Goddank geen 'poëzie van de straat' bij 50 Cent

cd hiphop

50 Cent:

Before I Self Destruct (Interscope/Universal)

„Hiphop? Dat is toch altijd met die gangsters enzo”, hoor je mensen weleens zeggen. Daarbij maken ze rare gebaren en trekken ze een gezicht alsof ze heel nodig naar de wc moeten. Maar in de realiteit is het vaak slappe hap. Hiphoppers lopen met het schaamrood op de kaken langs, terwijl het zoveelste liefdesliedje-met-robotstem van een hiphop-miljonair-in-een-veel-te-strakke-broek uit de iPhone van hun kleine zusje knalt.

Godzijdank is er 50 Cent, het rappende kogelvrije vest en het vleesgeworden symbool van het hiphopgevaar. De laatste rapper van wie echt niemand met droge ogen vol kan houden dat hij, gruwel, ‘poëzie van de straat’ brengt. En godzijdank grossiert die niet meer in libidoliedjes, maar in zijn ware kunst: stevig pompende, hoogstaand gerapte, dreigende gangsta rap, waarvan alleen het geluid je al een blokje om doet lopen.

Hij kielhaalt schmierend zijn tegenstanders en vertelt rauwe, vaak lompe verhalen waarin hij zijn eigen kwaliteiten opklopt en beloningen uitschrijft aan wie zijn vijanden uitschakelt. Nieuw in zijn wapenarsenaal is de alimentatiepop, met dansvloerkraker ‘Baby By Me’ als opzwepend hoogtepunt. Maar ondanks die nieuwe zorgen en al zijn miljoenen, is 50 Cent vooral nog steeds een etterbak die vanuit alle poriën de machocultuur van de straat uitademt. Niet de gesubsidieerde graffiti in het museum, maar de grote middelvinger die op de buitenmuur gekalkt is.