Serieus nieuws heeft veel ervaring met overleven

Alex S. Jones: Losing the News. The Future of the News That Feeds Democracy. Oxford University Press, 234 blz.€ 18,-

In de VS laaide in de jaren dertig en veertig de bezorgdheid op. Ook toen al werd gevreesd dat de op winst beluste media de mensen straks alleen nog maar sensatienieuws en trivia voor zouden zetten. Hoe kan een democratie functioneren als er geen serieuze berichtgeving meer is?

Een commissie moest een blauwdruk maken voor een verantwoordelijke pers in de moderne wereld. De redding, rapporteerde de commissie in 1947, zou komen van het nieuwe medium, televisie. Amerikaanse gezinnen zouden zich voortaan rond hun toestel scharen om de debatten in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te volgen. Dagelijks zouden ze zich laven aan de informatie, de cultuur en de wijsheid die de tv, anders dan de kranten, ging bieden.

De Amerikaanse journalist Alex S. Jones haalt dit hilarische verhaal aan in Losing the News; The Future of the News That Feeds Democracy. Hij wil er mee laten zien dat serieus nieuws altijd al heeft geworsteld om te overleven in de commerciële wereld van de Amerikaanse media. Maar zo erg als nu is het nog nooit geweest, stelt hij in dit nuchtere boek over het onzekere lot van de kwaliteitspers. Internet met zijn oneindige hoeveelheid informatie, vermaak en advertentiemogelijkheden, heeft het economische model ondergraven waarop kranten van oudsher hun bestaan baseerden.

Paniek beheerst de krantenwereld, schrijft Jones, en hij weet waar hij het over heeft. Niet alleen was hij bijna tien jaar mediaredacteur van The New York Times, schreef hij boeken over krantenbedrijven en bekleedt hij op Harvard een leerstoel voor pers en overheidsbeleid; hij is ook opgegroeid in een familie die al drie generaties in Tennessee een kleine krant uitgeeft. Dat steeds meer kranten in Amerika, ook grote en respectabele kranten, het loodje leggen gaat Jones aan het hart. Maar zoals de titel van zijn boek al aangeeft, maakt hij zich meer zorgen over iets anders: dat steeds minder media zich nog bekommeren om feitelijke berichtgeving, om zorgvuldig uitgezocht nieuws en de achtergronden die daarbij horen. Want daar is meer mankracht, denkkracht, uithoudingsvermogen, discipline en geld voor nodig dan de meeste mediabedrijven nog kunnen of willen opbrengen.

Daarmee heeft Jones de inzet benoemd van de omwenteling die nu in de mediawereld gaande is. Niemand twijfelt eraan dat in de journalistiek straks alles draait om het wereldwijde web en de digitale technologie. Maar de grote vraag is of er in die nieuwe mediawereld nog tijd en geld zal worden uitgetrokken voor kwaliteitsnieuws.

Veel mensen die hun nieuws betrekken van televisie en internet, stelt Jones, realiseren zich niet dat het vaak informatie is die door kranten boven tafel is gehaald. Hij haalt de vaker gehoorde jammerklacht aan dat het internet zonder de grote journalistieke instituties razendsnel een beerput van zinloze informatie zou worden. Interessant is, dat deze waarschuwing nu eens niet afkomstig is van een wanhopige vertegenwoordiger van de ‘oude media’, maar van Eric Schmidt, topman van Google.

Jones benoemt de problemen scherp. Bij de revolutie in de mediawereld vloeit veel bloed, de inzet is hoog en de uitkomst nog onzeker. Maar het internet biedt kwaliteitsjournalistiek ook grote kansen – en daar besteedt Jones helaas weinig aandacht aan, wellicht wijs geworden door de al te optimistische voorspellingen in de jaren veertig over de toekomst van tv.

De beste krant van Amerika is op dit moment waarschijnlijk niet The New York Times, maar nytimes.com. Nog altijd lezen veel Amerikanen iedere dag de papieren krant. Maar de digitale versie is completer, actueler, heeft video en audio – en is gratis en over de hele wereld te lezen.

Het is zeker dat de website veel dankt aan de redactie van de papieren krant met haar vermaarde journalistieke kwaliteiten. Maar juist door de grondigheid van de klassieke journalistiek te combineren met het web, laat de redactie zien dat er wel degelijk reden tot optimisme is over de toekomst van het nieuws. Zelfs lange stukken, waar het internet volgens Jones niet geschikt voor is, hebben er hun plaats.

Hoe op den duur voor dit alles betaald gaat worden, weet ook nytimes.com helaas niet. Maar deze website laat wel overtuigend zien dat kwaliteitsnieuws het niet alleen waard is om gered te worden, maar – ook in het internettijdperk – pakkend genoeg kan zijn om mee te dingen naar de aandacht en het geld van consument en adverteerder.