Bacon op het vuur

De film Precious is zo controversieel als destijds The Color Purple. Waarom zwarte Amerikanen lachen bij incest in de bioscoop.

De bioscoopzaal is vrijwel gevuld met een zwart publiek. We zien een lillende klomp zwart vlees, een zestienjarig meisje van ruim honderd dertig kilo: Claireece Precious Jones. Zij ligt op haar rug en wordt verkracht door haar vader.

„O my God!”, lachen zwarte mannen achter me. „She’s got méat, baby!”

Claireece baart twee kinderen van haar vader. Ook is ze analfabeet, net als haar weerzinwekkende moeder, die pannen naar haar hoofd gooit en haar dochter afwisselend vernedert, seksueel misbruikt, vertrapt.

„You bitch gonna keep yo fucking mouth shut”, zegt de moeder tegen haar dochter.

„O shit! O shit! O shit!”, lachen ze nu voor mij.

De film Precious, gebaseerd op de roman Push van de schrijfster Sapphire, duwt je de perverse kant van armoede door de strot die Amerika, ook zwart Amerika, verafschuwt. Waar Amerikanen met de verkiezing van Obama bovenuit wilden stijgen. De zwarte regisseur Lee Daniels noemde de film zelf „zó niet, Obama” . Dat is in de lawine aan reacties die Precious hier losmaakt nog steeds de meest adequate omschrijving.

Precious begon klein, maar won drie prijzen op het Sundance filmfestival. Waarna Oprah Winfrey en de zwarte filmbons Tyler Perry er hun naam aan verbonden. Inmiddels zijn de verwachtingen hoog voor de Oscars.

Buiten zie ik echte zware zwarte tieners rondlopen. Ik heb de donkere appartementen aan de andere kant van de stad bezocht, mensen die geen zin tot een fatsoenlijk einde konden brengen, omdat niemand ze het heeft willen leren. Ik heb de blèrende televisies gehoord en de stank geroken van de eeuwige pan bacon op het vuur.

In Precious komen ook steeds pannen met lillende lappen spek in beeld. Recensenten vonden al die close-ups te veel van het goede. Maar dat is niet zo. Alles in Precious ligt er dik bovenop en toch is merkwaardig genoeg niet veel overdreven.

In een verhaal dat The New York Times aan zijn film wijdde, zei Lee Daniels: „Ik ben bevooroordeeld jegens mensen die donkerder zijn dan ik. (…) Obama is de president, en daarmee willen we onszelf verheffen. Maar deel van dat verheffen is dat we ons distantiëren van het aangezicht van Precious.”

Ik las het en realiseerde me dat het klopt. Zelf ben ik trouwens ook alweer in geen maanden aan de andere kant van de stad geweest.

Ik bel Pulitzer Prize-winnaar Leon Dash, tegenwoordig hoogleraar journalistiek aan de universiteit van Illinois. Die prijs kreeg hij voor een in 1994 gepubliceerde reeks verhalen over een criminele, analfabete familie in Zuidoost-Washington. Het werd een geschiedenis van de zwarte onderklasse, gezien door de ogen van de betrokkenen zelf. Woedende lezers belden The Washington Post plat of zegden hun abonnement op, want Dash „stigmatiseerde”.

„De zwarte middenklasse lijdt aan collectieve zelfverdediging”, zegt Leon Dash, zelf zwart. „Ze hebben zich altijd van arme zwarten afgewend, wat ik begrijp, omdat blanken anders niet in staat zijn hen los van de onderklasse te zien. Blanken hebben gewoon niet het vermogen zwarte klassen te onderscheiden.”

In de controverse rond Precious wordt The Color Purple uit 1985 hier nu weer genoemd. Die film ging ook over incest, tienerzwangerschap, analfabetisme en colorism, de neiging van zwarte Amerikanen om ook zelf naar huidskleur te discrimineren. The Color Purple zou zwarte mannen te negatief portretteren. Nu gaat het hier over de vraag of Precious in engagement verpakte poverty porn is. In Precious komt geen blanke voor en ofschoon in de film meer dan duidelijk is dat we hier een erfenis van slavernij en discriminatie en slecht onderwijs zitten te bekijken, heeft dat voor veel zwarte Amerikanen toch iets van een Holocaustfilm zonder nazi’s.

Bijna alle bij Precious-betrokkenen tonen een kamikaze-achtige behoefte alle schijn af te werpen. Popster Mariah Carey laat haar echte, aandoenlijk lelijke gezicht zonder een spoor van make-up zien in haar rol van sociaal werkster. De hier beroemde stand-up comedian Mo’Nique (de moeder) wisselde glamour in voor okselhaar, een smerige masturbatiescène en zweterige close-ups. De fenomenale hoofdrolspeelster Gabourney Sidibe (Claireece) zet al haar klotsende honderddertig kilo’s vet zonder terughoudendheid in.

Precious werd dan ook gemaakt om te louteren. Lang niet iedereen ziet daar het nut van in en de meeste ergernis over de film is te vinden in zwarte media, zoals online magazine The Root. „Ik hoef de film niet te zien”, schrijft daar Jack White, die vindt dat Precious aanzet tot „Schadenfreude” en verder niets bijdraagt om de onderklasse te verheffen.

Maar als Schadenfreude klonk het lachen in de bioscoop toch niet.

„Ik ken geen enkele zwarte Amerikaanse familie zonder familieleden die ergens zijn vastgelopen in de onderklasse”’, zegt Leon Dash tijdens ons telefoongesprek. „Daarom lachen zwarten om Precious. Lachen is afstand houden van je schaamte.”