Geen libido meer, maar wel borsten

Psychiaters voelen steeds vaker druk vanuit ‘Den Haag’ om tbs’ers te castreren.

Maar de libidoremmers hebben forse bijwerkingen, waarschuwen behandelaars.

Tbs’er Harry werd op elfjarige leeftijd misbruikt. Hij begon daarna zelf meisjes lastig te vallen en belandde vier keer in een psychiatrisch ziekenhuis. Hij was 21 toen hij een vrouw verkrachtte en tbs kreeg. In de kliniek was hij nog steeds obsessief bezig met seks. Verlof vonden zijn behandelaars onverantwoord.

Na vier jaar besloot Harry in te stemmen met chemische castratie: het testosterongehalte in zijn bloed werd met medicijnen teruggebracht tot bijna nul. „Het was slikken of stikken, want het alternatief was een enkeltje longstay, levenslange opsluiting”, zegt zijn advocaat Niek Heidanus. Hij vertelde het verhaal van Harry deze week tijdens een symposium over chemische castratie. Daar debatteerden psychiaters, advocaten en andere tbs-deskundigen.

Zij zijn bezorgd. Onder druk van de publieke opinie zal de politiek vroeg of laat chemische castratie verplicht stellen, vrezen ze. Sinds oktober kunnen bijvoorbeeld al in Polen veroordeelde pedofielen en incestplegers verplicht worden tot chemische castratie. Ze moeten libidoremmers slikken voor ze de gevangenis verlaten. Maar behandelaars willen – in overleg met hun patiënt – zelf beoordelen of het resultaat van libidoremmende medicijnen opweegt tegen de forse bijwerkingen.

Ook Harry heeft veel last van botontkalking sinds hij elke maand een spuit met libidoremmers in zijn bil krijgt. In zijn geval zijn de voordelen groter, zegt zijn advocaat. Harry werkt nu op een zorgboerderij, heeft weer contact met zijn familie en heeft zelfs een vriendin – zij het dat ze een puur platonische relatie hebben.

„Maar libidoremmers moeten zeker niet standaard worden voor zedendelinquenten”, vindt zijn advocaat. „Ik zie steeds vaker dat medicatie voorwaarde is voor verlof.”

Psychiaters in tbs-klinieken zeggen de druk van ‘Den Haag’ te voelen. „Ze schrijven voor alle zekerheid medicatie voor”, merkt psychotherapeut Daan van Beek, verbonden aan de Van der Hoevenkliniek. „Dan wordt de verlofaanvraag makkelijker goedgekeurd.”

Van Beek vertelt over ‘meneer N.’, veroordeeld voor seksueel misbruik van 12- tot 15-jarige jongens. N. werd in 1996 opgenomen en deed braaf mee aan therapieën. Hij kreeg gaandeweg meer vrijheid. In 2004 wilde hij onder begeleiding buiten de tbs-kliniek gaan wonen. Maar dat mocht alleen als hij zware libidoremmers zou gebruiken.

Van Beek betwijfelt of dat nodig was. Therapie was altijd voldoende. „Dit versterkt de mythe dat zonder medicatie elke pedofiel zal terugvallen, ook bij hemzelf. In het ergste geval verhoog je daarmee juist het risico.”

Chemische castratie werkt volgens forensisch psychiaters ook niet bij alle zedendelinquenten. Neem bijvoorbeeld verkrachters: soms handelen zij uit agressie. Dan heeft het geen zin om hun libido te temmen. „Zo’n 40 procent van de zedendelinquenten komt ervoor in aanmerking”, schat Jelle Troelstra, psychiater in de Van der Hoevenkliniek.

Daar schrijven behandelaars al sinds de jaren zeventig libidoremmers voor, in overleg met de patiënt en in combinatie met therapie. Op dit moment zijn er 18 tbs’ers chemisch gecastreerd. Dat zijn vooral hyperseksuele mensen (zij zijn overmatig seksueel actief) of mensen met sterk afwijkende, onacceptabele seksuele voorkeuren, zoals pedofilie.

Een van hen was een hyperseksuele man. „Ik was niet in staat mijn lust te beheersen”, zegt hij zelf. „Nu kan ik mijn goede voornemens waarmaken. Heel goed dat het spul er is, alleen die ellendige bijwerkingen. Ik heb borsten moeten laten wegsnijden. Maar ik heb ook een leuk huis, mooi werk, hobby’s en goede vrienden. Dat is toch dankzij die verrekte medicatie.”

Soms is chemische castratie nuttig. Soms ook niet, bijvoorbeeld voor ‘meneer N.’ De weerstand tegen algemene regels is daarom groot onder psychiaters. De voorzitter van het Adviescollege Verloftoetsing Tbs, Jan Verheugt, bestrijdt dat chemische castratie een vereiste is bij verlof. Zijn commissie beoordeelt aanvragen en adviseert de minister van Justitie. „De vraag is dan: is het veilig? Soms speelt medicatie daarbij een rol, maar dat hangt af van het individuele geval.”

Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) liet de Tweede Kamer vorige week weten dat ze het al of niet inzetten van libidoremmers voorlopig aan professionals overlaat. ‘Daarvoor is eerst meer kennis nodig van de (neven)effecten van toepassing bij verschillende typen zedendelinquenten’, schrijft Albayrak.