Hoe een Vlaamse leeuw een poesje werd

Jean-Pierre Coopman is de enige Belgische prof die bokste tegen Muhammad Ali.

Over dit ‘gevecht’ is nu zowel een toneelstuk als een documentaire te zien.

Jean-Pierre Coopman was precies wat Muhammad Ali nodig had, vijf maanden na diens gevecht op leven en dood met Smokin’ Joe Frazier: een tegenstander die hij bij wijze van spreken omver kon blazen. In de Filippijnen, tijdens de Thrilla in Manila, had Ali een van de meest brute partijen uit zijn carrière gebokst. Zijn derde treffen met landgenoot Frazier was de enige keer dat hij bang was dat hij de ring niet levend zou verlaten, bekende de Amerikaanse legende later.

Ali verdedigde met succes zijn wereldtitel: in de veertiende ronde won hij op technisch knock-out. Tegen de zorgvuldig door Ali’s management geselecteerde Coopman kon The Greatest op 20 februari 1976 weer een beetje in zijn ritme komen, zonder bang te hoeven zijn voor ook maar één blauwe plek. Ali schoot nog net niet in de lach toen hij hoorde wat de bijnaam was van Coopman: de Leeuw van Vlaanderen. „You’re a pussycat”, zei Ali tegen zijn Belgische uitdager.

Desondanks is Jean-Pierre Coopman bijna 34 jaar later nog steeds een grote naam in de Belgische sportgeschiedenis. Sinds een paar maanden is in België een theaterstuk te zien dat gewijd is aan het avontuur van ‘Kuifje in San Juan’, zoals journalist en schrijver Marc Hendrickx de belevenissen van Coopman rond het gevecht tegen Ali op Puerto Rico omschreef. Het stuk Coopman campioen! is een monoloog van de Belgische acteur Karel Deruwe. De première liep enkele maanden vertraging op doordat Coopman zich had geleend voor de verkiezingscampagne van het Vlaams Blok, met de leus ‘Vlaanderen moet een vuist leren maken’, en theaters de voorstelling schrapten.

Indirect zorgde de 67-jarige Coopman begin vorige maand opnieuw voor publiciteit voor het theaterstuk. Coopman werd veroordeeld tot een celstraf van een half jaar, omdat hij zijn vijftien jaar jongere vrouw had mishandeld. Onder invloed van drank sloeg hij haar in 2007 en 2008 regelmatig en dat leidde er zelfs enkele keren toe dat ze arbeidsongeschiktheid raakte. Opmerkelijke berichtgeving volgde in de Belgische kranten. Coopman bekende daarin dat er met regelmaat echtelijke ruzies waren „omdat we te veel zopen”, en dat Yasmin altijd begon. „Het is goed mogelijk dat ik haar enkele ‘taarten’ heb gegeven”, zei hij tegen Het Nieuwsblad, „Maar het is dat ze het verdiende. En arbeidsongeschikt, kom, kom. Had ik echt hard geslagen, dan had ik haar kop er toch afgeslagen zeker?”

Coopman kondigde een scheiding aan, omdat zijn echtgenote achter zijn rug om naar politie en gerecht zou zijn gestapt. Zij sprak vervolgens van een misverstand. Buren zouden „tijdens een van onze zovele ruzies” de politie hebben gebeld en zo was de zaak-Coopman begonnen. Zij wilde helemaal niet dat Coopman achter de tralies zou verdwijnen. Ze omschreef hem weliswaar als „ziekelijk jaloers” en hij had haar neus weleens gebroken, en „enkele ribben”, maar zij was naar eigen zeggen nou eenmaal ook de gemakkelijkste niet. Een topadvocaat probeert nu alles in het werk te stellen om de veroordeling van Coopman ongedaan te maken.

De ruzie werd in de plat-Vlaamse monoloog van acteur Deruwe verwerkt, precies zoals Coopman had gesuggereerd: „Karel zal er nog een hoofdstukje moeten tussensmijten.”

