Bijscholen in deeltijd-WW verloopt moeizaam

Werknemers moeten de tijd die ze doorbrengen in de deeltijd-WW gebruiken om zich bij te scholen. Maar in de praktijk hebben weinig bedrijven de middelen om dat te faciliteren.

De machines staan stil bij metaalbedrijf Alutech in Katwijk. Het dieptepunt van de economische crisis mag voorbij zijn, het blijft kwakkelen. Er is net genoeg werk voor één ploeg, dat waren er drie. „De overheid stopt met de regeling voor deeltijd-WW, maar de situatie blijft zorgelijk. Echt herstel blijft nog uit”, zegt directeur Jurjen Duintjer. „Onze klanten, de hele vrachtauto-industrie, zijn exceptioneel getroffen. Wij dus ook.”

Alutech, een metaalbedrijf dat brandstoftanks levert aan vrachtwagenfabrikanten als DAF, Scania en Volvo, verwierf eerder dit jaar nationale bekendheid doordat de onderhandelingen over deeltijd-WW mislukten. Het bedrijf was zo hard door de crisis geraakt dat het personeel korter moest werken, maar Alutech had geen geld om de salarissen aan te vullen tot 100 procent. Werknemers krijgen over de uren die ze in de deeltijd-WW zitten 70 procent van hun loon. Voor Duintjer was het „deeltijd-WW of volledige WW”. Als hij niet kon besparen op loonkosten, moest hij reorganiseren en meer dan de helft van de werknemers ontslaan. De bonden gingen uiteindelijk door de knieën.

De afgelopen zeven maanden heeft de directeur kunstgrepen moeten uithalen om het bedrijf overeind te houden. Inmiddels is het einde van de deeltijd-WW in zicht. Nog één keer kan hij verlenging aanvragen voor dertien weken. Dan moet Duintjer zoeken naar „andere oplossingen”. „De omzet is weliswaar aangetrokken, maar vertoont nog sterke schommelingen”, zegt hij. Het bedrijf zit nog niet in de zwarte cijfers en teert al maanden in op de reserves; 40 procent van het personeel is al verdwenen. Dat waren flexibele contractwerkers. Alleen de harde kern van vast personeel is nog over: 118 man. „We hebben te veel mensen voor te weinig werk.”

Duintjer hoopt dat minister Donner (Sociale Zaken, CDA) met een oplossing komt. „Anders bereikt de minister niet wat hij met de regeling voor deeltijd-WW beoogde: bedrijven helpen te overleven, vakkrachten behouden en de kwaliteit van het personeel met scholing verbeteren.”

Donner heeft scholing als voorwaarde gesteld toen hij de regeling voor deeltijd-WW afgelopen zomer verscherpte. De meeste bedrijven, ook Alutech, doen wel wat aan bijscholing van het personeel. Alleen blijkt de scholing die de 35.000 werknemers in de deeltijd-WW krijgen te mager om hun positie op de arbeidsmarkt daadwerkelijk te verbeteren als ze binnenkort alsnog ontslagen zouden worden. Dat blijkt uit een onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) naar de werking van de maatregel, dat deze maand verscheen. Minister Donner hoopt juist dat scholing „de inzetbaarheid” van werknemers verhoogt, zodat ze betere kansen op de arbeidsmarkt hebben mochten ze alsnog hun baan kwijtraken.

Bedrijven hebben echter nauwelijks geld dat ze voor scholing kunnen vrijmaken, aldus de RWI. „Financiering van scholing in crisistijd is een reëel knelpunt”, stellen de opstellers van het rapport vast, die met bedrijven spraken die deeltijd-WW hebben doorgevoerd, met sociale partners en met opleidingscentra. Er worden voornamelijk interne en kortdurende cursussen vaak door eigen mensen georganiseerd die weinig kosten.

Bij Sensor in Voorschoten bijvoorbeeld zit de helft van de 70 werknemers in de deeltijd-WW. Sensor maakt trillingsopnemers: apparaten die gebruikt worden bij het zoeken naar olie en gas, maar ook bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. „Wij zouden best af en toe een extern bureau willen inhuren voor een training, maar daarvoor hebben we niet genoeg geld”, zegt opleidingscoördinator Ted Kruithof. Aanvankelijk had het personeel er moeite mee dat ze in de vrije uren waarin niet wordt gewerkt verplicht cursussen moesten volgen.

„Maar nu ze eraan gewend zijn af en toe een cursus te krijgen, vinden ze het erg leuk.” Het zijn tot nu toe allemaal interne trainingen gegeven door eigen collega’s, variërend van lessen over elektra tot een algemene computercursus. Professioneel onderwijs wordt door externe bureaus gegeven, maar daar ontbreekt het geld voor. Sensor heeft het financieel al moeilijk genoeg. „Er schijnen wel subsidiepotjes voor te zijn, maar niemand kan mij vertellen hoe je daar aan moet komen.”

Werknemers in deeltijd-WW komen niet in aanmerking voor de extra scholingssubsidies die Donner heeft ingesteld. Die zijn alleen beschikbaar voor scholing van mensen die met werkloosheid worden bedreigd. De Raad voor Werk en Inkomen dringt erop aan deze subsidies ook voor werknemers in deeltijd-WW beschikbaar te stellen. Daarvan zullen vooral bedrijven in het midden- en kleinbedrijf profiteren, een sector waar dit en volgend jaar ruim 200.000 banen zullen verdwijnen, schat onderzoeksbureau EIM.

Anders is het bij grote bedrijven zoals DAF in Eindhoven, die eigen opleidingencentra in huis hebben. De cursussen voor de 4.500 werknemers in deeltijd-WW draaien bij DAF op volle toeren. Sommige medewerkers hebben al zes of zeven cursussen gevolgd. „Het gros daarvan wordt uit eigen middelen betaald”, zegt een woordvoerder.

Bij Alutech in Katwijk wordt het personeel onder meer bijgeschoold in lassen, talen en computersystemen. Duintjer zelf is op managementcursus geweest. Maar de meeste scholing is functiegericht, op het eigen bedrijf. „De bedoeling is dat we er samen doorheen komen. Tot nog toe is de deeltijd-WW een heel goede oplossing gebleken. Het wordt een slechte oplossing als we plotseling met een stop worden geconfronteerd. Dan zijn alle inspanningen voor niets geweest.”

Lees eerdere artikelen over deeltijd-WW op nrc.nl/economie.