Nu ook in doventaal: impressionisme

Begrippen als restaureren, doek en impressionisme bestaan nu ook in de Nederlandse gebarentaal.

En er is eindelijk een gebarenwoordenboek.

Schilder Hendrick Avercamp (1585-1634) werd in zijn eigen tijd ‘de stomme van Kampen’ genoemd. Niet kunnen praten wijst op doofheid, daarom wordt aangenomen dat Avercamp gehoorgestoord was. In zijn schilderijen ontbreken aanwijzingen voor doofheid. Morgen opent in het Rijksmuseum in Amsterdam IJspret, een tentoonstelling van zijn Hollandse winterlandschappen.

Om het werk van Avercamp toegankelijker te maken voor doven, biedt het Rijksmuseum onder meer rondleidingen in gebarentaal aan. Daartoe liet het ongeveer 130 nieuwe gebaren ontwikkelen voor begrippen als ‘restauratie’, ‘doek’, en ‘impressionisme’, en voor de naam ‘Hendrick Avercamp’. Samen met al bestaande gebaren (voor ‘kwast’, en ‘Rijksmuseum’ bijvoorbeeld) zijn ze te vinden op de dvd van het Gebarencentrum die vandaag uitkomt.

Is dat niet gek, zomaar nieuwe gebaren verzinnen?

„We doen dat hier vaker”, zegt taalkundige dr. Trude Schermer, directeur van het Nederlands Gebarencentrum in Bunnik. „En altijd in samenspraak met doven, liefst ook kenners van het terrein waarom het gaat. Net als in gesproken taal kun je een nieuw gebaar bijvoorbeeld samenstellen uit al bestaande. ‘Kunstschilder’ bestaat uit ‘kunst’ en ‘schilderen’ en ‘persoon’, en daarbij maakt de mond de bewegingen die bij ‘kunstschilder’ horen. Zo’n gesproken component zie je vaak bij nieuwe gebaren. Op den duur verdwijnt die meestal. Maar de betekenis kan ook op andere manieren ‘gevangen’ worden. Het gebaar voor ‘expressionisme’ bijvoorbeeld heeft te maken me iets dat sterk op je afkomt.”

Honderd jaar lang mocht het niet. De horende wereld besloot in 1880 dat het gebruik van gebarentaal doven maar in de weg zat. Ze moesten leren liplezen en praten. Dat konden ze best.

Alle doveninstellingen hielden zich vervolgens zo goed aan het verbod dat het een wonder mag heten dat desondanks de gebarentalen van doven overal hebben overleefd. Ook de Nederlandse Gebarentaal, al werd die pas in 1995 bij alle dovenonderwijsinstellingen ingevoerd als voertaal en als instructietaal om ook Nederlands te leren. Ruim dertig jaar dus nadat gebleken was dat gebarentalen gewone mensentalen zijn, met alles wat daarbij hoort.

„Gebarentaal is dus heel lang alleen in beperkte kring en zeker niet in alle situaties gebruikt,” zegt Trude Schermer. „Straattaal bijvoorbeeld wás er niet in de jaren tachtig. Nu zie je dat wel bij de dove jeugd.” De Nederlandse Gebarentaal ontwikkelt zich snel, maar nog niet alle gaten zijn gedicht. Dus dat er nog niet voor alles uit de museumwereld een gebaar was, is niet zo gek, vindt ze.

Van de museumgebaren (van ‘abstract’ tot ‘zwart-wit’) zijn op de dvd-rom filmpjes te zien. In een gebaar zit immers beweging. Dat is op papier veel lastiger vast te leggen. Dat dat wel kan, laat het Van Dale Basiswoordenboek Nederlandse Gebarentaal zien. Na een miskleun vorige maand – het door Van Dale gekozen papier was zo dun dat de tekeningen van een paar pagina’s verderop erdoorheen schemerden, de oplage is vernietigd – ligt dat woordenboek toevallig net deze week in de winkel. Schermer noemt het „een beetje mijn levenswerk”.

Schermer voerde samen met Corline Koolhof de redactie over het boek. „Doven zijn er heel blij mee, hebben het gevoel dat hun taal echt meetelt”, zegt ze. Bij het Gebarencentrum was al veel materiaal beschikbaar, toch heeft ze zich „het apenzuur” gewerkt om alles uit de databanken om te zetten in woordenboekvorm. Met goede voorbeeldzinnen erbij.

Maar alles zomaar ‘nagebaren’ is niet eenvoudig. Schermer: „Dove leerlingen moeten wegwijs gemaakt worden. Ze moeten leren de gebarentekeningen te ‘lezen’. Zoals horende leerlingen op school ook leren omgaan met woordenboeken.”