Van binnenuit verlicht

Ik zat me af te vragen of de appel wel genoeg bezongen is, in poëzie. Appelboompjes wel, bloeiende, in mei, maar de appel? Ging even op zoek en vond peren, in het gedicht ‘Elegie’ van Wilfred Smit, die ze ‘die klotekinderen der rijken’ noemt en schrijft over hoe ze hangen vlak voor ze vallen ,,als natte boddhisatva’s in de levensboom/ bij regen, van binnenuit verlicht,/ zelfzalig, al wat zwaarder/ om te zien - ”.

Waarom lees ik zo weinig Wilfred Smit? Zo’n sympathieke dichter, eind jaren zestig begin zeventig – je hoort nooit meer iemand over hem. Natte boddhisatva’s, wie verzint er zoiets raars. En ‘zelfzalig’, ook een verrukkelijk woord.

Ik las laatst over iemand die opbleef om precies op het juiste moment een peer te eten. Omdat peren altijd na moeten rijpen en dan maar even volmaakt zijn en dan weer melig worden. En ’t kan dus zijn dat dat topmoment net in de nacht valt en dan heb je het gemist. Maar hoe die iemand dat zo precies vaststelde? Zouden de peren hem bellen?

Het is wel waar dat peren op hun juiste moment onweerstaanbaar lekker zijn. Bijna te heerlijk om iets mee te doen. Behalve dan zo’n taartje van bladerdeeg mee maken, met appelen ook en geitenkaas en daar een heet siroopje overheen – mmm. Maar dat recept heb ik al eens opgeschreven. Ik herinner er dus alleen maar aan, het is echt iets voor deze tijd van het jaar.

Zelf een ideaal herfstmaaltje gemaakt trouwens, onlangs, dat ook geweldig makkelijk is. Het is soms heel leuk om wat aan het aanrecht te staan, maar er zijn ook dagen die omvliegen zonder dat je erachter bent gekomen wat je hebt uitgevoerd (óf je iets hebt uitgevoerd) en in zulke dagen passen geen uitvoerige kooksessies. Maar juist wel iets lekkers natuurlijk, om jezelf te troosten voor het zinloze ronddraven.

Het is het beste om te zorgen dat je altijd wat echt goede, biologische schouderkarbonades in de diepvries hebt liggen. Omdat er heel weinig gaat boven een schouderkarbonade van een niet al te mager varken – in schouderkarbonade zit zoveel smaak en ze zijn ook zo lekker zacht doordat ze doorregen zijn. Haas- en ribkarbonades hebben de bijna onbedwingbare neiging om droog te worden.

Als je die karbonades hebt, en appelen uiteraard, dan is het verder een eitje.

Stoofkarbonades met mosterdtijmsaus

  • 2 appelen
  • 4 ons aardappelen (ongeschild)
  • 1 ui
  • boter
  • 4 schouderkarbonades
  • 3 dl witte wijn
  • 1/8 l. slagroom
  • 3 takjes tijm
  • 1 el grove mosterd

Snijd de appelen in dikke partjes. Snijd de gewassen maar niet geschilde aardappelen in plakjes, snijd de ui doormidden en daarna in halve ringen. Vermeng de helft van de aardappelen, appel en ui met peper en zout en doe ze in een ingevette ovenschaal, verspreid er wat klontjes boter over.

Bak de karbonades even aan beide kanten bruin, bestrooi met peper en zout. Leg ze op de aardappelen enzovoort en leg daarbovenop de rest van de appel en de ui. Verwarm de wijn in de pan waarin net de karbonades zijn gebakken, schraap even over de bodem en giet het geheel in de ovenschaal. Zet 40 minuten in de oven op 175 graden.

Verwarm de room in een pannetje, doe er de tijmblaadjes, de mosterd en peper en zout bij en laat even inkoken. Giet over de karbonaadjes als ze uit de oven komen.