De prins en de premier - en bizarre Haagse mores

Het is, op het eerste gezicht, een verstandig besluit van Willem-Alexander en zijn echtgenote Máxima om de villa die zij laten bouwen op het schiereiland Machangulo in Mozambique straks te verkopen. Het is, op het tweede gezicht, een besluit dat vragen oproept over de communicatie tussen de kroonprins en premier Balkenende, onder wiens ministeriële verantwoordelijkheid hij valt, over de motieven van de prins en over zijn toekomstige betrokkenheid bij het vakantievillaplan in het Afrikaanse land.

Eén dag nadat de premier in een brief aan de Tweede Kamer nog omstandig de keuze had verdedigd van het prinselijk paar om aan het project deel te nemen, kwam Willem-Alexander met zijn verrassende besluit dat zijn echtgenote en hij daar juist van afzien. Althans: zij verkopen, na voltooiing, de villa en de overige bouwrechten die ze op Machangulo in bezit blijken te hebben. Wanneer precies is onduidelijk, dat hangt mede af „van onze wens het project, dat nu juist op koers ligt, als gevolg van deze verkoop niet te schaden”, schreef de kroonprins gisteren aan de premier.

Balkenende liet daarop weten dat hij het voornemen van het paar om zich uit het project terug te trekken, kende toen hij donderdag zijn schriftelijke antwoorden naar de Tweede Kamer stuurde, maar dat hij nog niet van de brief wist. Vanuit zijn ministeriële verantwoordelijkheid verdedigde de premier donderdag het project en de constructie die voor de deelname van het prinselijk paar was gekozen; dat wenste hij te scheiden van het nieuwe „privébesluit” dat Willem- Alexander en Máxima inmiddels hadden genomen en dat hij daarom maar niet meldde. Dat is een wel zeer formalistische redenering, die buiten ‘Den Haag’, en daarbinnen trouwens ook wel, bizar moet overkomen.

Hoewel Balkenende in zijn beantwoording op de Kamervragen uitvoerig was, en ook aanvullende informatie verschafte – maar dus niet het allerbelangrijkste – liep de premier toch nogal luchtig langs de belangenverstrengeling in deze kwestie.

Er is een stichting opgericht om de belangen van aandeelhouder Willem-Alexander te behartigen, om zo afstand tussen hem en het omstreden project te creëren. Vervolgens bleek dat de voorzitter van de stichting zelf belangen heeft in ‘Machangulo S.A.’, waardoor er twijfel rees over diens onafhankelijkheid. Een vraag van Pechtold (D66) daarover is door de premier wel erg bondig beantwoord: deze aandelenparticipatie „gaat niet ten koste van de autonomie van het bestuur van de stichting ten opzichte van de Prins”. Dat klinkt als volhouden dat de zon schijnt, terwijl de ander meent dat het regent.

De deelname van Willem-Alexander en Máxima aan het project loopt nog, ze willen er ook betrokken bij blijven – vragen zullen er dus ook blijven. Juist die aanhoudende publiciteit en discussie zijn voor hen een reden om hun villa te zijner tijd te verkopen. Kennelijk hebben ze er geen vertrouwen in dat met de antwoorden van Balkenende een einde zou komen aan het publieke debat. De prins beklaagt zich er in zijn brief aan de premier over dat „elke misslag” wordt uitvergroot – tevens een impliciete erkenning dat er van misslagen sprake was. Wat het paar vooral als les zal hebben geleerd: dat dergelijk privé-handelen nauwelijks valt los te koppelen van de ministeriële verantwoordelijkheid voor hun publieke optreden.