Het origineel van Vladimir

Tweeëndertig jaar lag een roman van Vladimir Nabokov opgeslagen in een Zwitserse bankkluis.

The Original of Laura is een roman in 138 systeemkaartjes.

Nadat Dmitri Nabokov bekend had gemaakt het manuscript van de onvoltooide laatste roman van zijn vader te gaan publiceren, vroeg de redactie van een radioprogramma hem of hij iets over de inhoud kon zeggen. Hij antwoordde: „Ik weet meer dan wat ik met woorden kan uitdrukken en het weinige dat ik uitdruk had niet uitgedrukt kunnen worden, als ik niet meer had geweten.” Een opmerkelijke reactie, omdat het hier gaat om een letterlijk citaat van Vladimir Nabokov: dit is wat Nabokov sr. in een interview uit 1964 als antwoord gaf op de vraag of hij in God geloofde.

Metafysica is nooit ver weg bij het beschouwen van The Original of Laura, Nabokovs nu postuum gepubliceerde roman in fragmenten, met de opvallende ondertitel Dying is Fun. Niet alleen gaf Dmitri aan dat zijn vaders stem had meegeholpen in zijn besluit, maar ook is het een feit dat Nabokovs werk na Lolita (1955) al een meer metafysische inslag had gekregen. Zoals blijkt uit de novelle The Eye en het korte verhaal ‘The Vane Sisters’ was zijn kennis diepgaand, hoewel het onderwerp spottend behandeld werd. Nabokov was geen conventionele gelovige, ondanks de engelen en bijbelfiguren die zijn vroege poëzie en verhalen bevolken. In Pnin (1957) schreef hij dat hij geloofde ‘in een democratie van geesten’. Wat gewoonlijk een ziel wordt genoemd, vormde voor hem het menselijk bewustzijn: hij kon niet geloven dat dit kon uitsterven, het moest wel voort blijven leven.

Pale Fire (1962) behandelt de mogelijkheid van een hiernamaals; de geest van een meisje dat zelfmoord pleegt omdat ze op een blind date wordt afgewezen, waart door het gedicht, dat een gedeelte van het boek beslaat. In Transparent Things (1972) blijkt de verteller een gestorven schrijver te zijn, R., die zich bevindt tussen een schare van geesten. De melancholie en het clair-obscur van deze onderschatte roman vormden een verandering in Nabokovs stijl. Deze werd wat peziger, meer uitgebeend, hoewel de bekende sensualiteit nog aanwezig was.

Schrijvers als Martin Amis zouden zeggen dat de betovering weg was, de blauwe golf die op elke pagina van zijn vorige boeken onder het hart opwelde en in een iriserende uitspatting in de geest brak. Maar wat als de schrijver van Lolita en Ada (1969) steeds maar dezelfde magiër was gebleven? Was dan niet een vermoeidheid opgetreden? Liep de magie dan geen gevaar tot goochelarij te verworden? Nabokov betrad andere gebieden, andere, schemerende oorden; hij veranderde en verouderde als kunstenaar.

Terwijl het cliché wil dat ouderdom mildheid met zich meebrengt, blijkt dit niet het geval bij Nabokov. The Original of Laura is het wanhopigste en onverbiddelijkste wat ik van hem gelezen heb. Wat wil je als ontrouw, dood, walging van het eigen lichaam, onbezitbare schoonheid en onbeantwoorde liefde de onderwerpen zijn?

De vraag of het manuscript al dan niet uitgegeven had moeten worden, lijkt me niet van belang. Ook wie zich teleurgesteld toont, moet dankbaar zijn voor publicatie, anders was er geen ruimte voor teleurstelling geweest (en leedvermaak om een stervend genie). Zo iemand is Martin Amis; zijn kritiek dat The Original of Laura geen roman in fragmenten is, maar ‘een lang kort verhaal dat ernaar streeft een novelle te zijn’ is oneerlijk. Het is onmogelijk te zeggen hoeveel we van het boek hebben, hoelang Nabokov er nog aan gewerkt zou hebben.

