De stelling van Gert Spaargaren en Peter Oosterveer: De groene moraal is vaak simplistisch

Milieuorganisaties zouden veel vaker Groene Sint-achtige acties moeten organiseren want het is teleurstellend dat bij de Hema en Jamin niks duurzaams te vinden is, zeggen Peter Oosterveer en Gert Spaargaren tegen Folkert Jensma.

Oxfam Novib zegt in de ‘Groene Sint’-actie dat maar 15 procent van de chocoladeletters ‘duurzaam’ is. Op hun site mag ik Jamin-winkels bekladden. Moet dat nou zo?

Spaargaren: „Ja, die actie is erg goed. Niet dat je nou Jamin moet bekladden, maar het moment klopt, voor de sinterklaasinkoop, en het geeft onderbouwd aan dat winkelketens meer aan duurzaamheid kunnen doen. Het is toch teleurstellend dat er bij de Hema en Jamin niks is te vinden? En bij Albert Heijn een klein beetje. De groene consument kan daar dus niet uit de voeten.”

Volgens retailers zit de klant ‘niet te wachten’ op groene producten.

Spaargaren: „Supermarkten zeggen dat ze niet te ver voor de groene muziek uit kunnen gaan lopen. Maar als er groene producten beschikbaar zijn, dan verwachten wij een respectabele afspiegeling daarvan in de winkel. De winkels moeten tot groene aankoop verleiden. Ze zijn nu veel te afwachtend. Ze roepen wel dat er een doorbraak met duurzame producten naar het publiek moet komen. Maar begin er dan aan! Er is aan duurzaam assortiment veel meer beschikbaar.”

Tegelijk zijn er wel producenten die radicaal kozen voor duurzaamheid, zoals Mars, Verkade en Cadbury. Waarom aarzelen winkeliers?

Oosterveer: „Sommige producenten zijn echt bezorgd. ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen’ is geen modeverschijnsel meer. Het begint core business te worden. Met slavernij in de cacaoproductie willen die producenten niks te maken hebben. Door te kiezen voor Fair Trade is er minder risico op slechte publiciteit.” Spaargaren: „Er zijn inmiddels ook volledig groene (Eko-)supermarkten. In de wit- en bruingoedsector heeft BCC een echt goede campagne voor duurzamer producten. Een bedrijf als Ikea kiest voor duurzaamheid, maar die vertelt dat de consument weer niet.”

Is dat idealisme of marketing?

Spaargaren: „Mij maakt dat niet uit. Als er uiteindelijk in het schap maar groen aanbod komt dat controleerbaar is en vertrouwen wekt. De consument is niet achterlijk. Als het een verkooppraatje is, wordt dat wel doorgeprikt.”

Moet ik in die Groene Sint van Oxfam Novib geloven?

Spaargaren: „Nou, je moet accepteren dat ngo’s op onconventionele manieren de consument als breekijzer voor verandering gebruiken. In het verleden werd de macht van de consument te weinig gebruikt. Milieuorganisaties zouden veel vaker Groene Sint-achtige acties moeten organiseren.”

En ik voel me al zo schuldig, over gloeilampen, batterijen, autorijden, vlees eten, etcetera. Die zachte herfst zal ook wel mijn schuld zijn. Ik ga gebukt de supermarkt in.

Spaargaren: „Als je met dat gevoel iets wilt doen, word je op je wenken bediend. We gaan nu van een voedselregime waar alleen op de prijs wordt gelet, naar een systeem waarin ook allerlei andere elementen worden meegewogen. Maak je je zorgen over dierenwelzijn dan moet je in het schap dáár zijn. Over pesticide of slavernij? Dan koop je dát product. Er zijn labels en systemen als Fair Trade, Puur & Eerlijk, Ecologisch. Er is iets te kiezen. De informatiestromen bij duurzame producten komen op gang. Die markt gaat goed. De groei is 10 tot 20 procent per jaar. Fair Trade is wereldwijd een trend.”

Maar ik heb nooit tegen AH gezegd dat ik meer groene producten wil.

