Lidstaten bevestigen hun macht

„Vanaf nu is mijn mening volstrekt irrelevant” sprak Herman Van Rompuy. Die bescheiden houding hielp hem in het zadel als ‘president’ van Europa.

Een van de eerste dingen die de nieuwe Europese ‘president’ gaat doen, is plaats maken. Zijn contract gaat per 1 december in. Maar als de 27 EU-regeringsleiders naar Brussel komen voor hun eindejaarstop, worden zij voorgezeten door de Zweedse premier.

Herman Van Rompuy, de Belgische premier die gisteravond unaniem tot eerste vaste voorzitter van de Europese Raad (‘EU-president’) werd gekozen, laat zijn Zweedse collega rustig zijn werk als tijdelijk EU-voorzitter afmaken. Dit is exact de reden dat Van Rompuy de baan kreeg: hij heeft geen egoproblemen.

Gisteravond bevestigde de Belg: „Vanaf nu is mijn mening volstrekt irrelevant.” Dit was een spontane uitspraak, een antwoord op een vraag. Alleen iemand die zoiets zegt, kan namens 27 Europese landen spreken. Tony Blair, ook kandidaat, zou dit niet over zijn lippen gekregen hebben. Precies daarom is de Britse oud-premier het niet geworden.

De laatste weken is vaak gezegd dat de Europese regeringsleiders de keuze hadden tussen een prestigieuze president „die het verkeer in Peking tot stilstand kan brengen” en „een grijze muis”. Maar die keus bestond alleen in theorie. De Verenigde Staten van Europa bestaan niet. Het Europese bouwwerk is opgetuigd met groot respect voor de soevereiniteit van de lidstaten. Het is een systeem vol checks and balances: de Europese Commissie vertegenwoordigt het Europees belang, het parlement de burgers en de Europese Raad de lidstaten. De Raad is het belangrijkste orgaan. De Commissie mag voorstellen doen, maar de nationale regeringen moeten alles goedkeuren. Zíj willen het laatste woord. Zo staat het in het Verdrag van Lissabon dat het bestuur van de uitgebreide EU regelt. ‘Lissabon’ is niet populair bij de burgers, die de indruk hebben dat dit verdrag de macht van het verre, anonieme, big-brotherachtige Brussel versterkt. Maar in werkelijkheid maakt dit verdrag de lidstaten op bepaalde terreinen juist machtiger dan vroeger.

Geen nationale politicus wil zijn landsbelang laten ondersneeuwen. Niet voor niets herinnert de taakomschrijving voor de ‘Europese president’ die zij in het Lissabonverdrag hebben opgenomen – hoe vaag ook – aan een grijze muis. Grijze muizen tasten de nationale soevereiniteit niet aan.

Paradoxaal genoeg zou Herman Van Rompuy van alle Europese regeringsleiders de minste moeite gehad hebben met een machtige Europese voorzitter. Belgen hebben meestal weinig last van chauvinisme. Daarom botsen zij vaak met de Nederlanders, die in hun ogen egoïsten zijn. Een reeks recente aanvaringen sterkt de Belgen in die mening.

Vervolg Europese Unie: pagina 3

Wie consensus zoekt haalt het meeste uit EU

Zulke Belgisch-Nederlandse aanvaringen waren er bijvoorbeeld over Fortis, de Westerschelde én over de verwoede pogingen van premier Balkenende om Van Rompuy voorbij te streven op weg naar het Europese presidentschap. Door zijn gebrek aan chauvinisme kan Van Rompuy een sterke president zijn. Lieden die consensus zoeken, halen meer uit Europa. Als je nationale politici in hun waarde laat, vooral van grote landen, zijn ze eerder bereid compromissen te sluiten. Compromissen zijn de essentie van de soft power van Europa.

Groot-Brittannië zette tot gisteren vol in op Blair. Toen die VN-gezant voor het Midden-Oosten werd, zei men: „Hier wordt hij tijdelijk geparkeerd om straks president van Europa te worden.” Maar Blair wordt door velen gezien als een ijdele symboolpoliticus die vooral met macht bezig is. De Duitse bondskanselier Merkel noemt hem ‘Mr Flash’. De Franse president Sarkozy steunde Blair vorig jaar tijdens het Franse voorzitterschap, toen Sarkozy – zelf symboolpoliticus – problemen had met Merkel. Hij dacht dat Brown snellere, betere oplossingen had voor de crisis. Maar Parijs en Londen werden het nergens over eens. Zo bleef de Europese besluitvorming in de modder steken. Begin dit jaar begreep Sarkozy dat hij Merkel nodig heeft als hij iets wil in Europa. Daarna kwamen namen van presidentiële personen met wie Merkel wèl kon leven naar boven. Van Rompuy was haar favoriet – klein landje, bruggenbouwer, lid van de grootste Europese politieke groep: de christendemocraten. Gevoel voor humor. En: neiging tot reflectie. Van Rompuy trekt zich soms een dag terug om na te denken.

Twee weken geleden polsten Merkel en Sarkozy hem, op een top in Brussel. Hij zei ja.

Brown wist dit maar bleef pushen voor Blair. Pure tactiek: als je hoog in de boom klimt, moeten anderen een prijs betalen om je eruit te krijgen. Die prijs was niet alleen dat de socialisten de tweede ‘top job’ – Hoge Buitenlandvertegenwoordiger – kregen en daarvoor de Britse eurocommissaris Catherine Ashton aanwezen. De prijs was óók dat Van Rompuy genoegen moest nemen met een uitgeklede functieomschrijving. In het Lissabonverdrag is die vaag gebleven. Het Zweedse voorzitterschap liet gisteravond een A4-tje circuleren met een exacter omschrijving. De passage uit ‘Lissabon’ dat de Europese president ,,op zijn niveau’’ de Unie op buitenlands politiek terrein kan vertegenwoordigen, mist op dat A-viertje. Dat was een concessie aan Brown. Die wilde maximale macht voor Ashton. Vandaag vergaderen EU-ambassadeurs over de precieze definitie.

Brown zei gisteren: „Het Britse belang is Europa is versterkt. We hebben nu twéé topbanen.”