Nog geen twee weken na de veroordeling door de rechtbank in Dendermonde zaten Coopman en zijn echtgenote in café De Boksneuze in Brugge toen Deruwe daar optrad met Coopman Campioen! Deruwe heeft er een gewoonte van gemaakt om voorafgaand aan elke voorstelling met enkele medewerkers een hapje te eten, en als Coopman in de buurt is mag hij aanschuiven, net als zijn echtgenote. De twee kunnen ondanks de huwelijkscrisis nog steeds door één deur, volgens Deruwe. Hij vertelt hoe mevrouw Coopman voor de voorstelling in De Boksneuze garnalenkroketjes afsloeg, omdat die te vet zouden zijn. Toen ze even naar het toilet ging, mopperde Coopman tegen de acteur die tot mei 2010 in zijn huid kruipt: „Die garnalenkroketten te vet? Thuis lepelt ze de mayonaisepot leeg!”

In Nederland stond acteur John Buisman een kleine tien jaar geleden in het theater met een stuk waarin hij een bokser speelde; Hengst. Maar waar de Nederlander Henry Cooper speelde, een Brit die in 1963 Cassius Clay tegen het canvas sloeg, vertelt Deruwe het verhaal van Coopman door verschillende mensen te persifleren. De Belg schildert een levendig tableau van Coopmans biotoop: familieleden komen voorbij, vrienden, tegenstanders.

Hilarisch is zijn vertolking van de astmatische ‘Charel’ de Jager, de gewiekste manager van de bokser. Die werd de Lomme Driessens van de bokssport genoemd, naar de ploegleider van Eddy Merckx. De Belgische wielerlegende komt ook nog even langs in Coopman Campioen!, samen met zanger Will Tura, bij de denkbeeldige begrafenis van Cooperman, zoals Ali zijn Belgische tegenstander bijna liefkozend noemde.

Velen dachten dat Coopman in een kist terug zou keren naar zijn vaderland, dat de eenvoudige steenkapper uit Ingelmunster de ontmoeting met ‘de grootste’ niet zou overleven. Daar was hij zelf ook wel een beetje bang voor, bekende hij later. In de zoveelste terugblik op de gebeurtenis die zijn leven bepaalde, begin 2006 in het Belgische weekblad Humo, vertelt Coopman over zijn bijna-doodervaring, nadat hij in de eerste ronde had geprobeerd Ali zo snel mogelijk een klap te geven: „Maar ik raakte helemaal niets en voelde mezelf in het heelal vliegen. Een heel vreemde ervaring, nog nooit zoiets meegemaakt. En terwijl ik rondzweefde, kreeg ik een bombardement van tien, vijftien slagen op mijn hoofd – ik wist niet eens waar ze vandaan kwamen. Ik kon nog maar één ding denken: je bent nog nooit zo dicht bij de dood geweest, zorg dat je hier levend uit komt. De hele tijd heb ik staan twijfelen wanneer ik zou gaan liggen. Uiteindelijk ben ik nog vijf ronden blijven staan, tot die stopstoot tegen de onderkant van mijn kin.”

Ook verbaal was Coopman geen partij voor de kampioen. Hoe graag hij ook iets had willen zeggen tegen Ali, zoals tijdens de speciale persvoorstelling van beide boksers in een Italiaans restaurant in New York in de aanloop naar het gevecht in Puerto Rico, zijn talenkennis was daarvoor niet toereikend. Ook dat laat Deruwe niet onvermeld: „Hij kende drie ‘woorden’ Engels: yes, no en I love you.” Dat was het enige waar Muhammad Ali zich vooraf echt druk om kon maken: „This sucker don’t understand English!”

Bekijk een reportage over het gevecht Ali-Coopman op nrc.nl/sport

Bekijk de ‘speelkalender’ op www.coopmancampioen.be