Kleine geschiedenissen in een heel Iers dorpje

William Trevor: Love and Summer. Viking, 210 blz. € 21,–.

Op de longlist in augustus van kandidaten voor de Booker Prize van dit jaar stond William Trevors Love and Summer vermeld, zoals diverse eerdere boeken van hem in de afgelopen jaren. Maar op de shortlist van september stond hij er al niet meer op. Alweer mis! Hoe soepel wij onze schouders ook ophalen in het besef dat er natuurlijk niet zoiets bestaat als een ‘beste roman van het jaar’, het blijft teleurstellend dat de vergaderaars van de jury’s altijd weer meer zien in verdienstelijke anderen dan in de meester van de Engelse vertelkunst van de afgelopen 45 jaar.

In 1964 verscheen Trevors eerste roman, The Old Boys. Sindsdien heeft hij het niet bij de dertien volgende gelaten, hij heeft ook twaalf bundels korte verhalen gepubliceerd, volgens sommigen zijn voornaamste werk, dat door tijdgenoten het minst geëvenaard is. Of wij het daar mee eens zijn of niet – korte verhalen bereiken soms een perfecte vorm waar romans niet aan toekomen – wie de moderne Engelse literatuur wil beoordelen moet William Trevor in beide genres kennen.

Trevor is nu tachtig jaar oud, en hoewel hij al iets meer dan de tweede helft van zijn leven in Engeland woont is hij in zijn schrijven nog altijd een onmiskenbare Ier. Niet alleen speelt zijn werk zich voor een groot deel in Ierland af (een kleiner deel in Engeland, en van de verhalen een aantal elders in Europa), zijn vermogen om kleine geschiedenissen met een uitgestreken nauwkeurigheid te dramatiseren zou moeilijk ergens anders vandaan kunnen komen.

Op zijn best roept hij personen en relaties op in zulke terughoudende woorden dat de lezer twijfelt of er staat wat er staat. Dan wordt het een zaak van overlezen en misschien nog eens overlezen totdat het onbetwistbaar is: er staat wat wij dachten, met geen woord overbodig.

Toch moet je toegeven dat ook in Trevors werk passages en zelfs hele hoofdstukken voorkomen die helemaal niet zo goed zijn; en dat er stukken in staan die op sommige lezers veel meer indruk zullen maken dan op andere. Dat kan ook in het geval van Love and Summer meteen gezegd worden van het eerste hoofdstuk, waar wij in het echt-Ierse, heel stille plaatsje Rathmoye een aantal bewoners leren kennen over wie wij meer zullen horen. Een voorbeeldig getypeerd dorp met ware dorpelingen, volgens sommige lezers; een traag en onoverzichtelijk begin, volgens anderen.

Maar echte Trevorianen laten zich natuurlijk niet ontmoedigen: alles komt terecht wanneer de personen en hun verwikkelingen zich in het stille dorpsleven beginnen af te tekenen. Ellie Dillahan, die haar huwelijk zou willen verlaten als zij een nieuw leven kon beginnen, en haar minnaar Florian Kilderry die tot zijn leedwezen geruïneerd moet emigreren naar Zweden, zullen in menig geheugen domineren. Om hen heen groeperen zich dan Ellies echtgenoot en de eenzame oude zwerver Orpen Wren, en Bernadette O’Keefe en de winkeliers, en de drinkers in het café.

In een Engelse bespreking werd Love and Summer hoog geprezen, op een enkele scène na; die waarin de labrador van Florian Kilderry sterft, steunend tegen haar baas, kort voor diens vertrek naar Zweden. Komt dat omdat het een te gemakkelijk navoelbaar emotioneel moment oplevert, terwijl Trevors verhaal verder zo voornaam terughoudend is? In elk geval is de allerlaatste zin onomstreden: daar staat Kilderry uit te kijken vanaf de boot naar Zweden – totdat Ierland uit het zicht is.