De lezer schrijft over communicatie per sms

In een voorpagina-artikel van 12 november (‘Werkgevers: kabinet met PVV onwenselijk’) wordt zijdelings gemeld dat PVV-leider Wilders per sms heeft gereageerd (met vervolgens een weinig stijlvolle tirade van de desbetreffende politicus). Eerder was me al opgevallen dat ook de Volkskrant, sms’jes van Wilders rechtstreeks overneemt, maar van een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad had ik een toch iets kritischer houding verwacht tegenover deze vreemde manier van communiceren. Sms is een prettig medium voor Wilders, want dan kan hij z’n mening in pakkende oneliners samenvatten, zonder bang te zijn voor kritische vragen. Ik vermoed dat de desbetreffende journalist de gang van zaken ook vreemd vindt, anders had hij of zij de toevoeging dat Wilders ‘per sms’ heeft gereageerd wel weggelaten. Maar zou het niet beter zijn geweest om in zo’n geval te schrijven dat ‘de heer Wilders ons niet te woord wenste te staan?’

Guido de Greef

Eindhoven

De krant antwoordt

De lezer raakt een interessant punt: hoe brengen politici tegenwoordig hun boodschap over aan journalisten en hoe tekenen wij die op? Ze praten niet alleen met de pers, maar geven verklaringen uit, sms’en, bloggen en een enkele minister twittert. Moderne technologie maakt het politici mogelijk constant online te zijn, zonder meteen in een kritisch interview te belanden, zoals de lezer aangeeft. Dat geldt bij uitstek voor de leider van de PVV, van wie bekend is dat hij zijn commentaar bij voorkeur niet geeft in een telefoongesprek maar, vaak in een standaardtekst, per sms of e-mail. In dat nogal eenzijdige communicatiebeleid speelt mogelijk de precaire veiligheidssituatie van de bedreigde PVV-leider een rol, maar vermoedelijk ook zijn behoefte om de publiciteit over hem en zijn partij strak te regisseren.

Een dergelijke reactie negeren, zoals de lezer suggereert, onder het motto ‘de politicus wilde ons niet te woord staan’, zou onjuist zijn. De politicus staat ons immers wél te woord, zij het tamelijk summier. Maar ook dat is commentaar dat, mits relevant, een plaats in de krant verdient.

De vermelding in dit artikel dat Wilders per sms reageerde, was overigens niet ingegeven door bevreemding bij de journalist, maar door iets anders: op dezelfde voorpagina stond in een bericht over het AOW-debat in de Tweede Kamer te lezen dat de PVV -leider zich als woordvoerder in dit debat wegens ziekte had laten vervangen door een fractiegenoot. Om te voorkomen dat de lezer zich zou afvragen hoe dezelfde politicus dan wél kon reageren op het bericht dat werkgevers een kabinet met zijn partij onwenselijk vinden, hebben we expliciet vermeld dat hij zijn reactie sms’te. Als hij een mailtje had gestuurd, of had getwitterd, hadden we dát vermeld.

Overigens melden we ook regelmatig dat een reactie of een commentaar bijvoorbeeld is verkregen in een gesprek na afloop van een bijeenkomst, uit een persbericht stamt, uit de mond van een woordvoerder komt, of aan de telefoon is genoteerd. Zoiets is goed voor de volledigheid van het artikel en geeft de lezer een indicatie van de verhouding tussen de politicus die commentaar geeft en de journalist die het opschrijft: hebben zij een gesprek gevoerd, in een groep of onder vier ogen, of gaat het om een standaardreactie die per mail, sms (of misschien nog wel per fax) naar de pers wordt verstuurd?

De lezer heeft in het algemeen dus een punt; het is goed om in artikelen zoveel mogelijk te vermelden op welke wijze commentaar wordt gegeven: in een persoonlijke toelichting, in een persverklaring, via een woordvoerder, per e-mail of sms. Dat verhoogt onze informatiewaarde en vergroot de transparantie van de krant.