Spaargaren: „De druk vanuit de consument is er wel degelijk. Er zijn Eko-tellingen waarbij vrijwilligers groene producten in de supermarkt inventariseren. Je kunt op internet de score van jouw plaatselijke supermarkt opzoeken. Dan blijkt dat naast AH ook Jumbo en Plus er echt werk van maken. Bedrijven die laag scoren houden er een negatief imago aan over. Dat soort instrumenten willen wij graag vanuit de wetenschap verder ontwikkelen. Daarom is die chocoladeletteractie zo aardig. Je gebruikt consumenten en hun koopkracht om groene producten te stimuleren. ‘Politiek consumeren’ voor een duurzamer wereld dus.”

Vorige week liet een AH-functionaris zich ontvallen dat een duurzaam assortiment door de wetgever afgedwongen moet worden. Anders komt die doorbraak er niet. Moet de politiek bepalen wat ik mag eten?

Spaargaren: „Het komt vaker voor dat bedrijven vragen om marktregulering. Men wil graag een ‘green level playing field’. Philips heeft het gedaan, en de auto-industrie natuurlijk. Men wil best verder, maar alleen als anderen worden verplicht om gelijk mee op te lopen. Het is eigenlijk grappig dat ze dit vragen, want onze ministers van Landbouw en Milieu willen juist dat de markt het zelf uitzoekt.”

Moet minister Verburg (Landbouw, CDA) voorschrijven hoeveel stroom de boer aan mijn sperziebonen mag besteden?

Spaargaren: „Ze zou kunnen zeggen dat binnen vier, vijf jaar 25 procent van het assortiment in een supermarkt duurzaam moet zijn. Andere landen doen dat al. In Engeland bestaat klimaatwetgeving over CO2-uitstoot. Voedsel heeft daar een behoorlijk aandeel in. Dat is lang onderschat. De Britse AH, Tesco, is met carbon labeling begonnen. Die willen straks op ál hun producten aangeven hoeveel uitstoot ermee gemoeid was. In Nederland vindt men dat te ingewikkeld.”

Oosterveer: „En het argument is dan dat de consument daar niet op zit te wachten. Dat is niet terecht, want de consument is bezorgd. Maar weet niet wat je met je voedselkeuze aan het klimaat kunt doen.”

Behalve als-ie gewapend met de viswijzer, de vleeswijzer én de Eko-telling de schappen afspeurt naar labels van Fair Trade en Puur & Eerlijk.

Spaargaren: „Er wordt op allerlei fronten getrokken en geduwd. Bij elke bezoek aan de supermarkt zijn er nieuwe labels. Sommige labels zijn niet eenduidig. Ze berusten altijd op aannames over wat je meetelt in je duurzaamheidsbalans. Soms is het verwarrend voor de consument.”

En dus?

Spaargaren: „..moet het systematiseren en controleren van alle informatie in handen komen van een onafhankelijke organisatie. Bijvoorkeur een samenwerking van een milieuorganisatie en een retailer.” Denk aan de FSC- en het MSC-labels.”

Dan krijgt de klant alleen het verschil tussen ‘goed’ en ‘fout’: met label of zonder. Leuk voor de winkelende calvinist met een schuldgevoel, maar de gewone consument bereik je zo niet.

Oosterveer: „Daarom moet er echt een bodem in de markt komen voor milieukwaliteit. En daarboven moet je een aantal ‘gradaties in groen’ aanbieden. Dat mogen best grove verschillen zijn.”

Spaargaren: „Er moet iets te kiezen zijn. Tussen licht- en donkergroen mogen best twee of drie verschillende niveaus zitten. En het is dan aan mij als consument om te bepalen wat ik over heb voor een meer of iets minder duurzaam product.”

Nu roept minister Verburg dat Nederland in 2015 ‘koploper’ bij duurzaam voedsel zal zijn. Geweldig toch, niet?!

Spaargaren: „Ja, als het waar is. Maar de praktijk? Tot nu toe was er alleen een convenant, maar nauwelijks harde maatregelen. Alleen het inkoopbeleid van het ministerie zal voortaan op duurzaamheid berusten. Internationaal lopen we niet voorop. In het Verenigd Koninkrijk zijn de afspraken forser en minder vrijblijvend.”

