De leenparadox

„Welvaart is niet zonder vrees en ongemakken; armoede niet zonder comfort en hoop.” Dit beweerde de Engelse filosoof en politicus Francis Bacon vier eeuwen geleden, maar het geldt nog steeds. Anno 2009 verschijnt welvaart in de vorm van droombadkamers, spotgoedkope vliegreizen, designkeukens, thuisbioscopen en miljoenen auto’s. Maar ook in de vorm van 3,5 miljoen huishoudens die financiële risico’s lopen, bijna 2 miljoen gezinnen die elke maand rood staan, en 2,5 miljoen families die lenen, waarvan ruim de helft onder de leninglasten kreunt, zoals het Nibud becijferde.

Ach, neem dan de armoedige, naoorlogse jaren vijftig. De gehaktballen waren piepklein, een wasmachine kostte een vermogen, slechts een enkeling bezat een auto en ’s avonds kleumde het hele gezin rond de enige kolenkachel. Maar je miste niks, want ook de buren zaten krap. Je baalde niet, maar hoopte op betere tijden. Je had overzicht, want elke uitgave stond in het huishoudboekje. En niemand lag, zoals nu, wakker van schulden, want geld lenen voor consumptie was taboe.

Kunnen we de simpelheid van de naoorlogse jaren niet combineren met de welvaart van nu? Ja, heel eenvoudig: niet lenen, maar sparen voor spullen. Dat vermijdt de leenparadox: u leent om meer te kunnen besteden, maar de aflossing plus rente verkleinen uw bestedingsruimte juist. Ondertussen verslijten uw spullen. Maar uw budget is nu te krap. U moet weer lenen. Enzovoorts.

Hoe logisch de leenparadox ook is, over lenen doen de gekste theorieën de ronde. Zo zou u juist wel moeten lenen, omdat de rente nu laag is, omdat u nu leeft en straks misschien niet meer of – helemaal bizar – om de economie te steunen.

Geld lenen kost gewoon geld en niet zo’n beetje ook. Iemand die 40 jaar lang 5.000 euro leent en rood staat, en daarover gemiddeld 9 procent rente betaalt, voldoet totaal 40 keer 450 euro rente. Iemand die in plaats daarvan één keertje 5.000 euro spaart en daardoor nooit hoeft te lenen, bespaart 40 keer 450 euro rente. Stort hij die 450 euro elk jaar trouw in een goedkoop beleggingsfonds, waarop hij (na belasting) gemiddeld 6 procent rendement maakt, dan bezit hij na 40 jaar spaarzaamheid een extraatje van 70.000 euro. Welvaart komt dus voort uit spaarzaamheid. Maar hoe raakt u die schulden, creditcardkredieten en roodstanden kwijt?

1. Verwar schuld niet met bezit

Geldbedrijven laten u graag geloven dat schulden eigenlijk mooie bezittingen zijn. Dus om verwarring te voorkomen: een bezit brengt geld in het laatje, een schuld kost geld. Voorbeelden van bezittingen zijn: een eigen bedrijf, verhuurd onroerend goed, een effectenportefeuille, een spaarrekening of te verhuren expertise. Voorbeelden van schulden zijn rood staan, creditcardschuld, persoonlijke lening, doorlopend krediet en hypotheek.

2. Zet schulden op dieet

Noteer onder elkaar: al uw roodstanden, creditcardschulden, afbetalingsregelingen, postorderkredieten, persoonlijke leningen, doorlopend krediet, van familie geleend geld, WOZ-krediet enzovoorts. Noteer achter elke schuld de rentekosten per jaar (soms wel 18 of 20 procent!). Begin met aflossen van de duurste schulden. Gebruik eerst spaargeld. Bezuinig daarna op uitgaven en/of zorg voor extra inkomsten door: verkoop van spullen, kamerverhuur, kostgeld van grote kinderen of een bijbaan.

Meer van Erica Verdegaal via nrc.nl/ nrcweekblad