Pompoenpittenolie

Soms heb je even niet goed opgelet en dan blijkt de olijfolie ineens zo goed als op. Wat?! Hoe is dat mogelijk! Onthand staar je naar de fles alsof je hem op denkkracht weer vol kunt krijgen. Je kijkt in de kast of je verwacht dat door je priemende blik een fles olijfolie zal materialiseren. Maar nee. De materie werkt weer eens helemaal niet mee. Wat nu.

Na een innerlijk intermezzo waarin alles verloren lijkt – „Schrijf die sla maar op je buik.” „Maar de sla is het voorgerecht en tevens de groente!” – probeer je af te dalen in het verleden.

Wat deden wij vroeger als we sla maakten, vroeger toen we olijfolie nog gewoon vies vonden en het als een nadeel beschouwden dat ze er rond de Middellandse zee zo kwistig mee waren? Toen gebruikten wij zonnebloemolie!

In de kom waarin de vinaigrette geroerd moet worden, liggen twee theelepels Dijonmosterd, wat peper en zout, en twee eetlepels witte wijnazijn. En die anderhalve eetlepel olijfolie die er nog was. Dus hup eens een lepeltje zonnebloemolie erbij.

Wat een rare olie voor in vinaigrette. Zo dun. Zo geurloos. Het kan toch nooit lekker worden zo?

In mayonaise gebruik ik graag zonnebloemolie, minstens voor de helft zo niet meer, omdat olijfolie daarin een bijkans bittere smaak geeft. Ik heb een keer olijfolie gemaakt met avocado-olie – heerlijk was dat, romig en zacht van smaak. Maar avocado-olie is maar zelden ergens te krijgen en áls het ergens is dan is het zo duur dat je het van de weeromstuit vrijwel niet gebruikt en dan blijft het zo lang staan dat het raar gaat smaken, muf. Net als met notenolie nogal wel eens gebeurt. En ook nu was dat gebeurd, bleek toen ik eraan rook.

Dus daar had ik ook niet veel aan. Het hoofdgerecht bestond uit een mosselchowder – Noord-Amerikaanse vissoep met aardappelen, prei en room, in witte wijn gekookte mosselen en twee mooie mootjes heilbot die zachtjes in de soep gepocheerd waren. Heerlijke soep, maar wat totaal groentenaanbod betreft nog wat weinig, en je hebt ook behoefte aan een knapperig onderdeel van de maaltijd.

Toen schoot me ineens te binnen wat ook nog bij de azijnen stond, behalve een flesje chili-olie: Kürbiskernöl.

Jawel.

Pompoenpittenolie. Eveneens te betrekken van de olie- en azijnwinkel. Een beeldige groenbruine olie, geperst van pompoenpitten. Met een notige smaak die toch lichter is dan die van walnotenolie. Twee lepels bij de vinaigrette gedaan en jawel! Daar steeg het geheel aanzienlijk in smaak! Nog een lepeltje zonnebloemolie erbij, nog even zeer goed klutsen met een vork (alle vinaigrette lijkt beter te lukken met een vork) en ik kon zorgeloos het voorgerecht tegemoet zien.

Herfstsla met appel en granaatappel (voor vier personen)

  • 2 stengels bleekselderij
  • 1 flinke handappel
  • 1 granaatappel
  • 1 ons blaadjes (gemengde sla, winterpostelein, veldsla)
  • 2 el zonnebloemolie
  • 2 el pompoenpittenolie
  • 2 el witte wijnazijn
  • 1 dessertlepel mosterd

Het recept is eenvoudig: meng de fijngesneden bleekselderie, de geschilde en in partjes gesneden appel, de blaadjes, meng de ingrediënten voor de vinaigrette en giet de vinaigrette over de sla. Hussel goed.

Snijd de granaatappel doormidden, zet de slakom in de gootsteen en sla met de achterkant van een pollepel hard op de halve granaatappel. De pitjes regenen dan de schaal in.