Ik wil alleen de muziek voelen

Simone Lamsma (24) is violiste en speelt in alle concertzalen van de wereld.

Haar streven is om met haar spel vrijheid te brengen en vrijheid te voelen.

Een passie. Het klinkt als een cliché. Maar wat als dat woord nu eens precies beschrijft wat muziek voor iemand is? Als je muziek, je viool en je spel alles is wat je nodig hebt in het leven?

De ogen van Simone Lamsma gaan spontaan glanzen als ze over haar instrument spreekt. Haar Stradivarius kreeg ze, ruim een jaar geleden, in bruikleen van een anonieme gever. De toon is in één woord fantastisch, vertelt ze, zó rond. En met zo veel volume, dat hij moeiteloos de achterste rijen van een zaal bereikt. Dat is belangrijk voor een soliste.

De Friese violiste Simone Lamsma (24) kun je niet meer omschrijven als een talent. Want dirigent Jaap van Zweden noemde haar dit jaar in zijn interview in het televisieprogramma Zomergasten ‘een van de tien beste violisten wereldwijd’. Simone Lamsma speelt overal ter wereld, van China tot de Verenigde Staten. Als solist of in een orkest.

Dit seizoen staan onder meer nog Groot-Brittannië, België en Dallas op het programma, al is ze relatief veel in Nederlandse concertzalen te vinden. Vanavond speelt ze het Vijfde vioolconcert van Mozart in Leeuwarden.

Op haar elfde al vertrok Lamsma in haar eentje naar Groot-Brittannië, om te studeren aan de Yehudi Menuhin School, een speciaal muziekinternaat voor kinderen. Ze vervolgde haar studie op vijftienjarige leeftijd, aan de Royal Academy of Music, in Londen. Daar was ze de jongste Bachelor-student ooit. Ze woonde zelfstandig, in een studentenhuis.

Nu is ze terug bij haar ouders in huis, in het Friese Bergum. Heerlijk, zegt ze. Al keerde ze tijdens haar studie wel regelmatig terug naar Nederland, toch heeft ze tijd met haar familie gemist. Het thuis wonen geeft haar, haar zus en haar ouders de gelegenheid om die tijd in te halen.

Ben jij eigenlijk overal de jongste?

„Dat ben ik wel altijd geweest, ja. Al stopt dat op een gegeven moment natuurlijk. En ik heb er nooit echt bij stilgestaan. Ja, het valt wel op als je als kind tussen volwassenen staat, maar voor mij heeft leeftijd er nooit toe gedaan. Als je met elkaar op het podium staat en samen muziek maakt, dan valt dat leeftijdsverschil weg.”

Wanneer wist je: dit is wat ik wil?

„Al heel vroeg. Mijn ouders hebben me verteld dat ik een jaar of twee was, toen ik op televisie iemand viool zag spelen. Dat moest en zou het worden voor mij. Op mijn vijfde ben ik met lessen begonnen. Ik weet niet beter dan dat muziek in me zit. Als ik niet zelf speel, hoor ik muziek in mijn hoofd of denk ik erover na. Muziek is voor mij altijd aanwezig.”

Dan moet het ook niet moeilijk zijn om je doel in het oog te houden.

„Dat klopt. Ik vind het heel belangrijk om me op de muziek te blijven richten, want daar doe ik het voor. Er komt veel bij kijken: een gedisciplineerd leven, publiciteit, het reizen. Alles staat voor mij eigenlijk in dienst van de muziek.”

Dat klinkt zakelijk. Waar leidt dat toe?

