De werkelijkheid bevestigt één-pot-natbeeld niet

Herman van Gunsteren en Cox Habbema: PERSpectief (op het politiek-publicitair complex in 2009). Van Gennep, 170 blz. € 14,95

Cox Habbema (actrice) en Herman van Gunsteren (politiek theoreticus) werden eind 2008 door perscentrum Nieuwspoort uitgenodigd om een jaar lang het ‘politiek-publicitair complex’ in Den Haag te bestuderen, en van hun bevindingen verslag uit te brengen na dat jaar. Nu dus. Ze doen het in een onderhoudend boekje dat – woordspelerig – PERSpectief heet.

Het politiek-publicitair complex? Dat lijkt me óf ironie, óf dikdoenerij van het Nieuwspoortbestuur (onder voorzitterschap van Max van Weezel) dat wil laten merken meer om handen te hebben dan af en toe een dronken kamerlid dat de politiek-publicitaire barman bedreigt. Bedoeld is gewoon: de verhouding tussen pers en politiek.

Hoe verkleefd zijn deze twee aan elkaar onder de glazen stolp op het Binnenhof? Zijn parlementaire verslaggevers meer op hypes uit dan op serieuze berichtgeving? Wat steken kamerleden en ministers allemaal in, en waarom? Doen ze bij de pers wel voldoende aan zelfreflectie, en hoe zit dat in de politiek? Zijn er meer voorlichters dan journalisten, en is die ‘wanverhouding’ schadelijk voor het vrije informatieverkeer?

Met dat type bange vragen zochten de twee rapporteurs contact met de Haagse redactie van een krant (de Volkskrant, zo te lezen), met een kamerfractie (GroenLinks waarschijnlijk), met een hoofd voorlichting, en met een aantal televisieverslaggevers die dagelijks in relevante wandelgangen met hun cameraploegen rondgaan. Hun burger-argwaan hadden de twee, zoals het hoort, niet thuisgelaten. Flat Earth News van de Engelse dwarskijker en journalist Nick Davies – die een somber beeld schetst van de Britse journalistiek en van hoe ‘complex’ het er in het Verenigd Koninkrijk uitziet – behoorde tot hun vergelijkingsmateriaal. Gaat het bij ons ook zo? Of misschien nog erger? Godzijdank: ‘Wij hebben daar in 2009 bij de parlementaire journalistiek in Den Haag geen tekenen van opgemerkt’.

Eigenlijk is dat de algemene indruk waarmee Habbema en Van Gunsteren hun observaties afsloten: de onderlinge relatie tussen de politiek en haar ‘controleurs’ is over het algemeen die van twee gezonde tegenspelers, het één-pot-natbeeld wordt door de werkelijkheid niet erg bevestigd, en de krantenlezer/televisiekijker hoeft zich over de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van wat ze vanuit het Binnenhof voorgeschoteld krijgen geen zorgen te maken. En er is evenmin reden om aan te nemen dat de rapporteurs met hun (merkbaar) goede humeur al te mild zouden zijn geweest of onvoldoende streng zouden hebben rondgekeken.

Dat Habbema en Van Gunsteren hun onderzoeksterrein consequent ‘de republiek’ noemen, lijkt me wat aanstellerig. Zeg er dan, voor mensen die zich een ongeluk schrikken (‘gisteren hadden we nog een koningin!’), één keer bij dat republiek een Nederlandse verhaspeling is van het klassieke begrip res publica, waarmee al in de oudheid het gemene goed van burgers en overheid werd aangeduid. Of is het toch ook een beetje besmetting met Haags jargon, waar ook ‘focus’ en ‘focussen’ hoog scoren, en Motivaction als het toppunt geldt op het gebied van leefstijlonderzoek?

Over burgers gesproken: die spelen in het boekje jammer genoeg nauwelijks een rol. Ze horen strikt genomen misschien ook niet thuis in het politiek-publicitaire complex, maar dat is eigenlijk een raar misverstand. Alle kritische aandacht (focus) is de laatste jaren tot vervelens toe gericht geweest op de veronderstelde kloof tussen politiek en burger – terwijl je, zonder de democratie te kort te doen, best mag volhouden dat die kloof heel breed en diep mag zijn, en dat het veel belangrijker is dat er geen kloof bestaat tussen de journalistiek en de burger. In het spel met overheid en publiek zijn het de journalisten die als middelaars tussen de twee functioneren, en namens ons allen moeten opletten of we wel fatsoenlijk worden geregeerd. Het lastige van de burgerij is natuurlijk dat ze geen adres heeft, zoals een krantenredactie. Maar had een snelle en summiere enquête (Motivaction!) de rapportage op dat punt niet wat completer kunnen maken?

Misschien is het een idee voor 2010. Er staat toch zeker al wel een nieuw observatieteam klaar om benoemd te worden?