De Zitting / Verdachte voelt zich beledigd door rechter

rechtszaalDe Rotterdamse politierechter Bezemer heeft er schoon genoeg van. “Hou nou effe je waffel”, zegt hij tegen de verdachte die telkens commentaar geeft op de voordracht uit het dossier.

“Een waffel heb ik niet”, antwoordt Robert A. geërgerd. De man van midden twintig moest woensdag voorkomen omdat hij zijn werkstraf, opgelegd in februari 2008 wegens weerspannigheid en belediging van een politieambtenaar, niet naar behoren heeft uitgevoerd.

“Waffel, dat is uw mond”, legt de rechter uit, terwijl hij zich weer op het dossier richt. Hij noemt de data waarop A. volgens de reclassering niet is komen opdagen. “Ook van uw leefstijltraining heeft u veel gemist.” Dan valt hij over een verklaring van een psycholoog die A’s “middelengebruik” niet problematisch genoeg vond om hem te laten behandelen door verslavingszorg. “Wij vinden dat ieder gebruik van de middelen die u gebruikt teveel is.” Om wat voor drugs het gaat, zegt hij niet. “U doet gewoon waar u zin in heeft. Ja, dan gaat het fout hè, als u zo in het leven staat.” De rechter doet zijn handen uiteen in een onwetend gebaar. “Waarom?!”

De ‘waffel’ zit A. - die geen advocaat heeft meegenomen - nog steeds niet lekker. Hij vraagt wat er zou gebeuren als hij dat zou zeggen. “Dan vlieg je er gelijk uit!”, antwoordt de rechter resoluut. En nu wil hij ter zake komen. “Realiseert u zich wel dat u straf heeft gehad?”

A. slaat die vraag over. “Het ging meer dan een jaar goed en toen kwamen er allemaal moeilijkheden”, vervolgt hij. In details treedt hij niet. “Afijn”, zo kapt de rechter hem na een tijdje af.

Het woord is aan officier van justitie Vreugdenhil. ” Ik zie bij u een patroon van komen als het u goeddunkt en niet komen als u geen zin heeft.” Ze eist dat de vier weken vervangende hechtenis, die aan de werkstraf van vorig jaar hing, nu in werking treedt.

De rechter wendt zich tot de verdachte. “Het rapport is duidelijk, uw verhaal overtuigt niet”, zo vat hij de zitting samen. “Ik leg u vier weken gevangenisstraf op.”

A. is het daar duidelijk niet mee eens, mompelt wat en loopt boos richting deur. “Sukkels”, sist hij officier, rechter en griffier na. Hij trapt met de punt van zijn schoen drie keer zachtjes tegen de deur voor hij de klink naar beneden duwt.

“Hij stonk naar de drank”, zegt de rechter als A. de rechtszaal heeft verlaten.

Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.