„Waar ik naar streef, is complete vrijheid bereiken tijdens het spelen. Dat gebeurt niet vaak. De keren dat het mij overkwam, zijn op één hand te tellen. Maar ik heb het op het podium mogen ervaren en dat is heel bijzonder voor me geweest. Bijvoorbeeld enkele jaren geleden, tijdens een concert met het London Symphony Orchestra, we speelden het vioolconcert van Benjamin Britten. Toen had ik dat ultieme gevoel van vrijheid. Dat gevoel is lastig in woorden te vatten. Alleen de muziek bestaat nog maar. Er heerst een soort... je voelt dat iedereen alles vergeet en alleen nog de muziek voelt. Ook het publiek, denk ik. Hoop ik. En het wil natuurlijk niet zeggen dat andere concerten niet goed of mooi zijn. Elk optreden is altijd anders, en dat is ook het leuke, maar dat ultieme gevoel, die vrijheid, die hoop ik opnieuw te mogen beleven.”

Geeft dat een machtig gevoel, dat jij zulke emoties kunt oproepen?

„Nee. Nee, zo voel ik het helemaal niet. In een concert heeft iedereen elkaar nodig, want je geeft dat concert samen. Daarom vind ik onderling contact ontzettend belangrijk. Bijvoorbeeld oogcontact met andere musici tijdens dialogen in het concert.”

En als solist?

„Als ik als solist optreed, ben ik wel vrijer, dan is de interpretatie van het stuk meer aan mij. Heel fijn om die vrijheid te hebben, maar het heeft niets met macht te maken. Ik wil gewoon de muziek zo goed mogelijk overbrengen.”

Hoe doe je dat?

„Dat is moeilijk te omschrijven. Tijdens het spelen wil ik zo veel mogelijk de partituur volgen, de wens van de componist. Heel goed lezen wat er precies in staat – mensen voegen snel eigen interpretaties toe, die soms erg kunnen verschillen van wat in de partituur geschreven staat. Dat vind ik niet correct, omdat de informatie die in een partituur te vinden is, volgens mij vaak het meest authentiek is. Ik wil zo goed mogelijk overbrengen wat de componist, naar mijn idee, met zijn werk bedoeld heeft. Daarbij leg je natuurlijk je eigen speelstijl en persoonlijkheid in een werk. Als ik zelf naar een concert ga, dan hoop ik te worden meegenomen. En verder wil ik alles vergeten. Dus daar streef ik naar, ik hoop dat mensen dat ervaren als ze naar mijn optredens komen, en dat ik ze raak met mijn muziek.”

Heb je zo veel om te vergeten?

„Nou, nee, het gaat me er meer om... er zijn altijd zorgen. Er gebeurt zo veel in een mensenleven. En ik vind het bijzonder dat muziek zo krachtig is dat het mensen even naar een andere wereld kan meenemen. Dat alle dagelijkse beslommeringen vergeten raken. Dus als ik me zorgen maak, over wat dan ook, en ik luister bijvoorbeeld naar iets van Bach of Schubert, dan weet ik: daar gaat het om. De rest doet er dan niet meer toe.”

Jouw toekomst bestaat dus uit vrijheid brengen en vrijheid voelen?

„Ja, maar ik kijk niet zo ver in de toekomst. In de muziekwereld kun je niet al te ver vooruit plannen. Het is gewoon hard werken om het hoogste niveau te bereiken en te behouden. Ik wil me constant blijven ontwikkelen. Het gaat al ontzettend goed met mijn carrière, en daar ben ik blij mee. Natuurlijk, er zijn zo veel werken die ik nog wil spelen, nog zo veel orkesten waarmee ik wil optreden. Maar waar ik nu al ben en wat ik nu doe, daar ben ik dankbaar voor.”

Maar ieder mens heeft toch dromen?

„Ja, natuurlijk. Toch vind ik dat je in het nu moet denken. Als je te veel met de toekomst bezig bent, vergeet je te genieten van wat je hebt. Dus denk ik niet te veel na over waar ik mijn carrière het liefst heen zie gaan. Ik krijg nu al prachtige kansen, om met veel mooie orkesten te werken, en daar wil ik volop van genieten.”

Simone Lamsma’s complete concertagenda is te vinden op www.simonelamsma.com