'De maatschappij is geestelijk en ethisch dood'

Mensen leren niet hoe, maar wat ze moeten denken. Dat is een fundamenteel probleem in de Arabische wereld.

De Arabische wereld is vastgelopen. De regimes zijn autoritair en bieden weerstand aan sociale verandering. Er is zelfs nauwelijks vraag naar sociale verandering. De bevolking wordt niet geleerd een onafhankelijke mening te formuleren, maar gehoorzaam te zijn. „De maatschappij is geestelijk en ethisch dood”, zegt professor Nasr Abu Zayd.

Als onafhankelijk denker betaalde de Egyptenaar Abu Zayd zelf de prijs. In 1995 verliet hij zijn land nadat een rechtbank had besloten zijn huwelijk te ontbinden. Hij zou van de islam zijn afgevallen, en een islamitische vrouw kan immers niet met een afvallige zijn getrouwd. Hij was aangeklaagd wegens zijn pleidooi om de Koran in zijn historische en culturele context te zien. Daarmee ging hij voor traditionele denkers vele stappen te ver.

„Na het vonnis deed de leider van de groep die me aanklaagde een interessante uitspraak. Hij zei: we zijn niet geïnteresseerd in zijn huwelijk, we willen hem weghebben van de universiteit. Omdat ik mensen leerde te denken”, zegt Abu Zayd in een vraaggesprek in zijn woning in Oegstgeest. Aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht onderzoekt hij nu het moderne islamitisch denken.

„Als je me vraagt wat ik toen heb verloren, zeg ik: die positie aan de universiteit om de studenten te leren denken. Niet hun te zeggen wát ze moeten denken, maar hóe. Dat is het grote verschil tussen onderwijs dat je leert te denken en onderwijs dat je leert wat je moet denken.”

Is dit het fundamentele probleem van Egypte?

„Dit is een fundamenteel probleem in de hele Arabische wereld. Als je niet leert denken, ben je een makkelijke prooi voor elke dominante ideologie. De intellectuelen in de Arabische wereld zitten of bij de ideologie van de staat of bij de ideologie tegen de staat. Wat dient het best mijn persoonlijk belang? Dit kamp of dat kamp?”

Een monolitische staat bestaat naast een monolitische interpretatie van de islam, beide stoelend op gehoorzaamheid aan God. Dat is niet altijd zo geweest. Begin jaren twintig van de vorige eeuw was Egypte op weg naar democratie. Maar de val van het Ottomaanse kalifaat in 1924 luidde de omslag in van modernisering van de islam naar islamisering van de moderniteit. „Iedere leider in de Arabische wereld wilde kalief worden en zijn macht uitbreiden. Allemaal faalden ze. Maar het was het begin van polarisatie. Het fundamentalistische kamp werd gecreëerd. In 1928 werd de Moslimbroederschap opgericht, die zich ging inspannen de maatschappij te reinigen van seculiere tendensen.”

De nederlaag in de oorlog tegen Israël in 1967 versterkte deze ontwikkeling. „De fundamentalisten trokken de aandacht van het volk met hun religieuze verklaring voor deze nederlaag: de joden waren heel goede religieuze mensen, de moslims faalden omdat ze geen goede gelovigen waren. Het enige geneesmiddel was de vestiging van een islamitische staat, zoals Israël een joodse staat is.”

Een volgend moment: 1979, de Iraanse islamitische revolutie. „Het gaf de fundamentalisten de zekerheid: zie je wel waartoe moslims in staat zijn!”

De gestage terugtrekking van het regime uit de publieke diensten aan de maatschappij – gezondheidszorg, onderwijs – heeft het veld wijd open gelaten voor de fundamentalisten. „De maatschappij is geleidelijk overgelaten aan de zakenwereld. En als zich dan een ramp voltrekt, zijn het de fundamentalistische groepen die de bevolking te hulp schieten.

„Dus de regering is afwezig, waardoor de islam van onderaf de maatschappij kon penetreren met zijn ideologie van uitsluiting van alle anderen. Die anderen zijn kopten, maar ook moslims met een andere zienswijze.”

Het falen van de regimes om het leven van hun burgers te verbeteren, wordt door de fundamentalisten afgezet tegen hun utopische droom: als je terugkeert naar de islam krijg je ook de gouden tijd van de islam terug en worden de moslims de meesters van de wereld.

