Opgelucht en toch aangeslagen

Broer en zus Wesley (15) en Dominique Lommers (13) denken binnenkort weer te kunnen schaatsen. Maar de vraag van de familie is: hoe wordt reputatieschade door dopingzaken vergoed?

De juridische vooruitzichten lijken gunstig voor de schaatsers Wesley en Dominique Lommers. Mogelijk worden hun straffen snel opgeheven en kunnen de Arnhemse broer en zus weer in wedstrijden uitkomen. Sportief een opluchting, maar moreel zijn ze aangeslagen. Volgens vader Edwin Lommers dragen zijn vijftienjarige zoon en dertienjarige dochter voortaan de last van het dopingstigma.

Zelfs als Wesley wordt vrijgesproken en Dominique ontslagen wordt van de verplichting dagelijks beschikbaar te zijn voor out-of-competiton-controles – het systeem van de zogenoemde whereabouts – zal hun naam aan doping gekleefd blijven. En dat kan volgens de vader verstrekkende gevolgen hebben. „Wie schoont internet? Hoe gaat dat over een aantal jaren met solliciteren? Elke mogelijke werkgever die ‘Lommers’ googelt, leest over doping.”

Het is een curieuze zaak, waar de broer en zus in terecht zijn gekomen. Het begon in februari met een brief van de schaatsbond (KNSB) waarin stond dat Wesley bij een dopingcontrole was betrapt op het anabool steroïd nandrolon. Hij zou 35 keer de toegestane waarde hebben overschreden. In afwachting van zijn straf werd Wesley voorlopig geschorst.

Tot woede van de familie duurt die maatregel al negen maanden. Buitensporig lang, vindt advocaat Paul Scholten. Nadat in september vergeefs was geprobeerd Wesley’s startverbod via een kort geding op te heffen, is de hoop nu gevestigd op het tuchtcollege van de KNSB, dat het verzoek tot opschorting woensdag behandelde. Na de zitting weet vader Lommers vrijwel zeker dat zijn zoon binnenkort weer wedstrijden mag schaatsen.

Maar daarmee is de straf nog niet bepaald. Dat kan volgens advocaat Scholten nog zeker twee maanden duren. Tot onbegrip van Lommers senior. Hij vraagt zich af waarom in latere dopingzaken als die van de schaatsster Claudia Pechstein en de turner Yuri van Gelder wel snel een vonnis werd uitgesproken. De complexiteit van zijn zoons zaak zou een oorzaak kunnen zijn. De chemometrist Klaas Faber, die als getuige-deskundige is ingehuurd, heeft de zaak onderzocht, maar het tuchtcollege van de KNSB wil zijn rapport voor een ‘second opinion’ getoetst hebben.

Volgens Faber heeft het laboratorium in Gent, dat verantwoordelijk is voor de dopinganalyse van Wesley, met onvolledige A- en B-stalen gewerkt, is de uitkomst gebaseerd op drie van de vijf parameters en heeft het de identificatie van nandrolon niet hard gemaakt. Hij verwijt het laboratorium onvoldoende onderzoek te hebben gedaan naar de invloed van de op nandrolon gelijkende stoffen. Faber vindt dat Wesley Lommers op grond van de richtlijnen negatief getest had moeten worden.

In de kwestie van Dominique Lommers lijkt de oplossing nabij, zij het dat alle betrokkenen omzichtig manoeuvreren om niet de schuld in de schoenen geschoven te krijgen. De Dopingautoriteit verlangt een schriftelijke verklaring van de ouders dat zij meewerken aan de reguliere dopingcontroles bij hun dochter. En de schaatsbond is boos op de Dopingautoriteit, maar wil een conflict vermijden om een goede werkrelatie in stand te houden en niet te worden geconfronteerd met schadeclaims van de familie Lommers.

Niet zo’n gekke gedachte, want Edwin Lommers heeft aangekondigd financiële compensatie te eisen voor de schade die zijn kinderen is berokkend. Tegen die achtergrond voert de vader strijd met de Dopingautoriteit, die zijn dochter drie weken geleden toevoegde aan de groep van topsporters die zich moeten onderwerpen aan de whereabouts, het systeem van de onverwachte dopingcontroles in privétijd. De reden: vanwege de zaak Wesley zou Dominique zich in een dopinggevaarlijke omgeving bevinden.

Naast de extreem lage leeftijd om voor vliegende controles in aanmerking te komen, is het ongebruikelijk dat directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit de ouders van Dominique tot 23 november de tijd heeft gegeven de maatregel ongedaan te maken. Zij moeten daarvoor schriftelijk verklaren alle medewerking aan reguliere dopingtesten te zullen verlenen. Hij vergat echter de KNSB daarover in te lichten, waarna de bond Dominique een tijdelijk startverbod oplegde, omdat haar ouders weigerden de verplichte persoonsgegevens voor whereabouts aan de bond door te geven.

Ram zegt dat hij Dominique respijt heeft gegeven „vanwege haar uitzonderlijke situatie.” Arie Koops, directeur Sport van de KNSB, zegt dat de bond Dominique’s startverbod opheft zodra de ouders hun handtekening hebben gezet. Maar zijn zij daartoe bereid? Edwin Lommers: „Eigenlijk niet, maar in het belang van Dominique is het mijn morele plicht. Maar ik eis een garantie dat zij minimaal tot haar zestiende niet voor whereabouts in aanmerking komt.”

Dit is het dertiende deel in een serie over doping. Lees eerdere delen via nrc.nl/sport