'Gezond' ABN Amro kost staat al meer dan ING

De Nederlandse staat heeft inmiddels ruim 30 miljard euro in de combinatie ABN Amro/Fortis gepompt. Het knippen en plakken van een bank blijkt uitermate kostbaar te zijn.

We hebben de gezonde delen gekocht, zei Wouter Bos een jaar geleden. De minister van Financiën (PvdA) redde de Nederlandse onderdelen van Fortis en ABN Amro uit de boedel van het Belgische Fortis-concern om „besmettingsgevaar” te voorkomen. Prijskaartje: 16,8 miljard euro.

Maar hoe gezond waren die twee financiële instellingen? Gisteren schoot Bos de banken voor de derde keer te hulp. Het begon in december vorig jaar met een kapitaalversterking van 6,5 miljard euro, in juni was er een injectie van 2,5 miljard en nu volgt 4,4 miljard euro nieuwe steun.

De teller van de aanvullende hulp staat op 13,4 miljard – meer dan de gekwelde financiële reus ING sinds het uitbreken van de kredietcrisis nodig had. De staat heeft inmiddels 30,2 miljard euro aan ABN/Fortis uitgegeven: net zoveel als de beurswaarde van heel ING, Aegon, Van Lanschot en SNS Reaal bij elkaar.

Maar ditmaal, zo bezwoer Bos gistermiddag, is het echt de laatste keer dat ABN en Fortis geld krijgen – „onvoorziene omstandigheden daargelaten van ernstige aard”. Hij heeft dat ook laten weten aan Gerrit Zalm, die de bank nu leidt. Bos sprak van ‘nuttig en nodig’. „De steun is nodig om de bank zelfstandig te laten zijn en nuttig omdat het de bank in staat stelt zelf haar geld te verdienen.”

Waarom zit ABN Amro, de handelsnaam voor beide bankdochters, opnieuw in financiële problemen? Dat is een ingewikkeld verhaal. „Dit is een uitermate complex dossier en het gaat om gruwelijk veel geld”, zegt Kamerlid Frans Weekers (VVD). Bos stuurde een brief van 27 pagina’s naar de Kamer, maar wat nu precies zoveel geld kost blijft onduidelijk.

Zeker is dat met de ontvlechting en samenvoeging van bedrijfsonderdelen veel geld is gemoeid. Het knippen en plakken van een bank is uitermate kostbaar, iets waar president Wellink destijds direct voor waarschuwde toen drie banken het plan opvatten om ABN Amro op te kopen en onderling te verdelen. Er zijn nu „separatiekosten” van 1,9 miljard euro en „integratiekosten” van 1,2 miljard euro.

Daarnaast bestaat er nog een soort onverdeelde boedel van het oorspronkelijke Fortis, Royal Bank of Scotland en Santander, de aanvankelijke kopers van ABN Amro in 2007. Die verdeelden de bank onderling, waarbij nog een gezamenlijk deel overbleef dat van de toezichthouder voldoende kapitaal moet hebben. Deze ‘restbank’ levert nu een naheffing op van 2,2 miljard euro.

De tragiek wil dat het grootste deel van dit gat veroorzaakt wordt door het Italiaanse Antonveneta, de bank die ABN Amro na een taaie strijd in 2005 inlijfde, maar die inmiddels alweer doorverkocht is. De ‘geslaagde’ overname , waar president Wellink van De Nederlandsche Bank zich destijds zo sterk voor maakte, resulteert nu in een naheffing voor de Nederlandse schatkist.

Hier bovenop komt nog het kostbare afscheid van ABN-dochter Hollandsche Bank Unie (HBU). Daarop lijdt ABN Amro een verlies van 800 tot 900 miljoen. De verkoop was nodig omdat de combinatie van Fortis en ABN volgens de Europese Commissie te dominant zou worden als bankier voor het midden- en kleinbedrijf.

Ondertussen heeft de Algemene Rekenkamer grote bezwaren tegen de manier waarop de nieuwe bank vorm krijgt. Bos wil de banken onder een nieuw op te richten vennootschap hangen om zo „met een schone lei” te kunnen beginnen.

Maar de Rekenkamer, die de wettelijke taak heeft om de inkomsten en uitgaven van het Rijk te controleren, verliest door deze constructie haar bevoegdheid om onderzoek te doen bij ABN Amro Nederland en Fortis Nederland. Zij wil dat dit wordt opgelost. Weekers (VVD) is het daar mee eens. „Het gaat om geld van de belastingbetaler. De Rekenkamer moet die uitgaven goed kunnen controleren. Dat moet linksom of rechtsom geregeld worden. Punt uit.”

De Rekenkamer waarschuwt ook dat zij de toezichthouders onvoldoende kan controleren, omdat de toegang tot informatie bij De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten beperkt is. Daarom verzoekt de Rekenkamer „op korte termijn” inzagerecht in individuele dossiers. Bos zegt het Hoge College van Staat niets toe, behalve dat hij afspraken zal gaan maken over de ontstane situatie.

De wettelijke geheimhoudingsplicht van de toezichthouders is ook voor het parlement een terugkerend probleem. Bij het onderzoek naar de ondergang van DSB compliceert de geheimhoudingsplicht van De Nederlandsche Bank de mogelijkheid om onafhankelijk onderzoek te doen. Minister Bos heeft al gezegd dat hij zal onderzoeken hoe die regels kunnen worden versoepeld. President Wellink pleitte er gisteren voor om de aansprakelijkheid van de centrale bank te beperken.

Volgende week zal de Kamer over de jongste noodhulp debatteren. Inmiddels verwacht Bos de bank niet eerder dan in 2012 te privatiseren. Dan pas kan Bos weer een gezonde bank verkopen.