De speelruimte van Balkenende is verkleind

Nieuwsanalyse

Balkenende blijft in Nederland. De coalitie lijdt er niet onder, maar de premier heeft minder ruimte voor fouten.

Een gratis nieuwe premier – daar leek het even op. Spannende weken waren het, vol vergezichten van een coalitie zonder Jan Peter Balkenende aan het hoofd. Kansen dus. Maar ook zorgen, want zou het kabinet een tussentijds vertrek van de regeringsleider wel overleven?

Zowel de angsten als de blijde verwachtingen bleken ongegrond. Balkenende blijft gewoon premier van Nederland. Maar dat roept een nieuwe vraag op: wat betekent deze afloop voor de positie van de CDA-leider? Een leider die, ondanks alle publieke ontkenningen, volgens zijn vertrouwelingen al lange tijd hoopte op de post die nu aan hem voorbij gaat?

Er was een tijd dat zijn Europese kansen nog groot leken. Toen zagen sommige CDA’ers in een tussentijds vertrek een natuurlijke, dus relatief schadevrije leiderschapswissel bij hun partij. Met minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen als meest voor de hand liggende, en ook gretige opvolger. Maar tegenstanders van Verhagen als partijleider, en dat zijn er nogal wat binnen de CDA-fractie, zagen dat scenario om dezelfde reden niet zitten. „Als Verhagen een tijdje de kans krijgt om premier te zijn”, zei één van hen, „moet het wel heel raar lopen als hij vervolgens niet het lijsttrekkerschap binnenhaalt.”

Toen de kansen van de premier op een nieuwe baan verkeken leken, onderstreepten CDA’ers vooral hoe onomstreden het leiderschap van Balkenende eigenlijk is. „Buiten de partij mag dat voor sommigen onbegrijpelijk zijn”, zei een Kamerlid, „daarbinnen is het een levende realiteit.”

Ook bij de coalitiepartners PvdA en ChristenUnie bestonden dubbele gedachten. Publiekelijk riep PvdA-leider Wouter Bos de premier op te blijven. Begrijpelijk, want een premierswissel zou voor onrust zorgen en kon tot tussentijdse verkiezingen leiden: een weinig aanlokkelijk vooruitzicht voor de sociaal-democraten. Die staan op een historisch dieptepunt in de peilingen.

Tegelijk ontstond bij sommige PvdA-Kamerleden de gedachte dat het misschien niet zo erg zou zijn als Balkenende opstapte. Misschien zou de coalitie een boegbeeld met met meer overtuigingskracht krijgen. Dat was best wel een aantrekkelijk vooruitzicht.

Bij de ChristenUnie was het niet veel anders. Ook daar riep partijleider André Rouvoet Balkenende op te blijven. Een Kamerlid van die partij noemde een premierswissel „te riskant”. Een vertrek van Balkenende zou het machtsevenwicht in het kabinet wel eens ernstig en onherstelbaar kunnen verstoren. En niet alleen het evenwicht binnen de coalitie: ook het CDA is instabieler dan veel mensen denken, menen ChristenUnie-leden.

Aan de andere kant zeiden Kamerleden van de ChristenUnie óók dat iemand anders dan Balkenende het verhaal van het kabinet „natuurlijk” beter over het voetlicht zou kunnen brengen. Bovendien is een katholieke CDA-leider als Verhagen voor de ChristenUnie electoraal niet onaantrekkelijk: het kan de partij Nederlandse protestanten bezorgen die momenteel CDA stemmen.

Het adagium luidt: wie in de politiek zegt dat hij weg wil, is ook weg. Maar geldt die wijsheid ook voor iemand die niet hardop zegt dat hij weg wil, maar van wie iedereen weet dat het wel zo is?

De meeste oppositiepartijen hebben hun conclusie al getrokken: Balkenende heeft aan gezag verloren, en is eigenlijk vleugellam.

Ondanks categorische ontkenningen dat hij kandidaat was, heeft Balkenende zich zelf kwetsbaar gemaakt voor de kritiek dat hij stiekem eigenlijk weg wil. Hij weigerde immers altijd de vraag te beantwoorden of hij nee zou zeggen als hij toch voor het voorzitterschap zou worden gevraagd. Dat viel iedereen op. Vriend en vijand gingen er van uit dat hij dus wél wilde, een conclusie die in kringen rond de premier meermalen werd bevestigd.

De vraag is of de premier anders had gekund. Ook als hij niet had gewild, zeg je niet zomaar nee als je voor zo’n post wordt gevraagd.

Of de episode permanente gevolgen heeft voor de coalitieverhoudingen, is moeilijk te zeggen. Binnen het CDA bestaat weinig vrees dat het gezag van de premier zal lijden onder de beslissing van gisteravond. „De puzzelstukjes hebben de laatste tijd losgezeten”, erkent een Kamerlid voor het CDA, en dat maakte mensen onrustig. Maar de flirt van Balkenende met een nieuwe baan wordt hem niet nagedragen. Veel partijleden hadden de premier persoonlijk de overstap wel gegund.

Dat hij blijft, is wel een opluchting, en niet alleen wegens de levensvatbaarheid van de coalitie. Veel CDA-politici dragen hem op handen. CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek zegt: „Met het vertrek van JP zou iets groots verloren zijn gegaan.” Op zijn weblog verklaarde Schinkelshoek onlangs nog zijn liefde aan de partijleider: „JP is een politicus van wie je – voor mij misschien wel het belangrijkste criterium in de politiek – zonder aarzelen een tweedehands auto zou kopen.” Dat durft Schinkelshoek niet van iedereen aan het Binnenhof te zeggen. „Politici van het slag Balkenende heeft Nederland meer dan ooit nodig.”

De liefde onder PvdA’ers voor de premier van ‘hun’ coalitie, toch al nooit vurig, is de afgelopen maanden verder geslonken. Een serie incidenten droeg daaraan bij, zoals Balkenendes ondermaatse verdediging van de begroting bij de Algemene Beschouwingen, zijn ongelukkige bemoeienis met het Westerschelde-dossier en zijn zichtbare onvermogen om Verhagen in het gareel te houden tijdens een debat over een verlenging van de missie in Afghanistan.

Het zorgde voor moedeloze gevoelens onder PvdA’ers. Meer dan één van hen zei in de wandelgangen van de Tweede Kamer: „We zijn helemaal klaar met die man.” Maar diezelfde mensen zeggen óók dat de onrust rond zijn vertrek dat gevoel niet sterk beïnvloedt. Als Balkenende zich weet te herpakken, is er verder niets aan de hand.

Het zal dus vooral aan Balkenende zelf liggen hoe schadelijk deze gebeurtenissen blijken. Zijn speelruimte is wel verkleind: elk zwak moment van de premier zal – zeker door de oppositie – worden gezien als een bewijs dat hij met zijn hoofd niet bij het premierschap is.

Dat kan hij zich, gezien de loodzware agenda die op hem afkomt, moeilijk permitteren. Begin januari komt de commissie-Davids met de uitkomsten van het onderzoek naar de politieke steun voor de Amerikaanse inval in Irak. In de maanden tot aan de raadsverkiezingen in maart zal de premier als CDA-leider campagne moeten voeren. Hij zal zich dan ook moeten afzetten tegen de coalitiepartners, met alle risico’s voor de cohesie van de regeringscoalitie van dien. Tegelijk moet Balkenende de gevoelige onderzoeken van twintig werkgroepen naar structurele hervormingen van de verzorgingsstaat tot een goed einde brengen.

Het is een lijst die hem weinig ruimte laat voor fouten. Balkenende zal zijn teleurstelling snel moeten verwerken.