Het verhaal dat er nu uit te distilleren valt is dat van Flora, een ravissante en koele, overspelige vrouw, getrouwd met de corpulente, briljante neuroloog Dr. Philip Wild, die een manier probeert te bewerkstelligen om zich beetje bij beetje weg te vagen, door via verbeeldingskracht te komen tot zelfontbinding. Philip Wilds walging van zijn lijf komt tot uiting in een zin als deze: ‘Ik verfoei mijn buik, die koffer darmen die ik mee moet sjouwen, en alles wat ermee samenhangt – het verkeerde eten, het maagzuur, de loden last van de verstopping, en anders wel de indigestie waarbij drie minuten voor een stipte afspraak een eerste voorschot op de hete smeerboel in een openbaar toilet bij me naar buiten stroomt.’

Het geklaag over onbetrouwbare ingewanden en de ongemakken van ouderdom komt ook voor in Ada, op het einde, dat een uitspraak van Nabokov zelf uit een interview over zijn ouderdom weergalmt. Flora zal ongetwijfeld herinneringen opwekken aan Lolita en Ada. En hoe zit het met de ‘Hubert H Hubert’ die in dit boek zijn opwachting maakt? Dit zijn de vele zaken die de verbeelding van de lezer kan ontdekken in de wijde ruimtes tussen de fragmenten. Daar nodigt Nabokov zelf toe uit. Natura abhorret vacuum. En de lezer ook.

In het boek komt een sleutelroman voor (‘waarvan de sleutel verloren is’), met de titel My Laura of gewoon Laura. Flora heet Laura in die sleutelroman (ergens staat er FLaura), Philip Wild heet er Philidor Sauvage. Het is niet duidelijk of het om een of twee romans gaat, want in passages waar Philip Wild aan het woord is over zijn experimenten, verwijst hij naar een sleutelroman waarin hij voorkomt – deze passages komen dus niet uit de sleutelroman, behalve als er twéé romans zijn. Ik vermoed dat het resultaat had moeten zijn dat we een roman in handen zouden hebben, The Original of Laura, waarin een schaduwroman (My Laura) te lezen zou vallen. Dan zou de vraag zijn: welke roman is de ware?

Dit was natuurlijk onvoorzien, maar wat de neuroloog tracht te bereiken, namelijk zelfontbinding, bereikt het boek wel – een wrang gevoel voor humor van de dood die niet wilde talmen.

Opmerkelijk aan Flora is dat zij, ondanks haar koele sensualiteit en onverschilligheid voor haar man, toch zo gulzig vreemdgaat. Ze heeft de ivoren huid en broze schouders van Ada, maar de kilte en seksuele distantie van Armande uit Transparent Things. De wanhoop die zij veroorzaakt, niet alleen bij haar man, maar zelfs bij de jongen met wie ze seksueel verkeert, is bijzonder pijnlijk.

Vadimir Vadmirovich uit Look at the Harlequins (1974) beseft dat hij een soort schaduwleven leidt van een andere, betere schrijver. Precies zo zijn Flora en Wild materiaal voor een sleutelroman: hier is denk ik een lijn die deze roman verder zou hebben uitgewerkt. Hoe verhoudt een leven zich tot fictie? En wat blijft er over van het leven als het in fictie wordt vervat? Misschien ga ik te ver, toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Nabokov in The Origin of Laura ook op zoek was naar het origineel van zijn werk.

Dat Nabokovs stijl veranderde, bleek al uit Look at the Harlequins. Brian Boyd, Nabokovs biograaf, was onbarmhartig in zijn oordeel, hij achtte de stijl teleurstellend, onelegant en zelfs pietluttig. De paradijsvogel had zijn veren verloren. Maar de eerste pagina’s van The Origin of Laura zijn zo trefzeker, het ritme zo onverbiddelijk dat de lezer niet anders kan dan concluderen dat Boyds commentaar hier niet opgaat.

Nabokovs stijl wordt minder rococo, minder vleesplooien, meer satijnen huidglans en trefzekere contouren en lijnen. Hier lezen we niet woorden waar de dood overheen blaast – dat ligt mij te veel voor de hand – maar een meester die een nog grotere greep krijgt op zijn taal. Weg zijn de regenbogen, maar de zon blaakt nog in pastel.

En dan nog dit, een unicum bij een auteur die zo aristocratisch en hooghartig kon overkomen: dankzij The Original of Laura heb ik Nabokov heel intiem meegemaakt.

Vladimir Nabokov: The Original of Laura. Penguin, 304 blz. € 28,- Het origineel van Laura, vertaald door Rien Verhoef. De Bezige Bij, 168 blz. € 18,90