Parachuteer je schaakstukken

Elke vrijdag tot 5 december: kennismaken met nieuwe spellen. vandaag schaak- en Mens-Erger-Je-Niet-varianten.

Het zal een gruwel zijn voor schaakpuristen. Maar wij vinden hem leuk, deze nieuwe variant op schaken. Zomaar gekregen van een spelletjeswinkelier in Utrecht (Van der Meijden, uit de Nachtegaalstraat) die vond dat dit spel meer aandacht verdiende. En inderdaad.

Het heet Raindrop-chess, maar wij doopten het onmiddellijk om tot Parachutisten-schaak. Veel logischer. De stukken vallen niet als druppels te pletter, maar worden als strijders uitgeworpen boven het bord.

Het gaat zo. Je begint met een compleet schaakspel, 16 kaarten per persoon (voor ieder schaakstuk een kaart). En, zeer ongewoon bij schaken, een volledig leeg schaakbord. Slechts langzaam verschijnen de stukken op het bord. Wit begint en trekt een kaart. Het stuk van de kaart mag overal op het bord gezet worden (alleen voor de pionnen gelden beperkingen en je mag je koning niet schaak zetten). Dan trekt zwart een kaart, en wordt dat stuk op het bord geparachuteerd. Enzovoorts.

Pas wanneer een koning op het bord verschijnt, mogen stukken van die kleur worden verzet. Na vijf à tien kaarten is dat meestal wel het geval. Daarna mag je bij iedere zet kiezen: een nieuwe parachutist (indien nog voorradig) of een gewone schaakzet. Alle gewone schaakregels gelden (zelfs rokeren, als de koning en toren precies goed landen).

Het resultaat is een lekker spelletje, met het gevoel van schaak maar in een hogere versnelling en met een veel grotere geluksfactor door de toevallige volgorde van de kaarten. In feite sla je in parachutistenschaak de openingsfase over. Sterker nog: als beide koningen snel op het bord verschijnen, begin je met een eindspel, dat vervolgens met de komst van meer parachutisten langzaam kan overgaan in het middenspel.

Het leidt allemaal tot aanzienlijk minder gepieker. Een ideaal spel als je van schaken én van opschieten houdt.

Het regent dit jaar leuke varianten van klassieke spelletjes. Van toevallig dezelfde Utrechtse winkelier kregen we een spel dat hijzelf altijd op vakantie in Zwitserland speelt. Met de absurde naam Dog, den Letzten beissen die Hunde. Een ingenieuze variant op Mens-Erger-Je-Niet is het. Helemaal zonder dobbelstenen, je hebt een stuk of zes regelmatig aangevulde kaarten in je hand waarvan je er telkens een speelt in je beurt. Die kaart bepaalt dan de snelheid (en soms de richting!) van de pionnen. Dat brengt veel meer strategisch denken in het toch wel totaal van toeval afhankelijke Erger-Je-Niet. Je kan soms ook pionnen omwisselen. En erg origineel is dat je samen kunt spelen: met vier personen speel je twee aan twee. Je wisselt onderling kaarten uit, en als de een eerder klaar is, helpt hij met zijn kaarten de ander. Véél leuker dan dat zenuwachtige en vaak eindeloze klassieke Mens-Erger-Je-Niet.

En toevallig heeft ook Mens-Erger-Je-Niet-uitgever Jumbo dit jaar officiële varianten uitgebracht. Een ervan, Mens-Erger-Je-Niet Pesten, lijkt sprekend op Dog, met iets minder mogelijkheden (bijvoorbeeld geen teamwerk). Verder is er ook Mens-Erger-Je-Niet Stapel je Gek waarbij je niet je pionnen in het huisje moet jagen, maar je pion op die van de tegenstander stapelt als je hem slaat – totdat alle pionnen op elkaar staan: de bovenste heeft gewonnen. Erg snel en vermakelijk.

En wie terug wil naar de oervariant, kan nu Pachisi spelen, te koop in een prachtig stoffen zakje en met echte schelpen als dobbelsteen. Dat Indiase spel bestaat al sinds de zesde eeuw en geldt als oerversie van Mens-Erger-Je-Niet (dat als Ludo sinds 1898 op de markt is). En wat blijkt: Pachisi kan je óók in teams spelen.

Raindropchess €23 (zie www.raindropchess.nl); Dog (uitg. Schmidt), €22 (bij spellenspeciaalzaken); Mens Erger Je Niet (Jumbo) Pesten ca. €30, Stapel je gek ca. €15; Pachisi €29 (zie www.senetgame.be)