Maar, zegt Abu Zayd, omdat dit gebeurt in afwezigheid van goed onderwijs, is een religiositeit gecreëerd die is verstoken van spirituele of ethische waarden. „De mensen zien er als moslims uit, met baard en hoofddoek, of zelfs niqaab, de moskeeën zijn vol, duizenden mensen gaan op Haj, de grote bedevaart naar Mekka, en niet één keer maar meermalen. Alles gaat om de uiterlijkheden van religiositeit.

„Binnenin woekeren corruptie, niet-ethisch gedrag, misdaad, drugsverslaving voort. De maatschappij is geestelijk en ethisch dood: dát is het werkelijke probleem. In de religieuze programma’s op satellietzenders wordt alleen over vrouwen gesproken. Het grote probleem van de Arabische wereld is kennelijk hoe de vrouw kan worden gecontroleerd. Er is geen enkele discussie, bijvoorbeeld of je de Koran moet zien in zijn historische context.”

Zijn vrouwen een bedreiging?

„Ja, voor een op mannen georiënteerde maatschappij. De maatschappij is gefragmenteerd en wordt bedreigd door zoveel gevaren: onderontwikkeling, corruptie. Als er echte vrijheid zou zijn om die bedreigingen te analyseren en aan te pakken, zou je uitkomen op de noodzaak van verandering van het regime, om al die koningen en families te ontwortelen.

„Maar die hebben intellectuelen ingehuurd die de status quo verdedigen. En nu wordt een denkbeeldige dreiging gepresenteerd: vrouwen. Dus het antwoord op grote werkloosheid is niet een discussie over het economische systeem, maar een pleidooi om vrouwen thuis te laten blijven zodat er meer werk voor mannen is.”

Terwijl de staat vergaand is geïslamiseerd blijft de Moslimbroederschap verboden. Waarom eigenlijk?

„In de grondwet staat al: de islam is de religie van Egypte en de beginselen van de shari’a zijn de belangrijkste bron van wetgeving. Dit is precies wat de Moslimbroederschap claimt. Dus wie vecht tegen wie? En om wat? Het gaat om de macht.”

Zou het veel verschil uitmaken als de Moslimbroederschap aan de macht kwam?

„Het zou precies hetzelfde zijn. Wat er misschien wél zou gebeuren is dat de meerderheid van het Egyptische volk zou ontdekken dat het allemaal een spel is en dat hun leven niet werkelijk verandert. Net zoals het Iraanse volk daar nu achter is gekomen. In Iran kostte het nog veel tijd. In Egypte zou het niet zo lang duren.

„Maar ik denk niet dat de leiders van de Moslimbroederschap de macht zouden willen hebben. Ze zijn nu gelukkig. Ze controleren de maatschappij. Waarvan kunnen ze nog meer dromen?”

Verandering, zegt Abu Zayd, is noch in het belang van de staat, noch in het belang van de Moslimbroederschap. „Noch, ben ik bang, van het Westen.”

Waarom niet?

„Omdat het Westen enorme economische belangen bij de regimes heeft. Het doet er niet toe wat die regimes doen met vrouwen of vrijheid of democratie, zolang die belangen maar worden beschermd.”

Verandering is alleen mogelijk als het gebied wordt overgelaten aan zijn eigen dynamiek. „De voortdurende buitenlandse interventies” – Abu Zayd doelt op het kolonialisme, en nu de oorlogen in Afghanistan en Irak en het Israëlisch-Palestijnse conflict – „staan een gezonde ontwikkeling in de weg. Godsdienst is de enige toevlucht voor de mensen om zich te beschermen.

„De kern van elke maatschappelijke hervorming is scheiding van de geestelijkheid en het geloof. Het christendom heeft zich bevrijd van de macht van de kerk. Dus de mensen zijn vrij om al dan niet naar de kerk te gaan, christen te zijn of niet. Alleen vrije mensen kunnen zich ontwikkelen.”

Ziet u ergens een teken van verandering?

„De nieuwe generatie zoekt naar antwoorden op de brandende kwesties. Niemand is gelukkig. Kunnen we verwachten dat een maatschappij zo doorgaat?

„Als geleerde, als dromer moet ik ook optimistisch zijn. Hoe kan een wetenschapper die zijn droom over de toekomst verliest zijn werk voortzetten? Je moet geloven in de mogelijkheid van mensen om hun leven te veranderen, in welke maatschappij ze ook leven.”