratiseerd kon worden. Kleine talenten, nul talenten konden ook aan de bak als ze daar zin in hadden. Maar hoe? Viel schreien ist besser als sehr klug sein, zei de Oostenrijkse schrijver Arnolt Bronnen (1895-1959).

De jaren zestig braken aan, daarna kwam het ik-tijdperk, de kerken raakten in een durende crisis, de politieke partijen volgden en daar stond de mens van de moderniteit, moederziel alleen met zijn recht op wereldberoemdheid. Viel schreien. Dat leek de beste oplossing, maar je moet wel heel hard schreeuwen om overal ter wereld gehoord te worden. En toen kwamen Bill Gates en al die andere jonge whizzkids. Ze legden de elektronische snelweg aan, daaruit werd internet geboren, zo ontstond e-mail, de ene vondst baarde de andere. Twitter, Hyves, FaceBook, en er komt nog meer.

Het praktische gevolg is dat iedere laptopper iedere dag de wet van Warhol in de praktijk kan brengen. Maar het treurige is dat het talent niet democratisch verdeeld is. Het blijft even schaars als in de tijd van Willem de Zwijger, bijvoorbeeld. Dan is de enige oplossing: meer schreeuwen, meer schelden, meer mensen beledigen om tenslotte de hele wereld te laten weten dat je van top tot teen in al je vervaarlijkheid aanwezig bent. De grootste ellende wordt veroorzaakt doordat de mensen niet in staat zijn rustig in hun kamer te blijven, zei Pascal. Nu hoeven ze er de deur niet meer voor uit. Zo is de generatie Gilles de la Tourette geboren.