De sprekers van rare taaltjes

Iemand als Kader Abdolah – is dat volgens Eberhard van der Laan nou nog een allochtoon omdat je aan z’n Nederlands hoort dat hij zichzelf meer als een nazaat van Omar Khayyam beschouwt dan van Jacob Cats, of mag ik hem al een Nieuwe Nederlander noemen?

Leuk vond ik dat trouwens: het moment waarop de minister zich door het Journaal op straat liet interviewen, en een taalverandering proclameerde. De Fyffes-banaan heet voortaan Chiquita. Hij bracht het achteloos, maar er zat onmiskenbaar macht achter, die hij liever niet wilde tonen. Dat vind ik wel aardig aan ’m, dat hij praat als een geklofte Amsterdamse jongen. Maar kijk uit: geboren in Leiden.

Heeft allochtoon altijd de gevoelswaarde dat iemand er een beetje buiten staat, zoals je meteen aan z’n uitspraak van onze taal kunt horen? Toch ken ik ook veel ‘autotochtonen’ die raar Nederlands praten. Eurlings bijvoorbeeld. Maar die komt ook uit Limburg.

Of moet Kader Abdolah – van wie ik het niet leuk vind dat hij in zijn biografie van Mohammed nogal antisemitisch uit de hoek komt (‘het gaat me niet om de joden’, zal hij net als Van Agt zeggen, ‘het gaat me om Israël’) – een taalinburgeringscursus voor gevorderden volgen?

Laatst kwam ik iemand tegen die de schrijver jaren geleden – ‘midden negentig misschien’ – in Steenwijk of Beilen had horen spreken, en hij herinnerde zich de voordracht als van een ontzettend authentieke, Oude Nederlander. Dus toen hij hem onlangs weer ergens hoorde, dacht hij eerst: dat is ’m niet, dat kan niet. Maar het was ’m wel degelijk.

Zou Kader – dat is mijn gewaagde veronderstelling – zijn moederstaal voor z’n optredens expres uit de kast hebben gehaald omdat hij weet dat het publiek daar altijd heel gevoelig voor is? Willy Walden praatte als juffrouw Snip nooit anders dan door haar neus, en met een hogere stem dan ze in het burgerleven had. Zonder Twents zou Herman Finkers misschien niet half zo leuk zijn. Bijna alle Nederlandse revuewerk voltrok en voltrekt zich in plat Amsterdams. En frater Venantius bleef vooral zo geliefd vanwege het Schin-op-Geuls dat Wim Sonneveld zo geloofwaardig zong. Zeker Nederlanders zijn dol op mensen die op de een of andere manier anders praten dan zij zelf. Je zou kunnen zeggen dat allochtoons vertedert, zeker als het op toneel of in cabaret wordt gebruikt.

Ik kwam er eigenlijk op omdat sinds kort Martin Simek (met zo’n sliertje op de S, dat niet op mijn toetsenbord voorkomt) weer dagartiest is geworden.

Vroeger deed hij alleen iets op de radio als het middernacht was geweest, en ik ben weleens een keer gebeld door zijn omroep, dat hij me graag wilde uitnodigen. Maar dat intieme psychiaterstoontje in het halve Tsjechisch trok me niet aan. Nu Martin – tevens een geroemd tenniscoach, hoewel ik geen spelers ken die hij naar Wimbledon zou hebben geleid – de radio en de televisie ook overdag onveilig maakt, en zelfs sidekick van Matthijs van Nieuwkerk is geworden, hoor en zie ik het ineens: die man spreekt accentlozer Nederlands dan u en ik, maar zoals headshrinkers in Amerikaanse films altijd Duitsig moeten praten (denk aan Freud en diens Nachwuchs), zo is hij welbewust het brabbeltaaltje blijven koesteren dat hij in 1968 uit Praag meenam. Elke kunstenmaker moet tenslotte altijd z’n schminkdoos bij de hand houden.

Terwijl ik dit nerveus zat op te schrijven omdat Fredrik Reinfeldt (bijgenaamd ‘het Zweedse voorzitterschap’) aan het Brusselse eurodiner was begonnen zonder de naam van Balkenende zelfs maar te fluisteren, kwam plotseling het bericht binnen dat, ja hoor, de Belg Van Rompuy onze voorzitter wordt. Ik heb altijd al gedacht dat ze er wel weer een allochtoon voor zouden nemen.

Jan Blokker

Lees eerdere columns van Jan Blokker op www.nrcnext.nl/blokker