Moderne collage

cd JAZZ Jamie Cullum:The Pursuit ****

Na een omvangrijke wereldtournee naar aanleiding van het album Catching Tales trok zanger/pianist Jamie Cullum zich lange tijd thuis terug in Londen. De fut was er even uit bij de Brit. De hype rond de ‘Sinatra on sneakers’ die in 2003 de heilige huisjes van de jazz omgooide, was geluwd. Er moest dringend gewerkt worden aan de houdbaarheidsdatum van zijn als eigenwijs opgevatte jazz.

Rigoureus was het besluit zijn vaste jazztrio te ontslaan. Nodig, aldus Cullum. Hoe clichématig het ook klonk: hij wilde weg van hetgeen hij al kende. Hij bouwde een studio om ongestoord te kunnen componeren. Daarnaast dj’de hij wat en jamde hij in andermans jazz- en rockbandjes. Ondertussen trok zijn samenwerking met filmmastodont Clint Eastwood de aandacht. Samen sleutelden ze aan de soundtrack van Gran Torino. Maar ook de verloving met model/schrijfster Sophie Dahl was – vooral voor de Britse sensatiepers – groot nieuws.

Cullum verstevigde zijn sound – breed beïnvloede pop met een jazzhart – in Los Angeles, met hulp van producer Greg Wells (o.a. Mika, Katy Perry). The Pursuit, zijn vijfde cd, kreeg er kameleontische kwaliteiten door: Cullum hinkstapt nu echt tussen alle stijlen door. Van romig geproduceerde pop van het grote gebaar, zoals de hitgevoelige single I’m All Over It Now, gaat het naar kale in zijn keuken opgenomen pianojazz (I Think, I Love). Cullum verjazzt net zo makkelijk de sappige r&b van ster Rihanna (Please Don’t Stop the Music) op een vreemde, wel lekkere manier, maar rommelde ook met breakbeats. Een opvallend nummer in die richting is de Ibiza-housetrack Music is Through: een repeterende bas, een akoestische piano en een explosief refrein.

Er werd geavonturierd met een arsenaal aan instrumenten: van vintage synthesizers tot harmonium (traporgel) en er klinken blazers, strijkers naast elektronica. Cullum wilde een nadrukkelijk dwarser geluid en slaagde daar tamelijk goed in. Door geluiden te stapelen, laag over laag, kan een liedje klein klinken, maar ook bombastisch rijk. En soms won de eenvoud: If I Ruled the World kreeg zijn droge beat van een handdoek over de snaredrum, terwijl de piano vertragingseffecten heeft.

Cullum toont zich op dit album van zijn meest experimentele kant. De uitkomst is een moderne collage. Het charmante flirten met vergeelde jazz van toen heeft plaats gemaakt voor een volwassen geluid. Toch is het jongetje dat standards speelde met rare twists niet helemaal weg. Voor Just One of Those Things (Cole Porter) kreeg hij het Count Basie Orchestra zover mee te rijden in deze schitterend opgepoetste oldtimer.