In Den Haag is de coalitie opgelucht

Hij is het niet geworden.

Maar zijn aspiraties dwongen de coalitiegenoten CDA, PvdA en ChristenUnie een kijkje te nemen in een politiek leven na Balkenende.

Gezag verloren nu hij het niet is geworden? Premier Balkenende wilde er gisteravond niets van weten. Hij was toch nooit kandidaat geweest? Alle tijd is hij bezig geweest met wat nodig is voor Nederland en dat zou hij blijven doen. Aldus de premier.

Enkele uren eerder leek hij nog een kleine kans te hebben. En twee weken geleden werden zijn kansen zelfs nog als groot inschat. In die tijd zagen sommige van zijn partijgenoten wel voordelen in een tussentijds vertrek van de premier. Het zou een natuurlijke, dus relatief schadevrije leiderschapswisseling bij hun partij betekenen. Met Maxime Verhagen als meest voor de hand liggende opvolger.

Maar toen zijn kansen slonken, onderstreepten CDA’ers vooral hoe onomstreden het leiderschap van Balkenende eigenlijk is. „Buiten de partij mag dat voor sommigen onbegrijpelijk zijn”, zei een Kamerlid, „daarbinnen is het een levende realiteit.”

Ook bij PvdA en ChristenUnie waren er tweeledige gedachten. Publiekelijk riep PvdA-leider Wouter Bos de premier op in Nederland te blijven. Begrijpelijk, want een premierswissel zou tot onrust en eventueel tussentijdse verkiezingen kunnen leiden: een weinig aanlokkelijk vooruitzicht voor de sociaal-democraten die in de peilingen op een historisch dieptepunt staan. Tegelijk ontstond bij sommige PvdA-Kamerleden de gedachte dat het misschien niet zo erg zou zijn als Balkenende opstapte. Want wat zouden ze terugkrijgen? Wellicht een boegbeeld van de coalitie met meer overtuigingskracht.

Bij de ChristenUnie was het niet veel anders. Ook daar riep de partijleider Balkenende op te blijven. Een vertrek van Balkenende zou het machtsevenwicht in het kabinet weleens ernstig en onherstelbaar kunnen verstoren. Een Kamerlid van de ChristenUnie zei: „Het zou best eens kunnen zijn dat Balkenende de spil is in het precaire evenwicht tussen die drie partijen in het kabinet.”

Aan de andere kant zeiden Kamerleden van de ChristenUnie ook dat iemand ánders dan Balkenende het verhaal van het kabinet „natuurlijk” beter over het voetlicht zou kunnen brengen. Bovendien zou een katholieke CDA-leider als Verhagen voor de ChristenUnie electoraal niet onaantrekkelijk zijn: het kon de partij Nederlandse protestanten bezorgen die momenteel CDA stemmen.

In de politiek luidt het adagium: wie zegt dat hij weg wil, is ook weg. Niet voor niets verwierp premier Balkenende iedere suggestie als zou hij kandidaat zijn voor het permanente voorzitterschap van de Europese Raad. Maar geldt die wijsheid ook voor iemand die niet hardop zegt dat hij weg wil, maar van wie iedereen weet dat het wel zo is? En heeft dat nog gevolgen voor de verhoudingen?

Dat is moeilijk te zeggen. De liefde onder PvdA’ers voor de premier van ‘hun’ coalitie – toch al nooit vurig – is de afgelopen maanden verder geslonken. Een serie incidenten droeg daaraan bij, zoals Balkenendes ondermaatse verdediging van de begroting bij de Algemene Beschouwingen, zijn ongelukkige bemoeienis met het Westerschelde-dossier en zijn zichtbare onvermogen om Maxime Verhagen in het gareel te houden tijdens het debat over een verlenging van de missie in Afghanistan.

Het zorgde allemaal voor moedeloze gevoelens onder PvdA’ers. Meer dan één van hen zei in de wandelgangen van de Tweede Kamer: „We zijn helemaal klaar met die man.” Maar diezelfde mensen zeggen óók dat de onrust rond zijn mogelijke vertrek dat gevoel niet sterk beïnvloedde.

Bij het CDA bestaat weinig vrees dat de episode sporen nalaat. Vele partijleden hadden Balkenende persoonlijk de overstap wel gegund. Maar voor de partij is het goed dat hij blijft, menen ze. En veel CDA-politici dragen hem op handen. CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek zegt: „Met het vertrek van JP zou iets groots verloren zijn gegaan.”

Op zijn weblog verklaarde Schinkelshoek onlangs nog zijn liefde aan de partijleider: ‘JP is een politicus van wie je – voor mij misschien wel het belangrijkste criterium in de politiek – zonder aarzelen een tweedehandsauto zou kopen.’ En: ‘Politici van het slag Balkenende heeft Nederland meer dan ooit nodig.’

Geen PvdA’er die hem dat nazegt, al overheerst ook bij die partij opluchting nu Balkenende blijft. Tegelijk spreekt niemand daar Kamerlid Diederik Samsom tegen, die direct na de Algemene Beschouwingen foeterde: „Ik heb zelden iemand met minder bezieling beleid zien verdedigen, juist nu bezieling zo hard nodig is.”

Hard nodig, gezien de loodzware agenda die op hem afkomt. Begin januari komt de commissie-Davids met de uitkomsten van het onderzoek naar de Nederlandse steun voor de Amerikaanse inval in Irak. In de maanden voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen van maart zal de premier als CDA-leider campagne moeten voeren. Tegelijk moet Balkenende de politiek gevoelige onderzoeken van twintig werkgroepen – naar structurele hervormingen van de verzorgingsstaat – tot een goed einde brengen. Het is een lijst ook, die hem weinig ruimte laat voor fouten.