Engagement is uit, activisme in

De Biënnale van Istanbul vond dit najaar onder andere plaats in een verlaten en verwaarloosd schoolgebouw, waar tot voor kort de kinderen van de Griekse minderheid tot ordentelijke Turken werden opgevoed. Op de tweede verdieping wachtte deze bezoeker een verrassing. In een lokaal waren met krijt op de borden kleurige tekeningen aangebracht, met daaronder, eveneens in krijt, in koeienletters ‘NRC Handelsblad’, compleet met het ‘Lux et Libertas’, in het rood.

Omdat onze krant geen sponsor was van de Biënnale, moest een blik in de catalogus duidelijkheid verschaffen. Het bleek te gaan om een werk van de Georgische kunstenaar Lado Darakhvelidze (1971), die beoogde ‘mediastrategieën’ te ontmaskeren, en aan het licht te brengen hoe bepaalde zaken ‘nieuws’ worden. Hij deed dat onder andere aan de hand van de berichtgeving in deze krant over de Russisch-Georgische oorlog om Zuid-Ossetië in 2008. Die kende hij omdat hij enige tijd in Arnhem had gewoond.

De vraag of Darakhvelidze de pretenties waarmaakte en recht deed aan de verslaggeving in deze krant, blijft hier even onbeantwoord. Het gaat om de methode van zijn werk, vormgegeven als een commentaar op een materie die zich ergens in de richting van politiek, ideologie en beeldvorming bevindt. De kunstenaar hield het met opzet vluchtig en tijdelijk – schoolborden worden na enige tijd weer leeg gewist. Vooral geen verkondiging van waarheden, of duidelijk engagement voor een specifieke zaak.

Engagement was de leidraad voor de laatste Biënnale van Istanbul, en vrijwel alle werken hadden een politieke invalshoek. Slechts zelden echter was er sprake van een duidelijke politieke inzet of verbondenheid met een specifieke zaak of partij. Vrijwel alle kunstenaars beperkten zich tot enigerlei vorm van onderzoek, net als Darakhvelidze. Dat was in de tijd van Bertolt Brecht (1898-1956), wiens regel ‘en waarvan leeft de mens’ door de hele stad op de posters van de Biënnale te zien was, wel even anders. Brecht bekende zich al vroeg tot het communisme en vestigde zich na de oorlog ook bewust in de DDR, om mee te helpen bij de opbouw van het socialisme.

Zulk engagement is nu volkomen uit de tijd – en niet alleen bij gebrek aan socialisme dat opgebouwd kan worden. Het is niet goed voorstelbaar dat er morgen een serieuze kunstenaar opstaat die zonder ironie verklaart voortaan zijn artistieke kunnen in dienst te stellen van een betere verstandhouding tussen bevolkingsgroepen in Nederland, of versterking van de nationale saamhorigheid.

Daarom is het ook beter het kunstzinnig engagement van nu aan te duiden met een gangbare term die minder dwingend klinkt: activisme. Over activisme in de hedendaagse kunst, over wat moet en mag, zijn reeds talrijke geleerde verhandelingen geschreven, niet zelden in het houten jargon waarop geleerde kunstbeschouwers het patent lijken te hebben. Ons leek het aardig om in het Cultureel Supplement van deze krant, waar de kunst immers is ingebed in vele pagina’s over politiek en maatschappij, eens rond te neuzen in de wereld van de activistische kunst. Elke pretentie van volledigheid is ons daarbij vreemd, maar één impressie dringt zich op: voor militante kunst die echt verschil wil maken, moet je wellicht niet meer in het Westen zijn. Alhoewel: de Nederlander Marc Bijl maakte op ons verzoek een activistisch kunstwerk, dat in dit CS voor het eerst te zien is.