Brussel waakt over Griekse cijfers

De EU heeft geen vertrouwen meer in de economische cijfers van Griekse regering. Athene is daarom onder verscherpte supervisie geplaatst.

Een team van Eurostat, de statistische dienst van de EU, was deze week in Athene om daar economische gegevens te onderzoeken. Het ziet ernaar uit dat dit een maandelijks ritueel wordt nadat Brussel vorige week besloot tot ‘verscherpte supervisie’ van Griekenland.

Gewoon toezicht werd al eens op Athene toegepast, na het aantreden van president Konstantinos Karamanlis en zijn conservatieve Nieuwe Democratie (ND) in 2004. Hij beschuldigde zijn socialistische voorganger Kostas Simitis ervan de toetreding tot de eurozone in 1999 te hebben afgedwongen met vervalste cijfers. Het begrotingstekort zou toen niet 3 procent van het bruto nationaal product zijn geweest, zoals maximaal was toegestaan, maar 7. De socialistische PASOK, inmiddels onder Jorgos Papandreou, reageerde woedend, maar Brussel nam de beschuldiging serieus, hoewel het niets veranderde aan het Griekse lidmaatschap van de eurogroep.

Dit jaar waren de rollen omgekeerd. De PASOK kwam na haar verkiezingsoverwinning in oktober tot de conclusie dat „de situatie nog veel erger was dan we dachten”. Het begrotingstekort, dat volgens de ND door de economische crisis tot 6 procent was gestegen, zou in werkelijkheid zijn opgelopen tot 12,7 procent en het gevolg zijn van langdurig wanbeleid.

Opnieuw nam de EU de beschuldiging over. En het geduld met het ‘zwarte schaap’ was op. Op de bijeenkomst van Europese ministers van Economie en Financiën, vorige week in Luxemburg, zei de Luxemburgse premier Juncker woedend: „Het spel is uit.” En de Nederlandse minister Bos zou volgens Griekse kranten zijn Griekse ambtgenoot Jorgos Papakonstantinou hebben geadviseerd de fraudeurs voor het gerecht te spelen. Papakonstantinou kreeg alleen lof voor zijn belofte om de statistiek in zijn land onafhankelijk te maken, „zoals de pers ook onafhankelijk is”.

De harde woorden uit Brussel hebben in Griekenland niet geleid tot een anti-Europese stemming. De Grieken beseffen maar al te goed dat het land allang failliet zou zijn als het niet tot de eurozone had behoord. Zo schreef de krant To Vima over eurocommissaris Joaquín Almunia (Economische en Monetaire Zaken): „Als hij niet bestond, zou hij moeten worden uitgevonden.”

Er wordt wel geklaagd „dat Brussel het speciaal op ons heeft voorzien”. Waarom zou bijvoorbeeld Ierland, met een tekort van 12,5 procent, wel drie of vier jaar uitstel krijgen, en Griekenland met 12,7 procent niet? Maar veel Grieken erkennen dat Dublin zich voor een oplossing houdt aan de EU-richtlijnen en de nieuwe regering in Athene niet.

Dublin zoekt het in beperking van de uitgaven, bevriezing van lonen en pensioenen. Terwijl Papandreou streeft naar ‘een opwarming van de economie’ en daardoor een toename van de inkomsten. Verder wil Papandreou de belasting hervormen en eindelijk serieus werk maken van het bestrijden van belastingontduiking.

Maar hij wil niet tornen aan zijn verkiezingsbelofte over bijstand aan (2,5 miljoen) noodlijdenden en kleine bedrijfjes, waarmee hij de verkiezingen won. Dat heeft de Europese ongerustheid versterkt. Want in zijn campagne zei Papandreou steeds: „Het geld is er.”