Pingpongen met de migranten

Griekenland: „De Turken laten expres migranten door.”

Turkije: „Grieken dumpen migranten over onze grens.”

Het gebeurde op een dag waarop de winterzon zacht over de Egeïsche zee scheen. Kapitein Numan Irdel lag voor anker voor Gunes Adasi, het Zoneiland voor de kust van Ayvalik, toen hij uit de verte een Griekse boot op de Turkse kust af zag varen. Hij zag mannen in het uniform van de Griekse kustwacht. Ze spraken Engels. „Go out, go”, commandeerden ze.

Kapitein Irdel telde elf vluchtelingen, oude mannen, vrouwen en kinderen, die de Grieken met drukke handgebaren naar de gladde Turkse rotsen dirigeerden. „Ze werden gewoon gedumpt, zonder eten en drinken. Wie doet zoiets? Dat is toch niet menselijk?”

De getuigenis van kaptan Irdel is niet zomaar een van de sterke anti-Griekse verhalen die de Turkse vissers tijdens het lossen van de vis in de haven van Ayvalik aan elkaar vertellen. Ze geven de Grieken hier graag van alles de schuld, dat is waar.

De vissers klagen vol passie over hun boten en de dure buitenboordmotoren die zouden worden gestolen door de mensensmokkelaars en nu liggen weg te rotten op de Griekse kust. „Ga je naar Griekenland?”, roepen ze. „Vraag dan maar wanneer ze die boten eens terugsturen!”

Ze suggereren met plezier dat de Grieken goed verdienen aan het groeiende menselijke drama op deze zee. Met meer dan 100.000 vluchtelingen per jaar die zo naar Europa proberen te reizen, is de grens tussen Griekenland en Turkije nu veruit de drukste oversteek.

De ernstige beschuldigingen aan het adres de Griekse kustwacht, van het illegaal terugzetten van vluchtelingen op Turks grondgebied, worden ook geuit in een juist verschenen rapport van Human Rights Watch. Volgens talloze getuigenissen van vluchtelingen worden hele vrachtwagens vol Afghanen, Irakezen, Palestijnen, en Pakistani gedumpt aan de Turkse kant nadat ze op de Griekse kust waren aangespoeld.

Zonder procedure, in het diepste geheim, als de Turkse grenswacht even niet kijkt. Het gebeurt geregeld aan de noordgrens waar alleen de rivier de Evros Turkije en Griekenland van elkaar scheidt.

In hetzelfde rapport beschuldigen vluchtelingen de Griekse kustwacht van het leksteken van de rubber boten. Hoewel sommigen zeggen dat de mensensmokkelaars dit expres doen in het zicht van de haven: een vluchteling in verdrinkingsnood durft niemand te weigeren.

Onlangs verdronken acht Afghanen voor de rotskust van het Griekse eiland Lesbos. In het zware herfstweer is de boot kapotgeslagen op de rotsen, zeggen de Grieken. „Die Afghanen verdronken door toedoen van de Grieken”, zegt de gouverneur van het Turkse Ayvalik beslist en vol vuur. „Dat denken we niet. Dat weten we.”

Een etmaal later, aan de overkant van de Egeïsche Zee. Terwijl de laatste discogangers over de kasseien van de grootste stad op Lesbos, Mytilini, naar huis strompelen, maakt de Griekse kustwacht zich op voor een nachtpatrouille. Op de kade liggen tientallen rubberen boten op elkaar gestapeld. Bijna iedere nacht groeit die stapel, verzekert kapitein Kyriakos Papadopoulos. „Elke nacht plukken we hier een man of twintig uit de zee. Het houdt niet op.”

Met de laatste groep arriveerden de avond ervoor ook twee Turkse mensensmokkelaars in het kustwachtbureau. Jongens zijn het, van 16 en 18, met stekeltjeshaar en jeugdpuistjes.

„Het is onze eerste keer en dan worden we meteen gepakt”, lacht de jongste terwijl hij verlegen aan de banden van zijn duikerspak plukt. „Iemand sprak ons aan in het theehuis en bood ons 1.500 euro. Als je gepakt wordt krijg je toch maar veertig dagen, zei hij. Denk je dat dat klopt?”

Kapitein Papadopoulos stuurt de kustwachtboot in een scherpe bocht de haven uit. Met de infraroodcamera kunnen de agenten honderden meters ver over de nachtelijke zee turen. Iedere boot wordt gescand.

De agenten schudden hun hoofd als ze de Turkse beschuldigingen over het dumpen van migranten aan de andere kant horen. Onzin, vinden ze. „Ons grootste probleem is dat er geen enkele samenwerking is met de Turken”, zegt de kapitein, zijn handen losjes aan het roer.

„Als wij op de radar een boot met vluchtelingen onze kant op zien komen waarschuwen we direct de collega’s in Turkije. Maar ze komen niet. Ze wachten net zo lang tot de boot in Griekse wateren is gedreven. En dan is het ons probleem.”

Het Europese grensagentschap Frontex, dat met vliegtuigen de 1.800 kilometer lange kustlijn tussen Griekenland en Turkije in de gaten houdt, beschuldigde het Turkse leger vorige week van het opzettelijk storen van de radar. Voor zulke sabotage is maar één verklaring, vrezen de Griekse kustwachters. „De Turken willen ons overspoelen met migranten. Zolang ze geen lid zijn van de Europese Unie is het niet hun probleem.”

De gouverneur van het Turkse Ayvalik reageert woedend op die beschuldiging. „Hoe durven de Grieken zo te praten? Wat doen zij dan om ze te stoppen? Nee, de samenwerking werkt niet, dat erken ik. Maar wij reageren tenminste menselijk op deze situatie. Wij geven ze eten en drinken, tot ze weer weggaan.”

De getuigenissen van de vluchtelingen vertellen een ander verhaal. In mensenrechtenrapporten spreken ze over mishandeling door Turkse grenswachten. En de kans dat vluchtelingen uit de landen ten zuiden van Turkije politiek asiel krijgen is nihil.

De kans dat een vluchteling in Griekenland asiel krijgt is niet veel groter: 0,05 procent. Zij worden opgesloten in detentiecentra als Pagani op Lesbos, waar vorige maand 1.200 vluchtelingen opeen gepakt waren in een ruimte geschikt voor 200.

Pagani werd gesloten door de nieuwe socialistische regering maar de situatie in de centra op de andere eilanden is nog steeds zo „mensonterend” dat Vluchtelingenwerk Nederland vorige week een klacht indiende bij de Europese Commissie.

Aan de roestige poorten van Pagani schudt de Griekse activist Ilias Bistikos zijn lange haren. „Deze regeringen zijn druk bezig met het beschermen van hun grenzen. Maar wie beschermt de vluchtelingen?”