Idealen voor het volk

Toneelregisseurs noemen zichzelf graag politiek geëngageerd en willen soms zelfs ‘de hele wereld verbeteren’. Maar de meesten willen niet zo ver gaan als het vormingstoneel uit de jaren zeventig. „Engagement vind ik goed, maar pamflettisme gaat te ver.”

Het is een woensdagavond in oktober. De toeschouwers in het Munttheater van het Limburgse Weert volgen aandachtig de voorstelling Vijand van het volk, een klassiek drama uit 1882 van Henrik Ibsen. Een van de hoofdrolspelers is dokter Thomas Stokman, een idealist die heeft ontdekt dat het bronwater van het zwembad in het dorp is vergiftigd. Hij acht het zijn taak als medicus deze verontreiniging openbaar te maken. Aanvankelijk krijgt hij de inwoners op zijn hand. Gezondheid staat immers voorop in het Noorse kuuroord. Totdat iedereen beseft dat het zwembad de economische levensvoorwaarde is van het plaatsje. Sluiting betekent de ondergang. De dorpelingen keren zich tegen de dokter. Hij is hun vijand.

Plotseling richt acteur Olaf Malmberg die de rol van de dokter vertolkt zich rechtstreeks tot de zaal. „Geachte dames en heren, waarde toeschouwers, u draagt mede de verantwoordelijkheid voor de ondergang van ons land”, zegt hij kalm en beheerst. „Iedereen heeft er de mond vol over dat politici naar het volk moeten luisteren, maar, beste mensen, het gros van het volk is dom, bekrompen en abject.”

In de zaal voelt iedereen zich aangesproken. Er ontstaat zelfs een levendig debat tussen acteur en toeschouwers. Olaf Malmberg schendt een van de oudste theaterwetten: hij doorbreekt de illusie van het toneelspel en stapt door de vierde wand heen, de denkbeeldige scheiding tussen bühne en zaal.

Deze stijlbreuk is een daad van theatraal activisme. Hij zegt: „U, dames en heren toeschouwers, kunt wel veilig vanuit uw zetels van pluche naar dit toneelspel kijken dat zich in het verre Noorwegen afspeelt. Maar het gaat over u, het gaat over Nederland, het gaat over een gevaarlijk verschijnsel van de laatste jaren, namelijk populisme. Ik, dokter Stokman, waarschuw een stelletje dorpelingen dat alleen aan eigen gewin denkt. Ook u heeft idealen ingeruild tegen kapitalistische motieven.”

Hedendaagse regisseurs en theatermakers vinden politiek engagement, maatschappelijke betrokkenheid en maatschappijkritiek belangrijk. Regisseur Eric de Vroedt, inspirator van de geëngageerde toneelreeks Mightysociety zegt: „Na de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh moest er iets veranderen in het Nederlandse theater. Het was te narcistisch.”

De extreme uiting van engagement, activisme, komt zelden voor. De oproep die Olaf Malmberg in Vijand van het volk doet, is een van de zeldzame voorbeelden. Volgens regisseur Arie de Mol, die verantwoordelijk is voor deze ingreep, staat ‘activisme op gespannen voet met de artistieke eisen van een toneelvoorstelling’. Hij zegt: „Toneel is meer dan het programma van een politieke partij. Engagement vind ik goed, maar pamflettisme gaat te ver. De boodschap mag niet overheersen.” In de jaren zestig en zeventig kende Nederland activistische toneelgroepen als Proloog en Sater. Deze gezelschappen weigerden in de traditionele schouwburgen te spelen, ze trokken de straat op, gingen naar scholen, fabrieken, achterstandswijken en brachten daar theater. Het doel was om toeschouwers tot politieke actie te bewegen.

Een gebeurtenis uit januari 1973 bij Proloog zou nu onwaarschijnlijk zijn. De groep speelde Breken en bouwen in het Amsterdamse Mickery Theater aan de Rozengracht. De voorstelling was een aanklacht tegen het slopen van oude woonwijken ten gunste van dure nieuwbouw en prestigeprojecten als kantoren. Politie te paard moest er aan te pas komen om opstandige bezoekers in het gareel te houden. De voorstelling spoorde daadwerkelijk aan tot protest tegen huizensloop. Het toneelspel bleef niet beperkt tot de veilige beschutting van de zaal, het leidde daarbuiten tot acties.

Onder de versmade naam ‘vormingstheater’ zijn Proloog en Sater min of meer uit de theatergeschiedenis verdwenen. De gezelschappen kregen termen toebedeeld als ‘marxistisch gedram’, ‘holle retoriek’ en ‘eendimensionaal spandoektoneel’. Het werd in de ban gedaan. Rechtstreekse verwijzingen naar de maatschappij werden een taboe: „Het was lange tijd zelfs verboden om een tas van Albert Heijn op het toneel te laten zien”, zegt De Vroedt. „Meteen krijg je het verwijt te horen dat het vormingstoneel is, dat het te plat en te eenduidig zou zijn. Maar waar komt dat verbod vandaan? Dagelijks hebben miljoenen mensen met Albert Heijn te maken, en dat zou niet op het toneel mogen. Dit is de erfenis van het vormingstheater.”

