Zonnetje

Op weg naar college op de Universiteit van Amsterdam loop ik door een smal steegje dat naar het Spui leidt. Naast mij loopt een potige kale man van een jaar of 40. Van achteren komt een jonge jongen met een zonnebril op keihard aanfietsen, nog net op tijd kunnen de kale man en ik wegspringen om een aanrijding te voorkomen.

„Je mag hier niet fietsen!” roept de kale man in plat Amsterdams. „Kijk ’m nou met z’n zonnebrilletje!”

Waarop de jongen, nog steeds in volle vaart fietsend, zijn hoofd draait en in even plat Amsterdams terugroept:

„De zon schijnt, paardestaart!”

Max den Blanken