Oosterveer: „In Zweden wordt voedsel al vrijwillig gelabeld op duurzaamheid en CO2-uitstoot. Zo creëren ze standaarden waar het bedrijfsleven op kan inspelen.”

Maar vrolijk word je niet van een pak melk met een CO2-label.

Spaargaren: „Dat zit ons ook wel dwars. Het groene leven wordt niet echt stralend gepresenteerd. Er wordt weinig fantasievol over de meerwaarde van het groene kwaliteitsvoedsel gepraat. Voedsel is genieten, verwennen. Kijk naar de topkoks, de sterrencultuur, de belangstelling voor koken.”

Oosterveer: „Als het lekker is dan mag het niet. Dat is nu het imago van ‘groen’.”

Spaargaren: „De consument wil niet alleen ge- en verboden horen. De overheid zegt dat ze ‘veel verwachten van life style changes’. Maar als je doorvraagt, zeggen ze: ‘laten we vlees duurder maken, want dat is toch wel heel erg slecht’. En wat vinden de mensen lekker? Vlees!”

De gedachten dat voedsel lokaal geproduceerd moet worden, dat vliegen met voedsel slecht is, en gefrituurde sprinkhaan ook lekker – die kan ik dus weer laten varen?

Spaargaren: „Die sprinkhanen zijn hier in Wageningen toevallig een succesnummer bij de voorlichting van nieuwe studenten. Maar er is rondom duurzaamheid veel simplisme. Als je zegt dat alles wat van ver komt per definitie te veel energie kost, dan vallen koffie en chocolade dus als eerste af.”

Oosterveer: „Dit gaat letterlijk over het vergelijken van appels en peren. Lokaal geproduceerd voedsel heeft weinig transportkosten, maar waar komt het diervoer vandaan? Hoeveel energie kost de kunstmest? Net als bij geïmporteerd voedsel moet je de milieubelasting van de hele keten in kaart brengen en dat de consument vertellen.”

En dan mag je daarna zelf kiezen of je koffie wilt blijven drinken?

Spaargaren: „Ik wil ook binnen koffie kunnen kiezen voor verschillende milieukwaliteiten. Dat wil ik ook voor vlees. Ik wist al dat kip beter is dan rundvlees. Er moet dus een bodem in de markt komen voor diervriendelijk geproduceerd vlees. En daarboven dan differentiëren in milieukwaliteit.”

Dan kom je net als bij auto’s uit op milieulabels. Blij dat ik groen rij, blij dat ik groen eet?

Spaargaren: „Ja, we moeten voorbij de simplistische moraal die in veel milieudenken nog domineert: de vergroening van de auto kan niet, want autorijden is slecht. Nu is vlees weer slecht. Terwijl je technologische ontwikkelingen niet mag uitsluiten. De globalisering van voedsel praat je niet weg. Je moet er een groene draai aan geven.

„Er is een groep die zegt dat voedsel weer lokaal moet worden geproduceerd. Als dat jouw wereldbeeld is, dan heb je moeite met mondiale bedrijven die voedsel aanbieden dat overal vandaan komt. Maar die kunnen toch heel wat bijdragen aan duurzaamheid.

„Relocaliseren van productie is best goed, transportreductie ook. Maar als je dat als enige aanbiedt, dan zeggen veel mensen: dat is niet mijn wereld. Consumenten reizen, vieren vakantie, kopen chocoladeletters en koffie. Voor die grote groep moet je ook antwoorden formuleren. Daar zit de meeste groei voor duurzame voedselverkoop.”

Wat moet Verburg doen?

Oosterveer: „Zeggen dat het tijd wordt voor ‘carbon labeling’ van voedsel. En de branche binnen twee jaar laten uitzoeken of ze dat kunnen. En daarna met wetgeving komen. Precies zoals ze dat met groene inkoop heeft gedaan. Dat vond ik een stoere actie. Dat heeft nu ook vrij grote effecten bij de cateringbedrijven.”