De toespraak van Malmberg tot de toeschouwers van Vijand van het volk is opmerkelijk omdat hiermee die angst voor eenduidigheid wordt doorbroken. Ibsen schrijft voor dat dokter Stokman zijn rede over de domheid van het volk houdt voor een dorpszaal, die volgens het naturalistische toneel van die tijd werd nagebouwd op de speelvloer. De Mol: „De dokter doet provocerende uitspraken. Hij zegt bijvoorbeeld dat een ‘capabele elite’ noodzakelijk is voor maatschappelijke verbetering. Hij acht het een misvatting dat het volk, de gewone man dus, het recht heeft om een land te willen besturen. Als een acteur deze woorden direct tot de zaal spreekt, kan het publiek zich niet langer verschuilen. In onze voorstelling gaan op dat moment de zaallichten aan. Iedereen ziet elkaar. De sfeer verandert van comfortabel naar confronterend.”

De Duitse toneelvernieuwer Bertolt Brecht verzette zich tegen theater dat als een ‘droomeiland’ is. „Glotz nicht so romantisch”, hield hij zowel de regisseurs als het publiek voor. „Staar niet zo romantisch.” Met andere woorden: zorg ervoor dat theater een maatschappelijke verandering teweegbrengt en niet alleen dient als tijdverdrijf. Draag een boodschap uit. Zorg ervoor dat na het zien van de Driestuiversopera de kapitalistische uitbuiters worden veroordeeld en de armen geholpen.

Deze opdracht tot activistisch theater is voor Nederlandse gezelschappen meestal een stap te ver. Leden van het gezelschap Orkater brachten een tijd door bij het Nederlandse leger in Uruzgan. Ze maakten er de voorstelling Kamp Holland over. Het was aanvankelijk de bedoeling kritische kanttekeningen te maken bij de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Afghanistan. Maar de voorstelling ging uiteindelijk over iets heel anders, namelijk de fascinatie voor de wereld van het leger.

Zo zijn er meer voorbeelden te vinden van toneelgroepen die als het er op aankomt toch geen eenduidig standpunt vertolken op het toneel. Regisseurs noemen zichzelf graag politiek geëngageerd, willen zelfs, zoals theatermaakster Laura van Dolron zegt, „de hele wereld verbeteren”. Ze reisde voor research naar Jeruzalem, Thailand en Spanje. Maar de voorstelling Iemand moet het doen bij het Nationale Toneel die eruit voortkwam, is eerder poëtisch en lief-filosoferend. De overpeinzing wint het hier van de actieve stellingname. Kennelijk deinzen theatermakers ervoor terug harde uitspraken te doen. Voor Proloog was dat destijds geen enkel probleem. Bij Proloog zat er geen afstand tussen kunst en maatschappij. Dat was de kracht van activistisch theater. Maar het betekende ook een gevaar: alle kunstzinnigheid wordt opgeofferd aan het maatschappelijke doel.

De Acteursgroep Wunderbaum speelt nu het stuk Venlo, de moederstad van PVV-leider Geert Wilders, het „Texas van de lage landen”, zoals zij het noemen. Maar een aanklacht tegen populisme is het niet; dat zou volgens acteur Walter Bart ‘te eendimensionaal’ zijn. Bart: „Het is onze intentie mensen te begrijpen, en door begrip ontstaat compassie. Dat is iets anders dan een nadrukkelijke boodschap. Venlo gaat over idealisme versus nihilisme. Wij hebben een grote belangstelling voor de wereld om ons heen. Om inspiratie op te doen bivakkeerden we zes weken in een stacaravan aan de rand van Venlo. We spraken met mensen uit de buurt, met aspergestekers, wethouders, politieagenten. Op die manier proberen we zoveel mogelijk de realiteit in ons toneelstuk te betrekken. Maar als je een bierdrinkende massa wilt begrijpen, dan kun je als theatermaker niet de wereldverbeterende activist gaan uithangen. Dan moet je ook laten zien waarom mensen hun heil zoeken in een biertent. Theater moet twee kanten tonen, niet een. Bovendien ligt onze voorkeur bij een politieke dimensie die eerder impliciet is dan expliciet.”

