De VVD als alternatief

Er zijn vele redenen om geen landelijke conclusies te verbinden aan de voorlopige uitslagen van de raadsverkiezingen die woensdag in zes gemeenten zijn gehouden. En een paar redenen om dat, voorzichtig, wel te doen. Al was het maar omdat vrijwel alle partijen hun nationale kopstukken als een soort luxe sandwichman/-vrouw bij deze verkiezingen hadden ingezet.

De zes gemeenten zijn niet representatief voor Nederland. De PVV, volgens peilingen de grootste of een van de grootste partijen van Nederland, deed in geen van de zes mee. De opkomst was zeer laag, lager dan bij de raadsverkiezingen in 2006. In Venray, bijvoorbeeld, zakte de opkomst van 61,7 naar 44,7 procent. Ook de deelname van lokale partijen was van betekenisvolle invloed; zij droegen eraan bij dat vele kiezers zich bij hun gang naar de stembus niet (alleen) zullen hebben laten leiden door hun opvattingen over het kabinetsbeleid. Wat trouwens uit lokaal-democratische overwegingen alleen maar is toe te juichen. Het verklaart ook waarom de communisten nog altijd in Nederland vertegenwoordigd zijn: de Verenigde Communistische Partij haalde in Oldambt twee zetels.

Dat de raadsverkiezingen noodzakelijk waren als gevolg van niet alom toegejuichte gemeentelijke herindelingen, zal ook een rol hebben gespeeld. Zo namen in Venlo zowel TegelseDemocraten, BlerickseDemocraten, BelfeldseDemokraten, de VenloseDemocraten, alsmede REALISTEN ’82 (motto: ‘Umdet Tegele en Belvend ôs leef is’) aan de verkiezingen deel. Ze waren samen goed voor 20 procent van de stemmen.

Toch is juist de uitslag in deze Noord-Limburgse stad, met 100.500 inwoners verreweg de grootste van de zes, het meest significant voor de landelijke politiek. De VVD werd er de grote winnaar en de grootste partij. De PvdA liep een dreun op, het CDA handhaafde zich op hetzelfde niveau. De PvdA zakte van 21 naar 11 procent in vergelijking met 2006 en zal dat maar ten dele kunnen wijten aan de SP, die vorige keer niet meedeed en nu 6 procent haalde.

Hoewel de lokale leiders van de VVD het eigenlijk niet wilden horen is de winst in Venlo zonder twijfel voor een flink deel te danken aan de afwezigheid van de PVV, die daar bij de Europese verkiezingen eerder dit jaar als grootste partij uit de bus kwam. Dat Trots op Nederland van Kamerlid Verdonk in Zuidplas twee zetels haalde, zal ook mede toe te schrijven zijn aan de niet-deelname van de PVV.

Dat de partij van Venlonaar Wilders te weinig vertrouwen had in lokale kandidaten om zich voor deelname aan deze raadsverkiezingen op te geven, is dus een opsteker geworden voor de VVD, die gevolgen kan hebben voor haar opstelling in de landelijke politiek.

Als de VVD, zoals in Venlo, voor veel kiezers het eerste alternatief is voor de PVV, kan het electoraal de moeite lonen om dichter tegen die partij aan te schuren. Of zo’n opstelling zich verdraagt met de liberale beginselen van de partij is dan de vraag; feit is dat de hardliners in de VVD zich door deze uitslag gesterkt mogen voelen.