Rolluiken dicht omdat de overheid meekijkt

Waar winden stedelingen zich over op? In Utrecht moet cameratoezicht een plein beveiligen. Omwonenden voelen zich bekeken.

Op de hoek van het Zwanenvechtplein in de Utrechtse probleemwijk Zuilen staat sinds enkele maanden een camera. „Zou hij wel werken? Zit er wel iets in?”, vraagt omwonende Yvon Wallenburg zich af. Ze lijdt al maanden onder straatterreur en de camera heeft daar geen einde aan gemaakt. „Die camera helpt niets. Ik heb de politie gevraagd of ik de beelden mag zien. Dat mag niet.”

Wallenburg was bijna acht maanden geleden op alle tv-journaals te zien. Haar broer had zich tot vrouw laten ombouwen en werd door Marokkaanse jongens getreiterd en gepest. Yvon had het gewaagd de jongens aan te spreken. Vervolgens werd ook zij gepest. Haar voortuin werd vernield. Een jerrycan benzine werd in haar achtertuin in brand gestoken. De transseksueel is nu verhuisd.

Het incident was volgens de gemeente Utrecht „de spreekwoordelijke druppel” na aanhoudende overlast. Een half jaar eerder hadden jongeren ook al een lesbisch stel weggepest. Er is meer surveillerende politie gekomen. Nog vaker dan vroeger doen jongerenwerkers spelletjes op het plein, onder meer om jonge kinderen normen en waarden bij te brengen – „broertjes en zusjes van de jongeren die het normaal vinden om elkaar te slaan”, legt welzijnswerker Martijn Companjen uit. Ook krijgen de kinderen zo extra aandacht. „Met één compliment kunnen ze soms een week vooruit.” De buurt is opgefleurd met muurschilderingen. Justitie volgt 43 raddraaiers aandachtig. Burgemeester Wolfsen vaardigde een samenscholingsverbod voor 27 jongens uit.

Over het nut van cameratoezicht zijn omwonenden verdeeld. Het plein bestaat uit woningen die uitkijken op een kinderspeelplaats. Bewoner Peter Jamin: „Ik kan me voorstellen dat je camera’s ophangt bij een winkelcentrum dat ’s avonds uitgestorven zijn. Maar hier is sociaal toezicht. Hier wonen mensen. Ik voel me gepasseerd. In plaats van de buurtbewoners in te schakelen om de sfeer te verbeteren, staat hier ineens een camera met zo’n agressieve uitstraling. Is dat nou echt de enige mogelijkheid om veiligheid te garanderen? Waar is bijvoorbeeld de wijkagent? Een camera wekt slechts de illusie van veiligheid.”

Anderzijds is de overlast wel verminderd, meent zijn buurman Pieter Slot. Hij woont hier al ruim veertig jaar. „Vroeger was dit een schitterende wijk, maar langzamerhand is de overlast gegroeid”, vertelt hij. „Er werd gedeald en ook werden veel scooters gestolen en verhandeld. En je mocht je mond niet opendoen, want dan kon je klappen krijgen. Die Marokkanen zijn allemaal getrainde sportjongens, weet u. Maar sinds een paar maanden is de overlast minder geworden.”

Sommige omwonenden vinden dat hun persoonlijke levenssfeer wordt geschaad. Andrea Nikolic vertelt dat hij de rolluiken voor zijn ramen gesloten houdt om te voorkomen dat de politie kan zien wat hij eet. „De camera’s doen mij denken aan de wachttorens in Auschwitz. Daar is een groot deel van mijn familie omgekomen.”

Peter Jamin heeft bezwaar gemaakt bij de gemeente. „Die camera moet weg”, zegt hij. „Als ik ’s ochtends de deur achter me dichtsla, denk ik altijd: ik sta er weer mooi op. Ik vraag me ook af wie naar die beelden zit te loeren. Hoe kan ik er zeker van zijn dat daar geen misbruik van wordt gemaakt?”

Jamin vindt dat de overheid zich gedraagt als Big Brother. „Dat is gevaarlijk. Burgers hebben recht op veiligheid, maar ook het recht om niet door de overheid te worden bespioneerd.” Zijn vriendin is afkomstig uit de voormalige DDR. „Die weet wat het betekent om in de gaten te worden gehouden.”

De gemeente Utrecht ontkent dat sprake is van inbreuk op privacy. De burgemeester is deze week ziek. Zijn woordvoerder legt de kwestie uit. Zij zegt: „De camerabeelden worden bekeken. Ze worden twee dagen bewaard. Maar we kijken niet binnen in de woningen. We kunnen niet zien dat mensen koffie drinken.”

Aan het nut van de camera’s twijfelt de gemeente niet. Het aantal incidenten is „duidelijk” afgenomen en daaraan heeft de camera „zeker” bijgedragen. „Jongens gaan niet onder die camera staan. Dan weten ze zeker dat ze worden gepakt.”

Cameratoezicht heeft Yvon Wallenburg niet geholpen. Huilend toont ze een brief die haar elfjarige zoon Nicky zojuist heeft geschreven aan de politie. Hij beschrijft daarin dat jongens hem pesten; een van hen kwam „naar me toe en zei ‘Ik neuk je zus in een trio’.”

Een kwartier geleden nog werden stenen tegen het raam gegooid. „Maar de politie komt niet.”

Ze wil verhuizen. „Ik ben niet bang. Maar ik moet aan mijn kinderen denken. Burgemeester, zet mij alstublieft Marokko uit.”