Aan het slot van Venlo krijgt de idealistische wethouder het woord, nadat ze door een nihilistische politieagent zowat bewusteloos is geslagen. Ze zegt dat haar verlangen naar macht voortkomt uit de drang haar stadgenoten tot meer saamhorigheid te brengen. Maar ze zijn bedorven door genotzucht en geobsedeerd door materiële luxe. En niet geïnteresseerd in maatschappelijk ontwikkelingen. Net als acteur Olaf Malmberg in Vijand van het volk richt actrice Marleen Scholten zich rechtstreeks tot ons, toeschouwers in de zaal: „Ik leefde namelijk – en dat tot op de dag van vandaag – in de overtuiging dat ik u uit uw middelmaat kon redden.”

Walter Bart van Wunderbaum zegt: „Met Venlo, maar ook met een eerdere voorstelling als Welcome in my backyard over vreemdelingenangst, proberen we twee kanten te laten zien. In Welcome... staat egoïsme tegenover altruïsme. Stel, je treft een junk in je achtertuin aan, wat moet je dan doen? Hem liefderijk opnemen of wegjagen? Het stellen van die vragen is belangrijker dan het eenduidig beantwoorden daarvan. De keuze is aan het publiek. Die maken wij niet.”

Regisseur Eric de Vroedt huivert als hij het begrip activisme of vormingstheater hoort. Hij zegt: „Ik denk dan meteen aan mannen met hoge hoeden die de kapitalist verbeelden en een arbeider met een pet. Mijn stukken in de reeks Mightysociety vinden altijd hun oorsprong in een maatschappelijk statement. Bijvoorbeeld dat Nederland weg moet uit Afghanistan, dat het een zinloze en absurde oorlog is. Die emotie zou je het begin van activisme in het theater kunnen noemen. Er moet iets gebeuren, er moet iets veranderen. Vervolgens ga ik me verdiepen in het onderwerp en stuit op andere standpunten. Ik kreeg begrip voor de verrichtingen en zelfs de idealen van onze soldaten. Dat ze democratie en vrede brengen, scholen bouwen. In de zesde aflevering van Mightysociety heb ik dit onderwerp aangesneden. Volgens mij ligt de kracht van theater in het weergeven van tegengestelde standpunten. Dat gebeurt zodra je gaat werken met personages, met acteurs dus. Zij vertegenwoordigen die verschillende meningen. Pas daardoor ontstaat drama. De nadrukkelijke boodschap waarmee ik begon, is geleidelijk verdwenen.”

Net als de makers van Kamp Holland doet De Vroedt maandenlang onderzoek. Hij spreekt met mensen, leest boeken en kijkt naar documentaires. Vervolgens brengt hij al het materiaal terug tot ‘huiskamerniveau’. Die research brengt hem vaak op andere gedachten. „Van de zekerheid uit het begin kom ik in een fase van twijfel en zelfs worsteling. Soms ben ik radicaal van mening veranderd. Ik wil aan de toeschouwers die worsteling doorgeven, de ambivalentie, en niet een standpunt. Als theatermaker moet je niet dwingend zijn. Het is interessanter twijfel te laten zien. Dat spoort mensen aan tot denken.”

Arie de Mol heeft niets tegen activistisch theater. „Schouwburgbezoekers hebben sterk de neiging zich in hun stoel te verschansen en op afstand naar de voorstelling te kijken. De rechtstreekse aanspreekvorm vraagt de toeschouwer na te denken over die extreme uitspraken van de dokter. Uit de reacties in de zaal blijkt dat zijn tekst appelleert aan het gevoel van verantwoordelijkheid. Iedereen moet ervoor zorgdragen dat de wereld verbetert, en niet aan materialisme ten onder gaat. Een mevrouw zei een keer vanuit de zaal ten overstaan van alle bezoekers: ‘Ik ben ermee gestopt mij zorgen te maken over de wereld. Ik sluit me ervoor af.’ Een paar dagen later ontvingen we van haar een kaart: de voorstelling had haar weer maatschappelijk betrokken gemaakt.”

De Mol zou willen bereiken dat mensen zich humaner gedragen. Theater kan daartoe aansporen en is in zijn optiek een kunstzinnige vorm van activisme. Hij zegt: „Ik besef dat dit verlangen hoog gegrepen is, toch wil ik het nastreven. Ibsens tekst is in dat opzicht een waarschuwing tegen egoïsme. De dokter vraagt zich af of hij aan het eind van de dag met een schoon geweten in de spiegel kan kijken. Ik zou het als de vervulling van een wens zien als ik de toeschouwers tot een vergelijkbaar gedrag kan activeren. Dan heb ik een doel bereikt. Dat is niet het activisme van spandoeken en de straat opgaan, maar wel een oproep aan theaterbezoekers.”

‘Vijand van het volk’ door Toneelgroep Maastricht. Te zien t/m 22/12. Inl.: www.toneelgroepmaastricht.nl ‘Venlo’ door Acteursgroep Wunderbaum. Te zien t/m 21/11. Inl.: www.wunderbaum.nl