School is geen eigendom van schoolbestuur

Het Zwolse gymnasium Celeanum mag van bestuur wisselen. En dat is helemaal geen reden tot zorg, meent Leo Prick. Een school is er niet voor het bestuur.

Het schoolbestuur Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio (OOZ) bestuurt 27 basisscholen, vier middelbare scholen, twee scholen voor speciaal onderwijs en het gymnasium Celeanum. Schoolbesturen zijn in Nederland in wezen de eigenaar van de scholen. Ouders, de directie van een school, de leraren en al het overig personeel hebben er niets over te vertellen.

Omdat de besturen het voor het zeggen hebben, bepalen zij welke activiteiten zij voor de scholen vervullen en ook welk deel van hun budget de scholen daarvoor moeten betalen. Hoe meer taken een bestuur naar zich toetrekt, des te meer geld het kan vragen. Zo kunnen ze de nascholing coördineren of zelfs met eigen medewerkers gaan verzorgen, beleidsmedewerkers in dienst nemen, een dienst opzetten voor publiciteit en nog veel meer. De scholen zijn verplicht deze diensten af te nemen, ook als ze menen dat ze dat zelf beter en goedkoper kunnen.

Een deel van de zelfstandige gymnasia heeft zich aangesloten bij Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia (OSZG). Dat bestuur trekt niet meer taken naar zich toe dan strikt nodig is en hoeft daarom maar weinig geld te vragen aan de leden. In dit geval de helft van wat het Celeanum nu kwijt is aan het Zwolse bestuur.

Het ligt voor de hand dat scholen liever niet betalen voor diensten waar ze geen behoefte aan hebben. Het komt maar heel sporadisch voor dat scholen zich publiekelijk ontevreden tonen over hun bestuur. En dat is logisch: de schoolleiders worden door hun bestuur benoemd. Door dwars te liggen gooien ze hun eigen ruiten in. En hetzelfde geldt voor de leraren voor zover die leidinggevende ambities hebben. Die houden zich ook gedeisd.

Ouders zijn dus de enige partij die niets van het bestuur te vrezen hebben. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij het zijn die bij Celeanum de actie zijn gestart om van bestuur te veranderen. Maar een echte machtsfactor zijn zij niet. Ouders hebben in het Nederlandse onderwijs niets te vertellen. De Onderwijsraad heeft van minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) de opdracht gekregen zich te buigen over de positie van de ouders, maar die raad heeft het voorlopig nog te druk met belangwekkender zaken zoals tijdschrijven voor leraren.

De voorzitter van het Zwolse bestuur, Rita Damhof, zou het jammer vinden als het Celeanum uit haar bestuur zou stappen, want „wij willen graag alle onderwijsvormen aanbieden, dus ook een gymnasium”. Onzinniger argument laat zich moeilijk bedenken. Alsof ouders de winkel OOZ binnenstappen met de vraag: wij zoeken een school voor ons kind, wat heeft u zoal in de aanbieding? Ouders zoeken een school, niet een bestuur en willen uiteraard dat die school het geld zoveel mogelijk besteedt aan onderwijs en dat er zo weinig mogelijk aan de bestuurlijke strijkstok blijft hangen.

Paul Zoontjes, hoogleraar onderwijsrecht aan de katholieke universiteit in Tilburg vindt de overstap van het Celeanum „reden tot zorg”, want, zo vraagt hij zich af „als de meerderheid van de ouders van een katholieke school islamitisch is, mag de school dan ook islamitisch worden?”

Katholieke scholen ontlenen hun bestaansrecht aan de behoefte van katholieke ouders om hun kinderen katholiek onderwijs te laten volgen. Omdat het aantal kindertjes van katholieke ouders die behoefte hebben aan katholiek onderwijs, de laatste jaren is teruggelopen, zijn veel van die scholen overbodig geworden. Het zou logisch zijn geweest als zo’n bestuur geleidelijk de kleur had aangenomen van de nieuwe leerlingenpopulatie. Dat is nooit gebeurd met als gevolg de absurde situatie dat er inmiddels katholieke scholen zijn met een meerderheid aan moslimkinderen. Het enige katholieke aan die scholen is het bestuur dat zijn positie ontleent aan de maatschappelijke verhoudingen van een halve eeuw geleden.

Een katholieke school met een meerderheid aan moslimouders – maar beste professor Zoontjes, dat is net zo iets als een jongensschool met voornamelijk meisjes, dat is toch in tegenspraak met zichzelf? Dat deze situatie door de Tilburgse hoogleraar niet als absurd wordt ervaren, dat vind ik een reden tot zorg.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.