Karzai corrupt? Dat is te simpel

De westerse roep om iets te doen aan corruptie, stelt president Karzai voor een extreem dilemma, aldus Isabelle Duyvesteyn en William Murphy.

Na het imperfecte verkiezingsproces in Afghanistan, is de afgelopen week de druk toegenomen op de opnieuw beëdigde president Hamid Karzai om iets te doen aan de corruptie in Afghanistan. Corruptie is in westerse ogen (Amerika, Groot-Brittannië, Nederland) het meest urgente probleem in Afghanistan op dit moment. De corruptie brengt de geloofwaardigheid en legitimiteit van de ISAF-operatie en de ontwikkelingsactiviteiten in het land in gevaar. Waarom zouden we de levens riskeren van onze soldaten en ons grote moeite getroosten om een regime te ondersteunen met een gebrekkig, en zelfs corrupt leiderschap?

Deze roep om iets te doen aan corruptie stelt Karzai voor een extreem dilemma. Corruptie – zoals wij dat plegen te noemen – maakt onderdeel uit van de dominante patrimoniale politieke logica in Afghanistan. Ondanks een democratisch jasje speelt de patroon-cliënt-hiërarchie gebaseerd op loyaliteit en charismatisch leiderschap nog immer een grote rol. De patroon-cliëntverhouding verbindt degene met macht aan degene zonder. Door middel van bescherming, veiligheid en economische gunsten van de kant van de patroon worden loyaliteit, legitimiteit en steun van de cliënten verkregen. Deze vorm van wederkerigheid wordt ook wel een ‘moral economy’ genoemd, die ook de Afghaanse samenleving kenmerkt.

Door dit fenomeen aan te duiden als corruptie, verhullen we ons gebrekkige begrip van de politieke realiteit in het land, inclusief de mogelijkheden en onmogelijkheden van Karzai in het politieke domein.

Karzai is verantwoordelijk voor het opbouwen van een levensvatbare staat daar waar er tot nu toe geen bestond. Zijn handelingen en activiteiten illustreren de voortdurend dominante logica van de moral economy. Vóór de verkiezingen was Karzai bijvoorbeeld bezig om zijn belangrijkste politieke rivalen – de voormalige warlords – banen aan te bieden in zijn toekomstige regering in ruil voor steun tijdens de verkiezingen. Dit is een vorm van wederkerigheid die de patroon, de president, bindt aan zijn cliënten of supporters in het politieke systeem.

Terwijl het in westerse ogen als corrupt voorkomt, probeerde Karzai juist tegemoet te komen aan een van de belangrijkste westerse wensen: het verstevigen van de centrale macht in het land. Hij gebruikte daarbij de hierboven beschreven patrimoniale logica. Als hij de steun van deze mensen zou kunnen verwerven, dan zou zijn legitimiteitsprobleem in belangrijke mate kunnen worden verminderd, en staatsvorming zou een impuls krijgen.

Westerse retoriek over corruptie mist het cruciale dilemma waar Karzai zich voor gesteld ziet. Het dilemma van Karzai is: stel je buitenlandse patronen tevreden die je regime financieren en stel je binnenlandse cliënten teleur die je geen gunsten meer kunt verlenen. Of stel je binnenlandse cliënten tevreden, die je de zo belangrijke legitimiteit kunnen verschaffen en stel je buitenlandse patronen teleur die je niet langer willen steunen. Bij zijn inauguratie gisteren liet Karzai weten dat hij de westerse eisen serieus neemt. Hij zei dat „de verspreiders van corruptie vervolgd moeten worden” en beschreef corruptie als „een zeer gevaarlijke staatsvijand”. Karzai kondigde zelfs een conferentie over corruptie aan.

Toch zal dit soort uitspraken en initiatieven zijn dilemma niet verlichten. Bovendien laten westerse ervaringen met staatsvorming in de vroegmoderne tijd zien dat de centralisatie van de macht interne legitimiteit vereist. Dat is veel belangrijker dan de externe aanmoediging en steun.

Voor de regering van Barack Obama, die zich op dit moment buigt over het sturen van meer troepen, moet het duidelijk zijn dat militaire macht het minst effectieve middel is om dit politieke probleem van Karzai op te lossen. Karzais dilemma is de sleutel tot Afghaanse staatsvorming. Een belangrijke stap op dit moment, daags na de inauguratie van Karzai, is het matigen van de moralistische retoriek. Westerse staatsvorming heeft eeuwen geduurd. Meer besef van de manier waarop politieke systemen functioneren is essentieel. Dit besef zou aan westerse kant enige mate van bescheidenheid moeten opleveren bij het voorschrijven hoe anderen het zouden moeten doen in hun prille pogingen tot staatsvorming.

Isabelle Duyvesteyn is universitair hoofddocent aan de afdeling Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen van de Universiteit Utrecht. Dr. William P. Murphy is Lecturer aan het Department of Anthropology van Northwestern University in de VS.

Meer over Afghanistan op nrc.nl/afghanistan. Nieuws, achtergronden en verwijzingen op één webpagina.