De wilde schilder

Er waren in ieder geval twee schakers die aan het eind van het Tal Memorial in Moskou zeer tevreden konden zijn. Natuurlijk Vladimir Kramnik, die het toernooi won, maar ook Magnus Carlsen.

Carlsen had eerst zeven remises gemaakt en daarna de laatste twee partijen gewonnen. Het bracht hem op de eerste plaats van de virtuele wereldranglijst. Geen officiële lijst, wel de meest nauwkeurige momentopname.

Het verschil tussen Carlsen en Topalov is 0,6 punt, in feite vrijwel niets. Toch onderstreept het de onstuitbare opmars van de 18-jarige jongeman. Hij stond al eens eerder op de eerste plaats, maar toen was het maar voor één dag, midden in een toernooi. Nu duurt het langer.

Na het Tal Memorial was er in Moskou nog een luchtiger voorstelling, het wereldkampioenschap snelschaak, een driedaags toernooi van 42 ronden. Carlsen won met drie punten voorsprong op Anand. Een kleintje, maar zijn eerste wereldtitel is binnen.

Over Kramnik zijn de afgelopen jaren wel eens grapjes gemaakt die hem zijn voorzichtige stijl inpeperden. Hij werd ‘mijnheer plus twee’ genoemd, of nog venijniger ‘de schilder’.

Dat ‘plus twee’ sloeg op de minimalistische wijze waarop hij soms toernooien won. Veel risicoloze remises en dan twee winstpartijen als de tegenstanders wat kruimeltjes lieten vallen. Kramnik verweerde zich door te zeggen dat een kunstenaar zich niet kan laten leiden door de wensen van het publiek. Hij doet wat hij naar eigen inzicht moet doen. ‘Een schilder schildert’.

Als Kramnik in het Tal Memorial schilderde, dan was het in de stijl van de Nieuwe Wilden. Hij speelde avontuurlijke partijen en won drie keer. In zo’n sterk gezelschap zou ‘mijnheer plus drie’ een eretitel zijn.

Zijn partij uit de laatste ronde tegen Vasili Ivantsjoek was bijzonder spannend. In de dagen dat Ivantsjoek zijn hygiënische mondkapje had gedragen, had hij een tussensprintje van 2,5 punt uit 3 partijen gemaakt, wat hem samen met Anand een half punt achter Kramnik bracht.

In die laatste ronde was Anands stelling al gauw een puinhoop. Het ging dus tussen Ivantsjoek en Kramnik; als Ivantsjoek de onderlinge partij won, won hij ook het toernooi.

Tegen de geweldige koningsaanval die Ivantsjoek opzette was Kramniks verdediging een monument van koelbloedigheid. Hij zei na afloop dat hij geen duidelijke winst voor Ivantsjoek had gezien, en dat zal wel waar zijn, maar dat er echt geen winst heeft ingezeten, is nauwelijks te geloven.

Vasili Ivantsjoek -Vladimir Kramnik, Tal Memorial Moskou

1. Pf3 d5 2. d4 Pf6 3. c4 e6 4. Pc3 dxc4 5. e4 Lb4 6. Lg5 h6 Een ongebruikelijke en vrij riskante zet. Zwart krijgt het loperpaar, maar het kost hem veel tijd. 7. Lxf6 Dxf6 8. e5 In een eerdere ronde deed Aronian tegen Kramnik 8. Lxc4 c5 9. e5 Dd8 10. d5, maar hij bereikte geen voordeel. 8...Dd8 9. Da4+ Pc6 10. Lxc4 Ld7 11. Dc2 Pa5 Zo actief mogelijk. Na het meer solide 11...Pe7 gevolgd door 12...Lc6 zou wit een klein voordeel hebben. 12. Ld3 c5 13. dxc5 Tc8 14. a3 Lxc5 Zwart hoeft niet bang te zijn voor stukverlies, want 15. b4 Lb6 16. bxa5 Lxa5 gaat niet voor wit. 15. 0-0 0-0 16. Tad1 Le7 Zwart moet oppassen. Na meteen 16...Dc7 is 17. b4 wel goed door de ongedekte positie van Ld7. 17. De2 Hier was ook 17. Lb5 een aantrekkelijke zet, want na 17...Pc6 18. De4 zou wit nog iets beter staan dan in de partij. Waarschijnlijk had Kramnik zijn dame geofferd met 17...Lxb5. 17...Dc7 18. De4 g6 19. Dg4 Kg7 Zwart loopt op kousevoeten. Na 19...Lc6 kan wit met 20. Lxg6 Lxf3 21. Lxf7+ een kansrijk offer brengen. 20. Pe2 Lc6 21. Pf4 Tg8 Zwart zou graag een aanvalsstuk elimineren, maar hij heeft geen tijd: na 21...Lxf3 volgt sterk 22. Pxe6+ 22. Pd4 Nog een stuk in de aanval, maar er waren ook manieren om meteen toe te slaan. 22. Pxg6 zou fout zijn wegens 22...Lxf3, maar zowel 22. Lxg6 als 22. Pxe6+ lijkt zeer kansrijk. Zie diagram volgende kolom.

Dit is ook niet mis. Het is bijna onvoorstelbaar dat zwart hier nog levend uit kan komen. 22...Kh7 23. h4 Wit mist zijn kans. Het was tijd voor harde actie met 23. Pdxe6. Na 23...fxe6 wint wit dan met 24. Pxg6 en na 23...Dxe5 24. b4 is zowel 24...Df6 25. bxa5 fxe6 26. Tfe1 als 24...Pb3 25. Tfe1 Df6 26. b5 Ld7 27. Pd5 Dh4 28. Pg5+ Lxg5 29. Dxd7 goed voor wit. 23...Dxe5 24. h5 Ook hier kon 24. Pdxe6 nog, maar er gaat na 24...Df6 niet veel kracht meer van uit. 24...Kh8 Eindelijk een veilig plekje. 25. Pxc6 Jammer maar noodzakelijk. Na 25. hxg6 kan zwart 25...Dxd4 doen. 25...Pxc6 26. hxg6 f5

Zwart is buiten gevaar. 27. g7+ Na 27. Df3 Pd4 zou zwart beter staan. 27...Txg7 28. Pg6+ Kg8 29. Pxe5 Remise. In het eindspel heeft wit genoeg compensatie voor zijn pion, maar niet meer dan dat.

Schaakopgave

Ana Srebrnic - Silvia Mazariegos, Olympiade Dresden 2008. Wit begint en wint.