Doe de test en kies een kist

Het duo Houtekamer & Van Santen test elke maand een product. Deze keer: grafkisten.

De grafkist van een vriend was met satijn bekleed. De man, een „boom van een vent”, lag tussen de glanzende ruches. „Hoe kun je dat nou doen?” dacht Jenny Grooters. De familie had er niet over nagedacht.

Jenny zou hen nu een bekleding van ruw katoen adviseren. Iets wat past bij een stoere man.

Samen met haar man Bert handelt ze in kisten, grafmonumenten en urnen, en in accessoires als gravures, kaarsen en bloembakken. Groothandel Grooters Almelo begon met roestvrijstalen rekken voor het opbaren, nu verkoopt het alles voor de uitvaart.

Die uitvaartbranche innoveert. De 370 mensen die gemiddeld per dag in Nederland sterven, kunnen zich laten verpakken in een ecokist, baarkleed, doe-het-zelfkist, vilten cocon of wilgentenen grafmand. Of in een Amerikaans mahoniehouten model met half-scharnierend deksel van achtduizend euro. Toch, zegt Grooters, willen de meeste mensen een gewone kist.

Maar welke kist? Vier dilemma’s voor wie de keuze moet maken.

1. Voor even of voor de eeuwigheid?

De opvallendste kist in de showroom in Almelo is geen kist. Het is een kartonnen doos, van Seker Uitvaart Solutions. Wie zich daarin op het kerkhof of in het crematorium begeeft, heeft een duidelijke laatste boodschap. Die verwelkomt het verval. Zo’n doos, vertelt Bert Grooters, is in een paar maanden vergaan.

De kartonnen doos mist elke opsmuk. Er zitten alleen een paar gaten aan de zijkant, om kunststoffen handvatten te bevestigen. Er kan tot 150 kilo in. Verder is de doos een doos. Mooi? Nou en of, vindt Houtekamer, die het deksel eraf trekt. „De een vindt het iets voor sinaasappels, de ander vindt het prachtig”, reageert Grooters.

Metalen kisten gaan het langst mee, maar die mogen niet in Nederland. Te vervuilend. Massief hout, leren we, is het best houdbare alternatief: dat blijft tot wel enkele jaren goed onder de grond. Niet dat het uitmaakt, elke kist houdt het tot en met de uitvaart uit. Maar nabestaanden letten erop.

Wie massief kiest, komt meestal bij eikenhout uit. In de showroom staat er eentje. Hij voelt zwaar en statig aan. En prijzig – duizend euro is gebruikelijk. „Mensen die daarvoor kiezen, willen het beste, het mooiste”, zegt Jenny Grooters. „Het is status.” Om uiterlijk gaat het niet, vindt ze. Alleen de kenner ziet het verschil tussen massief eiken en eiken fineer. Dat is spaanplaat met een laag hout erover.

Geen spaanplaat, maar ook geen ruim budget? Dan is de vederlichte catalpahouten kist van Unigra de oplossing. Bert sjouwt de noviteit in z’n eentje de trap op. We kunnen ’m met één hand tillen. Een andere betaalbare massieve kist is het vuren exemplaar van AkidiA: circa 680 euro.

2. Bijzonder of net als bij de buren?

De Nederlandse standaardkist is eiken fineer. Een degelijke kist, voor een vriendelijke prijs. Hij staat midden in het kistenrijtje in de showroom. Jenny: „Mensen willen weten: wat is normaal?” Bert: „Die zeggen: bij de buren zag het er netjes uit. Daar willen we ons ma ook wel in wegbrengen.”

Begrafenisondernemers – uitvaartleiders, zeggen Jenny en Bert – helpen nabestaanden met kiezen. „En dat is ook hun taak; ze moeten mensen op weg helpen.”  In de klapper of op de laptop staan vaak maar zo’n vijftien stuks. Meestal is dat genoeg.

Maar niet bij jonge doden, zegt Jenny. Dan is er grotere behoefte aan een persoonlijke kist. Zoals van ruw steigerhout, van riet, met een airbrushschildering van de Erasmusbrug erop. Of beschilderd met schoolbordverf, waar de nabestaanden iets op kunnen schrijven.

Uitvaartondernemers hebben hun eigen smaak, vertellen de Grooters. Eén van hun klanten houdt van persoonlijke boodschappen in het deksel. „Die doet altijd de binnenkant.”

Zit de juiste kist er niet bij, vraag er dan naar. Het is altijd mogelijk om een kist te bestellen die niet in het standaardassortiment zit, ook op korte termijn. Dat kan wel duur worden.

3. Van de verzekering of uit eigen zak?

Begraven is duur. Een beetje opgetuigd kan het wel zo’n tienduizend euro kosten. Wie z’n begrafenis of crematie verzekert, kan kiezen voor uitbetaling in natura of in geld. Bij de eerste optie, vertelt Bert Grooters, is het opletten wat de verzekeraar onder een ‘standaardkist’ verstaat. Welke kist, welk bedrag staat er tegenover, hoeveel moet er worden bijgelegd voor een luxere variant?

4. Stoer of chique?

„Mijn opa werd onder een glazen plaat opgebaard”, vertelt Houtekamer. Haar nichtje at beschuitjes bij haar dode opa en af en toe viel er een kruimel op de glasplaat. „Opbaren als Sneeuwwitje”, zegt Bert Grooters „is meer iets van vroeger. Onder een glazen plaat kon je de overledene beter goed houden. Opbaren ziet er nu steeds normaler uit.”

Bij de klassieke uitvaart, bedoelt hij, ligt de dode er chique bij. Soms onder een glasplaat, vaak in een kist met satijnen bekleding. In de showroom in Almelo ligt zelfs een wit glanzend doodshemd, in plastic verpakt. Nee, die worden niet veel meer verkocht.

De trend is nu zo natuurlijk mogelijk. Voor de binnenbekleding is er glad of grof geweven katoen. Het hoofd rust op een zacht kussen, zonder zaagsel of papier. Niet dat de eindgebruiker daar iets van merkt, maar „het is een gevoel tussen de oren”. De kist mag een beetje stoer zijn: karton of steigerhout, of met roestvrijstalen handgrepen. Onze handen glijden over de donkerblauw gespoten Unigra Arti, met chique bekleding. Een mannenkist, vinden we.

De favoriet van Bert Grooters is (na een volledig roestvrijstalen kist) de ‘opbaarplankkist’, ook van Unigra: licht populierenhout, glad en strak afgewerkt. Mix van stoer en subtiel.

En goed bedacht. Het is een lage kist, waar de dode niet zo diep in ligt – alsof hij op bed is opgebaard. Er gaat een hoog deksel overheen. Van Santen en Houtekamer knikken. Hier voelen ze wel wat voor.