Te weinig ponteneur

De nieuwe ‘president van Europa’ is een ironisch mens. Op zijn eerste persconferentie als aanstaand president van de Europese Raad maakte Van Rompuy – zittend naast roulerend voorzitter premier Reinfeldt van Zweden, de Hoge Vertegenwoordiger Ashton uit het Verenigd Koninkrijk en voorzitter Barroso van de Commissie – relativerende grapjes. Ook over zichzelf. Op de slotvraag wie van de vier de huidige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken moet bellen, indachtig ex-minister Kissinger die zich afvroeg of Europa ook een telefoonnummer had, zei Van Rompuy droog: „ik wacht het telefoontje in spanning af”. Barroso greep echter onmiddellijk het woord en legde uit dat Ashton voortaan de hoorn opneemt als Clinton belt.

Dit incidentje illustreert dat de EU een van haar grootste lacunes niet heeft willen oplossen: het gebrek aan politiek gezicht in Europa. De 27 regeringsleiders hebben zich, zoals op grond van de namenlijstjes werd verwacht, laten leiden door de angst dat ze hun greep zouden verliezen op Brussel.

Want hoe verstandig en bekwaam Van Rompuy en Ashton ook zijn, hun Europese profiel is een goed bewaard geheim. Brede ervaring in de krochten van de EU hebben beiden evenmin. Van Rompuy is slechts één jaar premier van België en Ashton even lang Europees Commissaris voor Handel.

Van Rompuy lijkt ook niet veel ponteneur te ambiëren. Hijzelf is tegen toetreding van Turkije. Maar bij zijn optreden gisteren liet de christen-democraat meteen weten dat zijn „persoonlijke opinie totaal ondergeschikt is aan die van de raad”.

Die dienstbare houding is in de smaak gevallen bij de Duitse bondskanselier Merkel en Franse president Sarkozy, die geen trek hadden in de persoonlijkheid van de Britse socialist en ex-premier Blair. Diens opvolger Brown ruilde op zijn beurt zijn nederlaag uit met de benoeming van Ashton, een partijgenoot die nog nooit democratisch is verkozen maar altijd van bovenaf is benoemd. Ook Van Rompuy heeft de functie niet verworven in het vuur van een politieke campagne.

Hier wreekt zich de ondoorzichtige procedure die de EU heeft gekozen bij de zoektocht naar de topfunctionarissen. Het idee van Polen om de selectie open te gooien door van de kandidaten te eisen dat ze zich kenbaar maakten en ook een programma zouden presenteren, spoorde weliswaar niet met de traditie die de EU helaas nog kenmerkt, maar was zo gek nog niet. Het plan zou de Europese samenwerking wellicht meer vaart hebben gegeven dan dit klassieke conclaaf.

Deze valse start is Van Rompuy en Ashton uiteraard niet aan te rekenen. Het motto van de president („eenheid is onze kracht, verscheidenheid onze rijkdom”) getuigt hoe dan ook van wijsheid. Hij kan inderdaad niets van boven afdwingen. Hij kan slechts voorwaarden scheppen. Maar hopelijk hebben Van Rompuy en Ashton wel de aspiratie om zich een eigen positie te verwerven. Want als ze zich bij de nationale keurvorsten ondergeschikt blijven gedragen, maakt Europa, ondanks het verdrag van Lissabon, pas op de plaats.