FNV verliest in AOW-debat

De vakcentrale FNV blijft protesteren tegen verhoging van de AOW-leeftijd. Maar de strijd tegen werken tot je 67ste lijkt al verloren.

De grootste vakcentrale FNV heeft het zwaar. Voorzitter Agnes Jongerius beloofde in maart nog vol zelfvertrouwen dat de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar van tafel zou gaan. Toch koos het kabinet vorige maand voor die verhoging. Als reactie gaan FNV’ers vandaag in Rotterdam, Eindhoven, Assen en Deventer de straat op om tegen de verhoging te pleiten. De vraag is of het nog zin heeft.

Een grote meerderheid van het parlement staat achter het kabinetsplan om de leeftijd naar 67 jaar op te trekken. Ook al worden bij de uitvoering ervan flinke vraagtekens geplaatst, bleek vorige week tijdens het debat over de toekomst van de AOW.

De coalitiepartijen CDA, PvdA en CU houden vast aan hun voorstel. Ook verschillende oppositiepartijen als VVD, D66 en GroenLinks zijn voor langer doorwerken, alleen kiezen ze elk voor een andere manier om dit te bereiken.

Maar het parlement beseft dat de dramatische financiële situatie van de overheid nog wordt versterkt door de extra kosten die de vergrijzing met zich meebrengt. Het bedrag dat de staat nu al moet bijpassen aan de AOW omdat de premies tekortschieten, groeit jaarlijks.

Daarnaast staat de almaar stijgende levensverwachting niet meer in verhouding tot de eindstreep van 65 jaar die in 1957 werd getrokken toen het ouderdomspensioen van de staat werd ingevoerd.

Ook in de bevolking lijkt de stemming om te slaan. Sinds maart noteerde opiniepeiler Maurice de Hond een gelijk aantal voor- en tegenstanders. Maar zijn jongste peiling, die in oktober bekend werd gemaakt, wijst voor het eerst op een meerderheid die de noodzaak van de maatregel kennelijk begint in te zien.

De FNV’ers die vandaag de straat opgaan om langer doorwerken te voorkomen, voeren een verloren strijd. Ze doen het toch, in naam van het Nederlandse volk, zoals ze zelf zeggen. Maar een belangrijk deel van dat volk wordt in beslag genomen door zorgen over de verreikende gevolgen van de economische crisis.

Het dieptepunt van de grootste naoorlogse economische recessie mag achter de rug zijn, de zware buien zijn nog niet overgetrokken. Dat blijkt uit de miljarden die minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) opnieuw moet uittrekken om ABN Amro gaande te houden. Het blijkt ook uit het feit dat de banken maar nauwelijks geld uitlenen aan bedrijven. De investeringen van het bedrijfsleven in het derde kwartaal zijn met ruim 14 procent fors gedaald.

„De crisis is nog niet voorbij”, zei Jean-Claude Trichet, directeur van de Europese Centrale Bank deze week. Het lichte herstel is vooral toe te schrijven aan de overheidssteun. En als de voorspellingen van het Centraal Planbureau en het Internationale Monetaire Fonds uitkomen, staat Nederland een forse ontslaggolf te wachten. Zeker als de regeling voor deeltijd-WW binnenkort wordt beëindigd.

Een belangrijk deel van de Nederlanders heeft kopzorgen over het dreigend verlies van hun baan. Het enorme loonoffer van 16 tot 25 procent dat twee metaalbedrijven in Delfzijl, Aldel en Zalco, van hun personeel vragen omdat ze het hoofd niet boven water kunnen houden, lijkt een voorbode van een onontkoombare sanering.

De FNV doet er goed aan de energie te verleggen van acties tegen 67 naar meepraten over hoe langer werken kan worden bereikt. De arbeidsmarkt verandert ingrijpend en vraagt om een grotere variëteit aan arrangementen. Een collectieve benadering van ‘zware beroepen’ is een doodlopende weg op een arbeidsmarkt waarbij inzetbaarheid van individuele werknemers in toenemende mate centraal staat. De groep flexibele werknemers (zes op de tien) zal alleen maar toenemen.

De uitwerking van plannen voor een gericht loopbaanbeleid door bonden en werkgevers is essentieel om alleen al de arbeidsmarkt voor 45-plussers in beweging te krijgen.

Neem het voorstel van hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg. Om de inzetbaarheid van werknemers te vergroten raadt hij een ‘transitiebudget’ aan, een scholingsbudget van enkele duizenden euro’s. Mensen kunnen dat geld zelf aan scholing besteden. Want alleen versterking van de weerbaarheid van werknemers, stimuleert ook grotere mobiliteit op de arbeidsmarkt.

De flexibele arbeidsmarkt in Denemarken, die een mobiliteit kent naar Amerikaans model, toont aan dat met grotere inzetbaarheid ook de existentiële angst voor ontslag afneemt.

En hoe staat het met de positie van de groeiende groep zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp’ers), die vaak vele jaren premies hebben betaald maar door de zelfstandigheid het meeste kwijtraken?

Begrippen als solidariteit en sociale rechtvaardigheid hebben in de moderne arbeidsmarkt een andere betekenis. De bonden kunnen daar samen met werkgevers invulling aan geven.